Het loze vissertje

Standard

Na een klein incidentje vannacht (te lang blijven plakken en de huisbaas was reeds in dromenland en ik kon niet binnen) bij de dames blijven slapen.
Gelukkig dat er vrouwen zijn, waar zou een man anders heen moeten bij nacht en ontij?

De dag wordt echter redelijk vroeg aangevat (tien uur is des zondags redelijk op tijd) en de jacht voor ontbijt is open.
Ergens langs de kant van de weg een kraampje gevonden met dossa en chutney. Een lekker eitje met curry erbij en een banaan als afsluiter. Krachtvoer!

Ik wil vandaag de vissershaven van Vizhinjam zien en er maar meteen een fijne wandeling aan vast breien. Dat het ondertussen vreselijk warm is, laat ik buiten beschouwing: wij Kempenzonen, wij zijn wel wat meer gewoon (remember Bornem!).
De mooie vuurtoren is echter nog niet te bezichtigen en de haven vind ik niet. Ik ben dan ook niet echt ver doorgegaan, maar toch.
Waarom ik de pltbroek uithing en niet verder ging?
Omdat mijn aandacht door iets anders werd getrokken…

Vanaf de weg zag ik en dertigtal kerels op het strand aan een touw sleuren. Dat zagen er vissers uit, dus mooie plaatjes gegarandeerd! Om er te geaken moet ik eerst 50 m lager zien te geraken, gelukkig is er een trap aangelegd.
Deze trap leidt naar enkele hutjes, het is verdorie een soort van dorp! Met een prive strand blijkbaar, want het is langs drie zijden door hoge rotsen afgesloten.

Ik word, zoals altijd, raar bekeken. Hier nog met iets meer argwaan, want toeristen blijven normaal netjes op de witte stranden aan hun hotel. Me er geen hol van aan trekkende schiet ik wat plaatjes, maak ik wat praatjes en kijk ik m’n ogen uit.
Deze mannen weten wat werken is!

Plots wordt mijn hulp echter gevraagd.
Een seconde van twijfel, een moment van nadenken (hoewel, nadenken) en natuurlijk spring ik bij.
Sandalen aan de kant, kodak erboven op en trekken!
De mannen nemen er totaal geen aanstoot aan, ze vinden het eigenlijk wel grappig dat ik meedoe.
Na tien minuten merk ik dat het wel redelijk zwaar is. Echt, touwtrekken maar dan met een zilt en veel te dun touw…

Nu ja, van niet laten kennen en doorgaan en van die dingen. Het zingen van de kerels (een malayalamaanse “hey hop”) en hun onnoemelijk grote enthousiasme helpen wel.
Na een half uur komt er een ventje water aanbieden dat ik dankbaar aanneem. Een seconde later flitst er door mjn hoofd dat dat misschien niet de slimste zet is wegens diarree en ander gevaar, maar hey, ik heb dorst en die vissers drinken het ook. Zo slecht zal het dan toch niet zijn?

Als er na een uur de besluitende woorden: FINAL MOVE! vallen, ben ik blij voor die mannen. Ook voor mezelf, maar ja, da’s ondergeschikt.
De vangst is echter enorm klein. Zowel in omvang als in visgrootte. De mannen beginnen dan ook te zagen en te zeuren dat het een lieve lust is. Vieze blikken, schelden, zand dat kwaad wordt weggestampt.
Ik zet me een beetje achteruit, want dit is niet echt tof meer.
Weg groepssfeer, weg zang, weg daginkomsten…

Een jonge kerel weet me t vertellen dat dat elke dag zo gaat, Soms is de buit groter, soms zijn er grote vissen bij. En dan waarom een toerist bij hen komt kijken. Of dat het om te lachen is. Als ik hem uitleg dat ik geen toerist ben (toch geen dikke bleke engelse gepensioneerde baardaap) maar dat ik bij SISP werk, keert het tij een beeje. De mannen bedaren en geven me nog wat water.

Ik had er echt nog graag wat langer gebleven, maar het lijkt me beter om de plaat te poetsen.
Persoonlijk vond ik dit een redelijk avontuur voor zondagvoormiddag. De rest van de dag ben ik dan ook kapot…
En ik moet vanavond nog pinten aan pakken met de huisbaas. Soms ben ik me toch een bees, how jom! 😉

South souther hottest

Standard

Als ik van de trein stap in Thiruvanantapuram (Nee Lieve, niet Thirumeni Rakapan, de man die sneller programmeert dan zijn schaduw) valter een grot wame deken van hete lucht op m’n schouders. In vergelijking met Bangalore is dit echt wel een verschrikkelijk hete stad.
Maar, ook in vergelijking met Bangalore, super kalm en proper.
Riksja richting Kovalam en ondertussen Paul proberen te bellen voor een juiste adresbeschrijving. Want dat heeft een driver nu eenmaal nodig…

No problems, no worries en na een klein half uur sta ik aan het schooltje. Er wordt druk lesgegeven en Paul verwelkomt me hartelijk. Ik heb het hier al gezien: het wordt een fijne maand!
Hanne en An zijn net engelse les aan het geven, maar An vindt toch de tijd om me naar m’n kamer te begeleiden. Die heeft ze donderdag gevonden in de buurt van het huisje waar zij wonen. Dank u wel An!

