Twitter, coke and bitches

Standard

Het is me al wel een zotte week geweest.
Zowel op persoonlijk als op professioneel vlak.
Persoonlijke round up:
Zaterdag leren motorijden
Maandag fotopresntatie over India
Dinsdag funch: facebook+lunch
Woensdag over’t water, naar Gent
Vandaag geteld en een beetje alles zwartgallig beginnen zien.

Professionele round up:
We zijn een bende onnozelaars bij tijd en wijlen
Goe gelachen
Bijna een traan gelaten
Training gegeven
Meer tijd doorgebracht in databases dan goed is voor een mens
Goe gelachen.

Ook deze week de eerste echte toepassing gezien van twitter in businness met de twittaway, artikels zien verschijnen over coke en Chantal De Smedt en deze even snel weer zien verdwijnen.
Excuses zien verschijnen voor een staaltje burgerjournalistiek.
Vandaag in de GB gestaan en daar geen telefoontje kunnen doen, maar wel via het draadloze netwerk kunnen twitteren.

And tha bitches?
They’re here with the ho’s!

Sensoa Sex Talk

Standard

Om half acht werd ik gisteren bij Sensoa verwacht.
Ik had me op aangeven van Michel en Pieter ingeschreven bij [email protected].
Sensoa, Vlaams service- en expertisecenter voor seksuele gezondheid en hiv, zocht namelijk seksueel actieve hetero jongvolwassenen voor een goede babbel.

De afgelopen jaren hebben ze bij sensoa altijd een duidelijk afgelijnde doelgroepen gehad (actieve homomannen, studenten middelbaar onderwijs,…) en nu was er plaats voor een minder homogene doelgroep: de heteroseksuele twintiger.
Jongvolwassenen dus, mensen tussen 18 en 30, die actief bezig zijn met hun en andermans/vrouws lichamelijke lusten.
Om een doelgroep te bereiken, moet er natuurlijk eerst onderzoek gedaan worden naar de core van het clubje.
Wie zijn ze, wat doen ze, waarom en hoe vaak en vooral: wat kan Sensoa doen om hen een betere seksuele gezondheid aan de hand te doen?

De twee onderzoeksters, Ilse en Katrien, doen voor hun onderzoek beroep op u, een ander en mezelf.
Ze zoeken 48 (acht-en-veertig!) mensen voor een zinnig en jongvolwassen gesprek over seksualiteit.
Ilse noteerde en Katrien modereerde en wij, wij vertelden honderduit.
Wij, dat was gisteren de verzamelnaam voor drie dames en ikzelf.
Actief in de onderbuik, hormonale bommen in topconditie.
Ik kan het me ingebeeld hebben, maar er hing elektriciteit in de lucht.

Spanning ook.
Logisch: seks is nog steeds een moeilijk bespreekbaar onderwerp.
Zeker met vreemden. Zeker zo technisch als gisteren.
En toch.
De deur werd hier en daar eerst op een klein kiertje gezet, maar na een kwartier vloeide het ene spontane verhaal na het andere over tafel. De situatie onder het tafelblad was snel bekoeld en het gesprek nam na de jongvolwassen en bijna puberale giechelstart een eerder volwassen houding aan.
Het ging dan ook over serieuze zaken: sleutelmomenten in de seksuele carrière van een jongvolwasse hetero.

De eerste keer, de laatste keer, de eerste keer met iemand anders, probleempjes, harde feiten, slappe feiten, gescheurde condooms die dan met een hormonenbom hersteld worden, onzekerheden en vieze ziektes.
Dat de theorie anders is dan de praktijk.
Dat de media seksualiteit in het belachelijke trekt.
Dat jongeren echt niet zitten te wachten op another live television show.
Ik bedoel maar: ik zit niet te wachten om op een doordeweekse avond op kanaal 2 2BE weer maar eens een tieten en piemel show te zien. En met mij ook minstens drie anderen.

Wat wij dan wel willen?
Realistische info.
Steun in onze onzekerheden.
Bevestiging dat er toch niets mis is met ons, ondanks ons volgens Flair lage en saaie libido.
Ik haal de statistieken misschien niet, maar ik weet wel dat mijn madame en ik goed bezig zijn.
Dat werd, niet letterlijk, gisteren bevestigd: het is in minstens nog enkele andere gevallen ook zo.