Hanne en An zijn twee belgische dames die hun stage volbrengen  in dit uiterste puntje van het mooie subcontinent India. Het zijn twee sociale assistentes in spe en hun taak ligt dan ook vooral op het werken met de social workers van SISP. Dat ze een kamer vonden voor mij maakt hen nog toffer dan ze op het eerste zicht al waren!

De mevrouw van de kamer is dolgelukkig als ik zeg dat ik waarschijnlijk een hele maand zal blijven.
Helaas zijn er andere factoren die ook een beetje meespelen.
Omdat anne en An een ander huisje aan het zoeken zijn (hun hospice doet bij ijden echt moeilijk blijkbaar) loop ik na schooltijd even mee. WAT EEN VILLA!
Een tweekamer appartement volledig bemeubeld, met zicht op een steepje jungle (lijkt op deze hier). Er blijkt ook een kamer vrij te zijn in het volgende huis en alles samen komt het neer op 120 euro. Per maand. 40 euro elk. Euhm. Ja. Goedkoop en al…

Helaas maakt de hospice van de juffrouwen een redelijk drama. Het is natuurlijk ook wel erg als je rekent op een extra inkomen voor een aantal maamden en dat dan ziet wegsmelten.
Ook mijn huisbazin is niet gediend met m’n vertrek, maar als ik haar vertel dat ik de eerste nacht gerust wil betalen, kan er nog net een glimlachje af.

Mijn kamer, zo vertelt de eigenaar, hheeft hij vorig jaar aan drie belgische kerels verhuurt. Hun namen weet hij niet meer zo goed, maar ‘t was wel enorm plezierig. Ze gaven ook les bij SISP.
Als ik wat naamsuggesties doe (Dirk Ruud Seppe) zit ik er knal op. Echt, een supervette kamer, dito uitzicht en enorm lieve mensen. Het wordt een mooie maand, wees maar gerust!

Maar hey, warm en zweten en plakken stinken: ik weet nu echt wel dat ik het kan…

Banglore: load and clear

Standard

Of toch niet zo ‘clear’: het zicht wordt dankzij de smog lichtelijk beperkt. Nu ja, een paar dagen uitlaatgassen ademen zal het leven wel verkorten maar de levenskwaliteit gaat er op vooruit!

 Een korte samenvatting van de week tot nu toe, want de uitgebreide versie kan ik alleen maar vertellen aan de hand van foto’s. Ook belangrijk om weten voor je verder leest: emoties en bedenkingen kunnen anders overkomen dan ze bedoeld zijn.
Want wat er ook volgt, het is hier onnoemelijk fijn toeven!

Maandag, Mysore.
De dag begint uitermate vroeg: 07.15 wordt er vertrokken met een bus vol Indiers. Gezellige boel en vanalles. De meeste mensen zijn dertigers en veertigers wat me direct, buiten de drie kleine huilbengels, tot jongste van de hoop maakt.

De tour was niet echt een geweldig succes. We stoppen (redelijk lang) in twee shops waar de geinteresseerden houten gerief en saaries en hemden kunnen kopen. Dat de tourmaatschappij en de overheid en de winkels samen in hetzelfde bedje ziek zijn hoeft geen betoog. De gevleugelde woorden van de gids (“…and you can buy buy buy!”) vallen dan ook meer dan eens.  Ik kom daarvor niet echt naar hier. Shoppen is voor eind januari…

Als we wat later bij het zomerpaleis van Tipu Sultan komen, mag ik 100 rupees betalen, waar autochtonen het schamele bedrag van 15 rupees mogen ophoesten. Deze teakhouten villa is ongetwijfeld een fijn buitenverblijf, maar de gids is vrij karig met uitleg en veertig minuten later is het gedaan.

Het echte paleis van Tipu Sultan is volledig vernield door de engelsen, dus daar kan enkel de tempel van bezocht worden. Mooi, maar de randanimatie (opdringerige prullariaverkopers en dito schoenenbewaarders) vind ik storend. Dat ik daar aan moet wennen als ik de toerist wil uithangen staat buiten kijf, maar toch.

Als we dan uiteindelijk bij het pronkstuk van de dag, Mysore Palace, komen, krijgen we maar een uurtje de tijd. Een uur!
De gids maakt ons de hele tijd warm en vertelt dat dit het mooiste paleis ter wereld is (wat ook echt wel zo is, moet ik toegeven) en dan mogen we maar eventje piepeloeren…
Het wordt een half uur door de binnenkant crossen en dan langs de buitenkant voor foto’s.
Echt, het paleis van Fata Morgana  van de Efteling, maar dan echt.  HIer wil ik terug komen, rustig en op’t gemak.

We crossen nog wat rond met de bus, op naar CHamundi Hill. Hier staat een tempel en er zijn blijkbaar nog mensen die het ding weten te vinden: er wordt bijna gevochten om het heiligdom te benaderen. Volgens mij heeft dat weinig met religie, van eender welke aard dan ook, te maken. Vooral de man van de security die iedereen aanmaant om sneller door te gaan werkt lichtjes op het systeem… De tempel op zich is echter een fijn stukje religieuze kunst. Ik ben er redelijk weg van, van dat hinduistische bouwgerief.

Als we daarna nog naar een tuin gaan kijken, is voor mij de maat vol. Deze tuin is lichtjes te vergelijken met het stadspark in Antwepen, maar dan zonder hoge bomen en met een muzikaal fontein. Weinig tot geen planten en bloemen, geen propere vijver, …
Nee de tour van KSTDC is zeker geen aanrader.

Dinsdag: Bangalore itself.

Ik start de dag met een rustig ontbijt en een wandeling door de stad. Op de “wilden boef” want er zijn niet echt veel stadsplannen te vinden. Geen probleem, een par herkenningspunten onthouden en kleir zow!
Schiiterende stad, echt. Alles wat een stad moet hebben volgens mij.

Veel volk, schreeuwerige winkelbedienden en semimarktkramers, veel verkeer waarbij je je leven riskeert als je de straat oversteekt en eten en drinken dat langs alle kanten quasi gratis kan worden aangekocht (10 cent voor een kopje koffie?). Een fijne voormiddag met als buit een kilo appels, een hemdje en twee leesboeken, tweedehands. Want dat hebben ze hier verdrie in overvloed, engelse boeken voor geen geld! Ik denk dat mijn valies wel lichtjes te zwaar gaat terugkomen…

De namiddag is er weer een KSTDC tour, dit keer in Bangalore. Een tweede zomerpaleis van Tipu Sultan, Lahlbaggarden, de Bulltemple en de Shiva Temple. Ook weer een silk en clothes shop vna de overheid waar ik netjes buiten blijf wachten na vijf minuten rondgekeken te hebben.
De Shivatepel is de graafste.
Met een grot en een verhaal en een beetje occulte figuren die er ronddwalen.

Het beste aan de dag is echter het tegenkomen van fijne mensen. Jessica is een Amerikaanse studente die hier honingbijen komt bestuderen voor een maand of negen en Mercedes is een Argentijnse schone die gewoon op verlof is en er een werkgerelateerd bezoek aan een SAP congres aan breidt. Fijne juffrouwen en dat is blijkbaar wederzijds want er wordt besloten samen te eten. Het mag al eens wat deftiger en uit de band springender dus wordt er in het superchique hotel van Mercedes gegeten.
Dat haar baas betaalt is achteraf mooi meegenomen, maar een aal you can eat indisch buffet voor 135 rupees is nu niet echt de moeite om het te laten liggen, wel?

Vandaag was er een tour gepland, doch wegens te weinig volk is die afgelast. No problem at all, want ik heb het gehad met de package tours. Ik zal wel wat ronddalken en mezelf amuseren.
Op naar het commerciele centrum aan MG Road en Brigand Street.
Daar is het fijn toeven, zo tussen de Pizzahut, MC Donalds en The Donut Baker. Westers en oosters bij elkaar, het is redelijk grappig.
Ook hier een pak boekenwinkeltjes en ik kan The Hitchhiker’s Guide To The Galaxy dan ook niet laten liggen. Samen met The Chronicles of Narnia voor 1000 rupees, en nieuw… Geen werelddeal, maar aangezien ik morgen twintig uur op de trein zal zitten is een goed boek nooit weggesmeten…

De rest van de dag gedalkt, gepicknickt in Cubbon Parc, langs de post voor brieven aan mensen zonder internet en een driewieler naar het hotel wegens de weg kwijt en het beu om te wandelen.

Morgen de trein en vrijdag in Kovalam bij de mensen van SISP.
The future is bright, the future is…
(een portie rijst en sambal in februari voor wie deze slogan correct aanvult…)

An Immodiummeke a day

Standard

Keeps den diarree away…
Niet echt, maar het helpt wel een pak.
De kakkerij is ook niet zo geweldig erg (ik kan langer dan tien minuten zonder porseleinen kameraad) en is ook heel logisch te verklaren: ik eet alles wat ik tegenkom.
Als dat dan per accident een kraampje op straat is met heerlijke thali’s, so be it.

En met de dagelijkse dosis pepers erbij, kan dat alleen maar goed zijn voor weerstand en reiniging van het gehele stelsel.
In elk geval een pak natuurlijker dan met van die jeanettenshakes, niet dan Jan en Tommy? 😉

 Sebiet een citytourke en wat tempels met gids en morgen en hele dag touristen. Het is eens iets anders dan miserie zien, hoewel de bedelaartjes ook wel niet echt het toonbeeld van werelds geluk zijn.
Klappen in het gezicht, elke dag een paar meer.