En goed bezig?
Ja meneer.
Sekssualiteit is een deel van het leven als eten en drinken en uitgaan.
Een fijne brunch van elf tot een uur of vijf in de namiddag is enorm fijn, maar om me daar elke dag aan te wagen: nee bedankt. Liever een lekkere boterham met kaas. Of met speculaaspasta.
Hetzelfde met uitgaan: gezellig op café, ik heb er altijd wel zin in. Maar om elke week een festival te doen met enorme uitspattingen: zot!

Seksualiteit is voor mezelf een onderdeel van een relatie.
En dat gaat verder dan WhamBhamBhamAah.
Intimiteit, vertrouwen, gezelligheid, openheid en goe gelachen.
En dat dat dan soms zonder kleren (nu ja) is, is mooi meegenomen.

Maar de hamvraag van de avond, Waar en hoe kan Sensoa helpen uw seksuele gezondheid te verbeteren?, bleef redelijk onbeantwoord.
Bij mijn sleutelmomenten had ik niet echt iemand nodig die raad en desnoods daad gaf. Of geeft.
Open communicatie zeg ik u, daar draait het om.
Als je iemand wel aan je lijf kan laten zitten, maar niet kan zeggen wat je nu wel of niet fijn vindt, dan is er iets mis. En dan moet er gepraat worden. Met twee.

De doelgroep was een ander katje dat gegeseld moest worden.
Want laat ons eerlijk zijn: het is niet eenvoudig om “dé jongvolwassen seksueel actieve hetero” te bereiken.
Mijn opmerking daaromtrent was dan ook zeer terecht.
Ik ken een heel aantal mensen die tot hun achtien naar school gingen (nog makkelijk te bereiken via school) en daarna gingen werken.
Vakmannen die ook voor en na hier en daar een klusje doen.
Of die gewoon zelfstandige in bijberoep zijn en zes dagen op zeven van zes tot elf in de weer zijn. Geen tijd voor vrouwenboekskes, educatieve sites of goedbedoelde foldertjes. Hoe worden die dan bereikt?

Ik weet het niet, maar Ilse en Katrien gaan daar zeker een oplossing voor bedenken.
(pers, radio, media in het algemeen,…)
Kort door de bocht: het was een fijne avond met een goed gesprek en een cinematicket erboven op.

En ze zoeken nog volk!
Vanavond in Gent en volgende dinsdag in Antwerpen (19:30, Kipdorpvest).
Inschrijven bij [email protected] als ook u een actieve heteroseksuele twintiger bent.
Het zal u en uw seksleven alleen maar ten goede komen!
Al was het maar omdat u met het filmticket naar Sex and the City, the movie kan gaan kijken…

En toen, toen werd het stil…

Standard

Apupa (*)

Begin april , de hitte is de laatste weken meer en meer verschroeiend. Om 10 u in de morgen siddert de lucht  boven de aarde en de wegen. Alle groen heeft zijn gezonde glans verloren. Elke aktie lokt een zinderende stofwolk uit. Die lange uitputtende, verschralende hittemaanden, met temperaturen die dagelijks lijken te klimmen en geen druppel regen tot 1 juni , traditioneel het begin van monsoon. Een cycloon die enkele duizenden kilometers verder raast, laat echter in zijn staart, Kerala meegenieten.  Zegen en vloek. Met bakken valt het uit de plots loodzware hemel. In minder dan een uur staan de straten onder water en gutsende beken vormen zich langs alle wegen of herschept wegeltjes tot Ardeense stroompjes. De palmbladeren daken, of de door de termieten uitgeholde lemen muren van de huisjes en hutjes  van de armen storten half in, ze hadden hun jaarlijkse hernieuwing een jaartje overgeslagen, er waren zoveel andere onkosten. “Is de monsoon 2 maanden eerder uitgebroken ” hoort men vaak, na enkele dagen bijna ononderbroken gordijnzware regens, in winkels en bij de barbiers.