Bangalore is trouwens een uitermate vette stad!
Ik denk dat ik aan de chef maar eens ga vragen om hier een maandje of drie te mogen komen werken.
Kan ik ineens wat kannada leren…

Enkele bedenkingen

Standard

Bedenking 1

De dokters die vast werken in het SVIRHC hebben een enorm ideaal. Zij die niet uit Pavagada of de directe omgeving komen (maximum 30km), hebben een kamer in het ziekenhuis. Deze mannen, drie jonge gasten die nog maar een paar jaar zijn afgestudeerd en een gepensioneerde overheidsarts, wonen hier als zijn ze studenten die op kot zitten.
Wat een nobele heren! Ik kan het met moeite geloven. Die kerels laten huis en woonplaats achter om ergens in de middle of nowhere de armste der armen te gaan helpen. Ze verdienen een pak minder dan in een ander ziekenhuis en soms is het echt behelpen.
Nobelprijs voor vrede, vriendschap en nobelheid verdorie!

Bedenking 2

Het kastesysteem is officieel verboden, maar hier tiert het nog welig. Ik heb het geluk om bij de hoogste kaste te logeren, maar dat is meteen ook een minpunt: het algemene leven van de modale indier (voor zover die zou bestaan) wordt niet getoond.
Ook in het patientensysteem van het ziekenhuis wordt er melding gemaakt van de kaste of de godsdienst die mensen aanhangen. Gelukiig wordt er, op het eerste zicht toch, geen onderscheid gemaakt in de behandeling.

 Bedenking 3

In al wat ik de voorbije weken heb gezien, was er een constante. Het zijn vrouwen die India rechthouden. Zeker in de dorpjes, maar ook in het ziekenhuis valt het op. Zij zijn het die voor het eten zorgen, zij zijn het die op het veld werken, zij zijn het die het huishouden en de was doen. Overal waar er mensen staan te lummelen, zijn het mannen.
En de vrouwen, ze zijn altijd, hoe moe of arm ook, enorm fier. Hun houding, kleding en gedrag is altijd even onberispelijk en trots. Echt, ondanks hun verdrukte plaats in de maatschappij (FOWK, zotte situaties gezien, ni te doen!) blijven ze netjes recht.
Nobelprijs voor vrede, vriendschap en nobelheid verdorie!

Bedenking 4

Mijn volgende reizen zullen met partner zijn. Misschien ligt het aan vandaag en het rustige programma, maar alleen is toch maar alleen. Misschien dat dat in januari wat beter meevalt (mensen tegenkomen en zo), maar nu is dat nog niet echt het geval.
Waarschijnlijk ben ik wel wat te ongeduldig in de dingen, dat kan ook.
De rondreis is dan eigenlijk ook nog maar een paar uur bezig eh…
De westerse ongeduldigheid is er nog niet helemaal uit:-)

Bedenking 5

India is een mooi land, maar enorm vuil. Ik wil echt graag aanpassen aan de lokale gebruiken en gewoonten, maar dit gaat er echt een zware streep over voor een groene jongen als ik. Alles wordt hier gewoon op straat gezwierd, van bekertjes, verpakkingen en banananschillen tot scooters en autowrakken. Ik heb gelukkig nog geen dode beesten gezien, maar dat zal nog wel komen…
Echt, een bende vetzakken is het.
Ook qua neuzepeuterij, boeren en scheten en rochelen: zelfs ik ben er (heel soms) gedegouteerd van.
Vooral als vrouwen midden in hun uitleg zoiets doen…

Als afknapper kan het echt wel tellen. Een beetje zoals een beautyqueen plots in het plat aantwaarps een uitleg begint…
Mijn god wat wil nog eens graag plat aantwaarps klappen aan een toog in een bruine kroeg met een lekkere belgische pint!

Er zijn nog duizend en een andere dingen, maar typen op een qwertybord is nog vermoeiender dan op een azertybord…

Smakelijk!
Ik ga nog eens een chillipeper of zes verschalken met wat rijst…;-)

Bangalore Baby

Standard

Vanmorgen om acht uur de vier uur durende rit naar Bangalore begonnen. Met vijven in een jeep en aan een gemiddelde snelheid van 40 per uur, er zijn aangenamere dingen. Vooral aangenamere wegen: de slechtst denkbare weg in Belgie is de best denkbare weg hier. En dat is niet overdreven…
Een dutje doen was er dus helaas niet bij.