… Waarom hij die boom tegenover ons  huis had uitgekozen weet ik niet. Maandelijks passeren er tientallen Indische zwervers. Mannen en vrouwen. Meestal alleen. Je ziet ze overal langs Indische wegen. Vaak zijn het bedelaars, maar even vaak zwervende reizigers,  psychatrische patienten, licht mentaal gehandicapten, weduwenaars of weduwen(**), boete doeners, allemaal schrijnend arm en overlevend van giften meestal in voedsel , soms een hemd of broek of sari(***). Slapend langs de weg of onder het afdakje van een buurtwinkeltje. Ze slapen nooit meer dan een nacht op dezelfde plaats.
Op een morgen zag ik hem vanop ons terras ontwaken, hij had waarschijnlijk ‘s nachts hier zijn slaapplaats opgeslagen. Oud, grijs en broodmager. Hij droeg enkel een bermuda met over zijn schrale schouders  een deken geslagen en onder zijn hoofd een dichtgeknoopte doek. Zo klein, zo tenger, met zijn verrimpeld herfstappeltjes gezicht en toch een monument onder die boom aan de straatkant. Hij zette zich op zijn hurken op een droog plaatsje tussen 2 plassen, krabde zijn lederen naakte rug  en begon te sabbelen op een oude korst brood in zijn rechterhand. Een gedeukte beroette tinnen beker naast zijn voeten. Ik riep Imam om met me mee te gaan om grootvader thuis uit te nodigen. Hij weigerde vriendelijk maar kordaat, hij nam mijn briefje van 20 rupees aan ( 30 eurocent), draaide zich terug in zijn deken en legde zich neer om verder te rusten.
De boombladeren lieten een lichte zwoele nevel van fijne aflekkende druppels neerfilteren over hem.

Toen ik ‘s middags van het Centrum naar huis liep had ik Manu, één van de artisanale werkers in het centrum,  gevraagd om met me mee te lopen en grootvader  een portie rijst en curry van de schoolkeuken te geven. Werner had echter ondertussen al gezorgd dat ‘apupa” zijn rijstmaal  had en Imam had apupa  ook een plastiekzeil gegeven zag ik. Manu pakte de portie in in krantenpapier en apupa zette het opzij voor zijn avondmaal. Toen het ‘s avonds bleef stromen gieten ging ik apupa nog eens vragen om toch in ons huis te komen slapen of tenminste onder het afdakje van het winkeltje vlakbij. Zijn plastiekzeil was genoeg, zei hij, hij hield ervan in open lucht te slapen.  Toen ik de volgende morgen vanop het terras ging kijken, zat apupa vanonder zijn zeil de straat gade te slagen. Voor ik naar het werk vertrok sprak ik nog vlug met Werner  af dat Imam apupa ‘s middags zijn rijstmaal zou brengen.Ik vertelde Werner dat ik vandaag 2 uurtjes vroeger zou stoppen in het sisp centrum omdat ik nog  zoveel achterstallige emails had te beantwoorden.
Toen ik echter om 4 u op kijkafstand van ons huis kwam gewandeld, zag ik vanuit de verte de politiejeep, ambulance  en agenten aan ons hek staan. “Wat kon er nu in godsnaam gebeurd zijn” dacht ik. Je kon zien aan de manier waarop de agenten zich gedroegen dat het niet om een administratieve of  verkeerskwestie ging. Naimsha kwam op me toegelopen  en vertelde dat de winkelier rond drie u ‘s middags vond dat apupa zo lang stil bleef liggen en hem dood had aangetroffen  toen hij ging kijken.
“Een kilometer verderop naar het dorp was er nog een zwerver dood gevonden” vertelde de politieagent. “De overheidsambulance komt  de dode lichamen oppikken voor de afdeling “no names, no relatives” van het grote overheidsziekenhuis, Medical college. Na autopsie worden de lichamen nog 6 maanden bewaard in de vrieskamers voor eventuele aanspraak. Daarna worden ze gecremeerd.”  In de gietende regen werd het kleine lichaam  in een laken gehuld en in de ambulance gelegd, we stonden enkele minuten de ambulance na te kijken toen hij wegreed. Geen van ons dacht er aan een regenscherm te openen.

Ik heb enkele jaren geleden die vrieskamers van Medical College voor het eerst leren kennen naar aanleiding van een ander overlijden. Het was een griezelige, mensonterende en erg schokkende ervaring toen voor mij. Er waren veel  stroompannes geweest in dekoelkamers de voorbije weken en de buitentemperatuur was rond de 40 graden C.

Apupa is dagen, zelfs weken in mijn gedachten gebleven, zo oud, en daarzo alleen stilletjes sterven langs de weg. Heeft onze vriendelijkheid in zijn laatste dagen hem iets van warmte gegeven. Was  hij eenzaam, apupa,of was het een bewuste keuze ?