Als we in Bangalore dokter Govida thuisbrengen, dient er eerst koffie gedronken te worden. Wat een villa! Marmeren vloer, luxe, airco overal, netjes, proper, niet te doen.
Maar qua design, servies en inrichting: eighties en seventies…

Daarna wordt er een kort bezoekje gebracht aan het ziekenhuis. Een goede vriend van Swami ligt er wegens een hartinfarct en de zusjes mani en Shoba willen hem graag een bezoekje brengen en wat zegenen.
Dit ziekenhuis is het grootste ziekenhuis van Bangalore en dat valt wel op: de inkom is groter en luxueuzer dan elk ziekenhuis dat ik in Belgie al heb gezien. Schitterend gewoonweg.
De zieke ligt in een VIProom en wat ik daar zie  overstijgt alles wat ik verwacht had: die kerel woont daar begot in een klein appartement! Nu ja, zijn familie dan toch.
Een keuken, een prive badkamer, een afgezonderde ziekenkamer, een prive verpleegster die heel de tijd naast het bed waakt, een zithoek met volledig hoeksalon en twee slaapbanken, TV, stereo en roomservice.
Moeder, daar wil je enorm graag werken!

Terwijl ik de man daar zie liggen, gaat er een schok door m’n lijf. Plots speelt er in m’n hoofd de film van Staf die vorig jaar overleed. Blijkbaar roepen bepaalde situaties bekende beelden op. Ik ben er even niet goed van en wacht dan ook liever buiten.

Na het ziekenhuis gaat het naar de binnenstad. Een ziekelijke rit in een dito verkeer. Uitlaatgassen zijn niet te harden, gevaarlijke situaties en dodelijke schrik zijn een heel normaal gegeven.
Gelukkig zijn we vrij snel aan het hotel dat Swami voor me heeft geregeld.
Ik vind het net iets te chique (qua understatement van het jaar is dat wel een stevige gooi naar de titel) en een boy die m’n rugzak draagt heb ik ook niet echt nodig.
De kamer is groot, min of meer proper en heeft eigen wc en douche. En zal ongetwijfeld een pak teveel kosten, maar dat is niet aan mij: swami staat erop om alles te betalen, hoewel ik donderdag heel netjes de rekening presenteer met alle cash zoals dat hoort.

Een stapje buiten de deur is een goed plan lijkt me, vooral om (voor het eerst in twee weken) eens wat geld af te halen. Een stadsplan is hier even moeilijk te krijgen als mensen vinden die het kunnen lezen en me kunnen situeren. Want aangezien hier weinig tot geen straatnamen te vinden zijn, is het redelijk moeilijk om me te orienteren.
Dan maar op het gevoel en dat lijkt te werken.
Koeien, vuiligheid, uitlaatgassen en cricketspelende kinderen, dat is mijn eerste indruk van de kleine straatjes.
Vers fruitsap (7 rupee) en een kappersbezoekje (100 rupee) zijn echter al een fijn begin. Als ik dan wat later ook nog eens de weg terug vind, ben ik de koning te rijk.

Terug aan het hotel staat er een medewerker van Swami me op te wachten. Blijkbaar moet de kerel een beetje babysit spelen want hij komt me morgen halen om aan de bus af te zetten. Het is potdorie ocharme honderd meter van m’n kamer!
De betuttelende manier van leven werkt me wel lichtjes op het systeem. Ik laat alles echter nog even begaan en zal donderdag wel zien: de komende maand ben ik als een vogel zo vrij! Nah.

Momenteel heb ik precies een beetje heimwee naar Belgie, vertrouwde mensen om me heen en wat westers leven. Gek, want ik denk dat het de eerste keer is dat ik dat heb.
Niet dat ik hier weg wil, dat zeker (nog) niet, maar toch.

Eerder van de week had ik ook het gevoel dat mijn plaats echt wel in het westen ligt. Niet per definitie in ons belgenlandje, maar wel in het westelijk halfrond…
Misschien dat dat verandert, ik heb er geen idee van.

Laatste dagen hospitalisatie

Standard

Drie dagen zonder internet en ik weet niet waar ik moet beginnen. De afgelopen dagen waren in elk geval een pak rustiger dan de school en dorpsbezoeken.
Vooral mentaal wat kalmer.
Niet kalm, kalmer.

Vooreerst wil ik iedereen aanraden om The City of Joy te lezen. Ik had aan Swami een boek gevraagd om de tijd te doden, vooral ‘s avonds aangezien ik onder geen enkele voorwaarde het dorpje in mocht (maar da’s een heel andere kwestie). De brave man hed me een boekje gereserveerd waarmee ik op een zeer gemakkelijke manier veel van India zou te weten komen en dat me zou raken. Hij is in elk geval in zijn opzet geslaagd: ik weet een pak mer over India (verschillende godsdiensten, heiligen, goden, tradities,…) en het heeft me geraakt, zeer zeker wel. Tot bleites toe.

Want vrijdagochtend had ik het eventjes heel moeilijk. Ik was een uurtje voor het ontbijt opgestaan om nog wat te lezen in het toch wel spannende boek en plots viel alles in elkaar: de puzzel paste. Het geheel kreeg vorm in mijn hoofd en wat ik zag was niet mooi.
De oneerlijkheid tussen arm en rijk, gezond en ziek, hulpeloos en hulp in overvloed: mijn hrtje bloedde ervan. En waar het hart van vol is, stromen de oogjes blijkbaar van over. Zelden heb ik me zo slecht gevoeld. Vooral machteloos eigenlijk.

Toen ik na het ontbijt in het ziekenhuis arriveerde, was het daar al een uitermate drukke bedoening. Er werd cursus gegeven door de mensen van het SVIRHC. Aan overheidsmedewerkers.
De kleine NGO van Swami geeft dus instructies en bijscholing aan mensen die door de overheid betaald worden. De hele gezondheidspolitiek van Pavagada en Tumkur wordt door hen uitgetekend: een hele eer, maar ook een hele verantwoordelijkheid.
Ik probeer een stuk mee te volgen, maar alles gebeurt in kannada en dus verstaat deze blanke reus er geen woord van.
Ik begrijp dat het over TBC en HIV gaat en dat die twee heel vaak na elkaar volgen: mensen met HIV krijgen in 64% van de gevallen TBC.  De dokter hamert er op dat HIV niet dodelijk is en dat dat geen reden tot sociale uitsluiting is. Helaas zijn de mensen van de dorpen die mening niet geheel toegedaan. Het gebeurt dan ook vaak dat seropositieven wordenweggestuurd van dorp en familie.

In de namiddag is er tijd om grainpacks te maken. De pakketten die we dinsdag uitdeelden, worden in het hospitaal zelf verpakt: dat spaart kosten. Na anderhalf uur en een liter of twee zweet hebben we 150 van die pakketten klaar. Op zaterdag worden ze uitgedeeld aan hulpbehhoevenden die tot aan het hospitaal kunnen geraken. Voor anderen worden ze eens per maand rondgebracht.
Ik voelde me eventjes redelijk nuttig en niet zo machteloos als ‘s ochtends.
Wanneer ik gisteren die pakketten dan ook overhandigde aan de juiste personen waren ze enorm dankbaar.

Verder was gisteren vooral een dag van wachten. Normaal zou ik na de middag naar Bangalore vertrekken, maar dat werd dan uiteindelijk toch maar uitgesteld omdat het anders te laat zou worden.
Inpakken en afscheid nemen.
Hoewel, afscheid. Op dertien december zien we elkaar weeral terug voor de bruiloft van dokter Ravikrishna waarop ik ben uitgenodigd. Ik zal ervoor dus “eventjes” moeten terugkomen vanuit Kovalam. 1600 km heen en terug, maar een bruiloft missen zou eeuwig jammer zijn.

Replies!

Standard

Een beetje re-ply’en op de comments, het mag al eens.

@Jelle: de avonturier in mezelf begint momenteel een beetje los te komen. Vorige week heb ik me een paar keer serieus geergerd aan het hele gegeven. Ik was zo opgedraaid als een mol op coke in de microgolf, het was bijna niet om aan te zien. Echt, ik was het hier bijna afgestapt om in mijnen alleen verder te doen.
Blijkbaar is dat een onderdeel van de cultuurshock. Die nu gelukkig al wat minder is 🙂
De andere schocks zijn echter met een bitrate van 100/10 aan’t binnenstromen, niet te doen. Ik probeer alles op te schrijven, maar het blijft behelpen. Ook hier en daar wat foto’s die later moeten helpen alles terug netjes te rangschikken…

@Bruno: De eerste dagen en weken zijn nu al om nooit meer te vergeten. Ik verwacht van de komende maanden hetzelfde. Verrijkend en al: uhu!

@Hanne: De vlucht overleven was niet zo’n probleem, de dolle rit nadien was echter een keer of honderd sterven: linksrijdende mensen die met vier naast elkaar op een tweevaksbaan nog steeds proberen om een vijfde in te halen, je moet het eens meegemaakt hebben. Verkeer in Barcelona is er niets tegen 🙂
Sinds vorige donderdag ben ik echt aan’t werk, wel elke keer iets anders zodat ik in twee weken van alle facetten heb “geproefd”.
Genieten is niet direct het juist woord, maar het benadert het gevoel wel het beste…

@Paul: 30 novembr vertrekt mijn trein naar jullie. Met een beetje geluk zit ik daar ook op en ben ik er dus de eerste december. Ik kijk er naar uit!

@Jan: Timo is me volledig onbekend kerel…

@Jakke: Het smaakt naar meer in elk geval!
Gedraagt de Nick zich wat in mijn hok? Zorg maar dat hij mijn huishoudelijke taken (afwzassen, stofzuigen en den douche) doet ook eh, anders heb ik drie maanden achterstand.. 😉

@Dylan: Ik maak foto’s aan de lopende band. Ik kijk er ook al naar uit om ze te tonen.