India … zo mooi, zo zoet en … vaak zo wreed.

Paul
vizhinjam, 31 mei 2008


(*) apupa : grootvadertje
(**) vaak kiezen oudere mannen en vrouwen na het overlijden van hun partner voor een leven als zwerver, met enkel een knapzak.
(***) sari : typische vrouwenkledij, lange rond het lichaam gewikkelde doek

Spaghetti

Standard

Gisteren na’t werk verbazend vlot naar Gent gespoord.
Waar iedereen last had van brand in Brussel Noord, had ik geen enkele moeite om op 45 minuten in Gent Sint Pieters te staan.

Er was afgesproken om samen te koken, maar de madam had al groenten gekuist en was reeds gehakt met een uitje aan het roerbakken.
Groentjes erbij, tomatenpuree en hoppa: saus!
Pieren in een potje en een heerlijke pastaschotel stond dampend op de kleine doch multifunctionele tafel.

Mevrouw had echter net dat ietsje teveel gemaakt en hoppa: wannes krijgt een potje (extra pieren worden gekookt) mee voor tijdens de lunch!
Wat een schat is me dat toch!

Een klein bezoekje aan een afspanning in afwachting van de film van de avond brengt goede gesprekken teweeg en om half elf treden we aan in het cinematorisch theater Sphinx.
Nog een ander aanwezig koppel bevestigt dat we toch in de juiste zaal zitten.

En dan begint het.
Linkeroever.
Ik weet nu waarom ik er altijd een raar gevoel krijg.

Fring

Standard

Aangezien we de vakantiegangster een beetje uithangen, is het her en der teisteren van presentaties toegestaan. Vandaag trok ik naar Brussel voor een bezoekje aan LVT PR.
Oude klasgenoot Steven werkt daar namelijk en hij nodigde enkele bloggers uit om een babbeltje te doen met Roy Timor-Rousso, Product Marketing VP van Fring.

Persoonlijke ken ik Fring nog niet zo heel lang.
Toen ik een maand of twee geleden weer voet zette op Belgisch grondgebied, besefte ik plots dat er met mijn nieuwe telefoon wel eens fijne dingen gedaan konden worden.
ER moest iets bestaan dat IM en Skype op de telefoon kon brengen.
Liefst samen in één applicatie als het even kon.
En daar was fring.

Fring combineert in de eerte plaats een aantal IM en VoIP agents. Zo krijg je een overzict van alle op dat moment online contactpersonen van Skype, MSN, Gtalk, AIM,…
VoIP betkent dat je dus ook kan telefoneren via het internet. Klinkt als kostenbesparend, niet?

Roy vertelde in zijn presentatie onder meer over de voordelen van fring op de mobiele telefoon. En dat het gebruik van gsm’s en internet en computers allemaal redelijk aan het veranderen is.
En dat Fring eigenijk goedkoper is om mee te telefoneren.
En dat hij schrok van de prijs van data-abonnementen in België.

De conclusie van het gesprek was dat Fring in België pas echt gaat kunnen doorbreken als we een goede dekkng van wifi hebben of als de dataprijs naar beneden gaat.
Dan kan er volgens de aanwezigen (mezelf, Nico – Dipfico – Caignie, Nick – Mousseover – De Mey en Wim – Wimblog – Van den Eynde) wel eens een roze toekomst liggen in België.

We zijn in elk geval alle vier lid van de Friends of Fring: Belgian Fringsters avant la lettre als het ware…

Elias leert het alfabet

Standard

Dat we een slim broertje hebben bijgekregen, was al van het begin duidelijk. De kerel ziet er uit alsof hij twee maanden is, maar heeft de inteligente blik van een peuter.
En nu is hij, volgens meniejer doktoor van het tropisch instituut, ook aan het alfabet begonnen.

Hepatitis A.
Goed gedaan weeshuis!
Waarschijnlijk gekregen van vuil water met een beetje vadzig melkpoeder erin.
Ik hoef niets te vrezen, want ik ben ingeënt.
De madame moet de komende weken uitkijken dat haar velleke niet te hard op dat van jonge kaas begint te lijken.

“Al bij al is het besmettingsgevaar niet zo groot hoor”, werd me vanmorgen gemeld. Het gaat vooral over door faeces-oraal contact. Strontvreten dus.
En dat heeft niemand gedaan.
Maar aangezien het goedje nog steeds niet stapelbaar is, was er dus wel redelijk wat stront aan de knikker.