@Seppe: Pikant is een ding, maar soms gaat het er echt over: gisterenavond zat ik daar plots te bleiten gelijk een klein joeng. Al die dokters maar vragen of ik thuis nu al zo hard miste…
Rijst is wel in vrij veel vormen klaar te maken, heb ik gemerkt.:-)

@Hanne: Merci! Mijn familie wordt elk jaar een beetje internationaler 🙂

@Hamse Bende: Liefste Hamburgers, het wordt allemaal met veel liefde neergeschreven voor jullie. De darmen zijn al volledig onder controle, maar de omgeving is dan ook redelijk beschermend…
De Moleskine reist momenteel elke meter mee en eigenlijk: ik heb nog nooit zoveel nood gehad aan een dagboek als nu. Zowel om alles te onthouden als om m’n gevoelens te verwerken. Nooit gedacht dat het allemaal zo’n impact zou hebben.

@Bea: Welk? Melk!

@Bert: Moette gaai maaine ring of fire is zien?
Eerlijk? Dit is de eerste keer dat ik da zeg seh. Er is hier ook niemand die ook maar een letter verstaat van wat ik brabbel, dus mopkes komen helemaal niet aan. Misschien dat ik wat zal afgekickt zijn tegen februari?
En op de bank: sfeer maak je zelf eh, zoals wij Grote Kempenzonen weleens plachten te zeggen.
Doe iederen in elk geval veel groeten!

@Dries: vergelijken is er niet echt bij hoor.
Maar de foto’s zullen voor zich spreken.
En de Ring of Fire: schoon beeld zenne 😀

@Charlotte: Ik maak wel eens tijd voor u en dan doe ik het hele circus uit de doeken, met foto’s en pikante verhalen 😉

@Joke: Momenteel is het hier een beetje als in Belgie: regen, bewolkt en geen regering meer (in de staat Karnataka toch). Gelukkig is het temperatuurtje nog wel aanwzig, hoewel ook dat slechts een luizige 24 graden bedraagt. ‘t Is hier dan ook winter eh…
BTW, ik denk ook redelijk veel aan jullie hoor 🙂

@Lies: Kus!

@Wouter: Die man heeft gelijk, dat staat buiten kijf. Maar het neemt niet weg dat het voor mij eigenlijk nog altijd redelijk onrealistisch, onbegrijpelijk en ‘gewoon’ is dat ik hier ben.

@Yves: De dingen die ik nu zie en beleef kan je nooit begrijpen vanuit Belgie. Echt, zo unreal, ni te doen.
De foto’s echter zullen nog wat moeten wachten: hopelijk heb ik volgende week ergens en breedbandverbinding…
That’s all folks!

Een andere kijk op de dingen

Standard

Gisteren, vrijdag, was er een hinduistische gebedsdienst in de Ashram.
Swami zong samen met een twintigtal devotees een uur lang hinduistische liederen.
Ik begreep er, natuurlijk, geen snars van, maar het voelde wel heel vredig aan. Ik was zo ongeveer volledig in rust met mezelf.
Plots begint Swami te vertellen over opa, Rik, die tien jaar geleden als leider van het bouwkamp naar Pavagada was gekomen en dat hij enkele jaren terug weer op bezoek geweest, samen met oma.
Dat ik nu als kleinzoon van Rik en Marie-Louise hier ben en dat dat eigenlijk enorm knap is.
Want dat een jongeman die in een land leeft waar alles te krijgen is en waar iedereen het goed heeft, dat een jongeman die werkt bij een internationaal bedrijf en een goed loon en dito bedrijfswagen krijgt, dat die dat allemaal even opzijzet om naar het armste deel van India te komen en hier te komen kijken en te komen helpen, dat dat iets zot is.

Achteraf zei ik hem dat dat eigenlijk allemal niet zo veel voorstelt.
That, antwoordde hij, is because you’re a well hearted man.

Awel, ik wist efkes niet wat zeggen.
Dat ik ooit nog eens iets voor iemand kon gaan betekenen, ‘t doet raar eigenlijk.
Onwezenlijk.

Boot in the face

Standard

Vandaag (Zaterdag is hier evengoed werkendag) komt er in de namiddag een jongen binnen in het hospitaal.
Hij komt Swami bedanken.
Ik ben even verbaasd, deze jongen ziet er redelijk OK uit, misschien een betje verzwakt.
Als ik Swami om uitleg vraag, antwoord hij enorm droog: hij bedankt me omdat ik zijn leven heb gered.

De jongen kwam een aantal weken geleden aanzetten met enorm veel verdriet. Tranen met tuiten, niet te doen. Wanneer hij even bedaart, komt het eruit. Hij gaat dood. Hij kan bijna niet meer ademen omdat er ergens wat scheef zit. Aangeboren. Inteelt.
En of Swami hem kan helpen want hij is een eenvoudige boerenjongen (klinkt als Kulderzipken, maar deze jongen is echt arm) en zijn familie kan de operatie 50.000 roepie (+/- 1000 euro) nooit betalen.

Swami belt rond, zoekt sponsors en krijgt het klaar dat de jongen geoppereerd wordt.
Vandaag kamt die jongen Swami bedanken en krijgt hij een grote zak met koekjes, fruit, snoep en ik mag hem die overhandigen.
Die blik in zijn ogen deed me bijna huilen.
Echt, zo gelukkig.

Op zo’n moment voel ik mij enorm klein.
Een leven voor minder dan mijn maandloon.
Is dat dan eerlijk?

Klabang!

Standard

Nu de tijd in België begint te korten, lijkt alles vlotjes te lopen.
Of toch bijna alles.

  • Vorige week een chanceke met de visumaanvraag: hopelijk is het morgen in orde.
  • Vrijdag gaan snowboarden, pols en knietjes pijn: hopelijk is dat woensdag beter. Gelukkig is het allemaal niet gebroken, dus da’s weer een stevig glukje.
  • Vorige nacht viel m’n bril (domme domme pipo die er tegen stootte!) en brak m’n rechterglas.
    Vanmiddag (zondag notabene) naar de optieker gebeld en er is een kans dat ik dinsdag al een nieuw glas heb. HipHoi!

Maar verder ligt alles klaar, moet het alleen nog maar in de rugzak gestopt worden en kan er vertrokken worden.
Maar eerst de auto wassen en binnenbrengen bij de firma. Dinsdag.

Nog veel werk dus.
En nog maar drie keer  slapen.
Spanning en al: hiphoi!

Countdown has begun

Standard

Het beest dat aftellen heet heeft nu echt wel een heel duidelijke vorm gekregen. Vandaag was de llatste dag op het werk.
Mijn activiteiten als externe test engineer bij een grootbank in België zijn vanaf nu verleden tijd. Geen test designs, functionele ontwerpen, defects of incidents meer voor mezelf.
Geen gepruts in browsertoepassingen, geen geklooi in spreadsheets of tekstdocumenten. Toch niet in een professionele context.

Het doet wel gek, de vetrouwde omgeving van het eiland in de grote zee van werkmensen achterlaten.
Mappen wegsmijten, e-mails deleten, belangrijke documenten op de centrale drive pleuren.
Administratie in orde brengen, afscheid nemen en weg.

Lieve collega’s, dank jullie wel!

No bed no worries

Standard

De nacht even doorsteken met een collega kan wel eens tof zijn.
Zeker als er dan zoals dat hhrot echte mannenzaken worden behandeld.
Maar dan!

plost zes uur en dan toch maar gaan werken.
En nu verschieten van de klopkes die we krijgen…

Woord van de dag: graag-zienigheid

Standard

Gisterenavond was ik een streepje minder goegeluimd.
Een beetje zagen tegen wat vrienden (m/v) helpt dan soms al eens.
Gisteren per sms, vandaag antwoord in de mail.

och slechtgezind zijn, ik vind dat iedere mens volledig recht heeft op een fikse portie slechtgezindheid af en toe.   dan ga je naar vrienden en dan ineens merk je dat het toch allemaal zo slecht nog niet is 🙂  aaaah vrienden, soms zou ik ze wel willen fijnknijpen van pure graag-zienigheid!  ja hoor, u ook!  als je daar nu ni goedgezind van wordt…  :))

Dank je wel S.!
Mijn dag kan niet meer stuk.

‘t Is trouwens de laatste donderdag van 2007 op’t werk…

Le Weekend

Standard

Gelijk nen trein ging het ding erdoor.
Vrijdag met een gezellig personeelsfeest begonnen.
‘t Was met partner en collega’s en lekker eten en drinken en feest alom.
Daar ik momenteel zonder vaste levenspartner mijn pad bewandel, had ik de keuze: ofwel met een gelegenheidspartner die wel iets ziet in een feest met lekker eten, gezellige mensen en een dansvloer ofwel alleen.

Ondernemend als ik ben, heb ik mezelf een gelegenheidspartner aangeschaft (Bescheiden En Al) die zich zoals verwacht geweldig heeft gedragen én geammuseerd. Ook collega L. vond het fijn dat er nog toffe vrouwen waren. Wat mij vooral intrigeerde: ze hadden slechts één gemeenschappelijk onderwerp: moi.
In den beginne toch. Na enkele uren was het gewone-toffe-vrouwenklap waar ik soms ook in kon volgen.

Een uitermate fijn feest: IT bevat ook heel veel doodgewone mensen.

Zaterdag pas laat opgestaan:  half één, een kot in de dag geslapen.
AS Adventur, Standaard Boekhandel en gewoon: een wandelingetje door de stad.
Naar Meer: spagheti eten en luisteren naar de kunsten van Dietwin de Jodelaar.
Een uitermate geslaagde nacht!
Waarvoor dank vrienden!
En vriendinnen!

Zondag begon als een wekker: piepend en afgaand.
De eerste Chirozondag is elk jaar weer een belevenis: een grote beestenwagen die dan wordt omgetoverd tot een kindertaxi. Super! Dan met de leiding hambrgers gaan eten in de Mc Donalds en hoppa, terug naar de Chiro.
Nieuwe leden, nieuwe groep, nieuwe leiding én goed weer!
Je reinste zaligheid!

En morgen: werken gelijk een beest, want: ” ‘t Zen de leste meniejer!”