Wij, wij zijn goed bezig. 🙂

Verdwaasd en verbaasd

Standard

Na een uiterst fijne werkdag (echt gast, druk en plezant en veel werk en dingen te doen) stapte ik uit het kantoorgebouw in Brussel en daar was het verdwaasdste gevoel dat ik ooit had gehad.
Op automatische piloot naar het station, Go Pass kopen en het perron zoeken.
Antwerpen is “op de 5”, maar Gent is blijkbaar op meer dan één perron.

Ik moest er om half acht aan het Gravensteen zijn.
Toen ik in Brussel vertrok, had ik niet echt een idee van tijd, ter nauwernood nog een beetje van ruimte.
Het station afficheerde ee trein naar Gent om 17:51 en eentje tot in Gent St Pieters om 17:47.
Ja, dan kies ik dus, als pendelgroentje, voor die tweede.
Dat die langs Aalst gaat, drong niet echt door laat staan dat het me iets kan schelen. Markies de Sade vertelde me een schoon verhaal over sodoma et gomora en ik was stil en zoet.

Uiteindelijk geland in Gent (een lange rit, hell yeah) en buiten het station gaan kijken. Met flinke pas zette ik mezelf op weg naar wat ik dacht de juiste richting was.
Toen ik langs een garagepoort kwam die me ergens bekend voorkwam, wist ik dat ik fout was.
Tja, het zij zo.
De gids gebeld die heel snel mijn richting uitkwam (twee minuten, een mooie tijd!) en me naar het Gravensteen begeleidde. Aldaar was het gezelschap echter in een iets minder goedgeluimde bui. Dat ik wederom tien minuten te laat was.
“Jep. En legt uwe kop er maar neffe.”

Fretten in Aba-Jour, het is aan te raden. Echt lekker en gezellig en op de wenken bediend worden. Geen idee of dat in alle Gentse horeca zo is, maar het gaf een bemoedigend gevoel om nog Gents resto geweld aan te doen in de toekomst.
Daarna een portie performance art bezocht in de Pekelharingstraat en een dreupelke gaan drinken in het Dreupelkot.
Een uiterst gezellige avond, als het ware.

Ja, Gent. Ze mogen mij daar nog verwachten.
Volgende keer moet de politie mijn veiligheid niet zo hard garanderen als gisteren, maar toch.

Ah, mijn favoriete groente? Een sjallotje…

Gent

Standard

Wegens een reeds lang geleden gemaakte belofte verzeilde ik gisteren in Gent. Niet zo exotisch als anderen, doch voorbij de Kennedytunnel en da’s voor ene verstokte boerenzoon nog altijd een beetje de grens van het toelaatbare. De tunnèl zelf hebben we niet gezien wegens per spoor (keddeng keddeng) gespoord en samen met, ik vermoed, alle studenten uit de Gentse binnenstad tot in St-Pieters gereden. Redelijk gek, zo een stapje terug in de studententijd van weleer: geen bal veranderd. Ik voelde me ook niet per sé verveeld met de studentikoze situatie, maar dat schijnt eigen te zijn aan de mentale staat van de gezondheid: eens achtien, altijd achtien…

Evelien deed een tentoonstelling van haar foto’s in de Ratz (over den Opera). Het waren helaas niet zoveel foto’s, maar wel mooie en ‘t was met hapjes en drankjes en schoon volk. Zowel ter plaatse aanwezig als zelf meegenomen. Ook Sara was er en ik had ook nog een handvol dames mee. Bleek er 66% van mijn meegebrachte juffrouwen bij evelien op school te zitten! De wereld is toch klein. Joa zenne, joa.

Helaas was het voor de rest een gewone zondagavond zoals alle anderen wat inhield dat het gezelschap en ikzelve niet van vermoeidheid gespeend waren. Jammer, want het was er echt wel heel gezellig.
Ik vermoed zelfs dat ik er nog ga komen, daar in Gent. misschien zelfs wel sneller dan dat Gent klaar is voor een Antwerps bezoekje van mezelf.

Waar de grote intocht van studentenminnend Vlaanderen nog steeds (nu ja) nog niet veranderd is, zijn koten dat dus wel. Waar ik op mijn kot een radio en een computer had, is het nu blijkbaar heel gewoon om een radio en een televisie en een dvdspeler en een laptop en een printer en en en en te hebben. Geen erg en we moeten allemaal mee met de tijd, maar toch: het is anders.

Maar de grootste verrassing kwam vanmorgen.
Met de trein vanuit Gent naar Brussel treinen is dus een pak beter dan vanuit de Sinjorenstad!
Rustig en comfortabel (ik zat dan ook per accident in eerste klas) en niet lang onderweg. En weet je wat, ik hou van die combinatie. Vooral omdat er dan fijn gelezen kan worden.
Ik had van de papa namelijk een informatiebundeltje gekregen van de GOM (nu bekend als VLAO).
En daar staat verdikke interessant gerief in.
Gelukkig zijn er ook iets recentere versies die net iets beter geschikt zijn op dit moment denk ik.

Gisteren nog gezegd: 2008 wordt een retestrak jaar!

A vast amount of water

Standard

Dat lijkt me de beste omschrijving van de backwaters.
Het is er eeeeenooooorm!
Echt, niet in woorden te vatten.
De dag als geheel was ook enorm: zowel in tijd als impressies als in ontmoetingen.

Om half zven de bus naar Trivandrum genomen om daar over te stappen op de Super Fast naar Kollam. In Kollam lag er namelijk een boot op me te wachten voor een tochtje van 80 km over een van India’s mooiste wateren: de backwaters.Deze natuurlijke kanalen worden nu geregeld uitgebaggerd, maar zijn al honderden jaren de beste handelsroute tussen verschillende kuststeden. Ze lopen gelijk met de zee en op sommige stukken is de strook schdingsland maar 15m breed. Redelijk bizar.

De waterlopen zijn ook een zeer dorpse aangelegenheid: het makkelijker om met de kano van hut tot hut te gaan dan om een auto te nemen. De dorpelingen wonen dan ook half op het water. Velen van hen zijn vissers en gebruiken bijvoorbeeld Chinese kruisnetten. Mooi mooi.

Als ik om half tien aan de boot aankom (drie uur bussen is hier geen aardigheid) blijkt dat hij niet om tien zal vertrekken, maar om half elf. Een beetje uitstel van de dingen is ook niet zo gek hier.
Wat relaxen, ontbijten en genieten van de hlemaal niet zo warme dag, het hoort er bij.

Wat ik de komende acht uur te zien krijg slaat alles. Enorme massa’s water, voetbalvelden grote vlakten met niets dan water, boten en visnetten. Het geheel wordt netjes omkaderd met palmbomen en jungle.  Als in de namiddag de zon doorbreekt, is dit de zoveelste keer dat ik hier een stukje paradijs ontdek…

Net als ik denk dat ik alles heb gezien voor vandaag, duiken er enkele honderden eenden op. Echt als een kudde schapen lopen ze achter de hoofdeend aan. Wat een hoop! Wat een troep! Wat een zwerm! Wat een, let nu even op, TOOM eenden!
S C H I T T E R E N D

Ergens halverwge de dag ontdekken we geviren dat we dezelfde taal spreken. Gek om in het engels met elkaar aan het babbelen te zijn, een woord niet weten, luidop in het nederelands denken en dat dan de ander het juiste engelse woord geeft. Bizarre situatie, maar wel gezellig.
Amsterdammer, tweede keer in India, programmeur, reist nogal snel overal doorheen, al op een hoop plaatsen geweest (China, Rusland, Peru, Vietnam,…) maar altijd snel snel. Zo is hij twee jaar geleden in CHina geweest: 40 steden/dorpjes op veertig dagen… Lijkt me net iets te gestresst en teveel onderweg.
Maar China, het is iets voor een volgende. Net als Vietnam. En Bangladesh. En Mexico. En Peru. En Argentinie.

Maar nu: fruhstucken beim German Bakery!

Banglore: load and clear

Standard

Of toch niet zo ‘clear’: het zicht wordt dankzij de smog lichtelijk beperkt. Nu ja, een paar dagen uitlaatgassen ademen zal het leven wel verkorten maar de levenskwaliteit gaat er op vooruit!

 Een korte samenvatting van de week tot nu toe, want de uitgebreide versie kan ik alleen maar vertellen aan de hand van foto’s. Ook belangrijk om weten voor je verder leest: emoties en bedenkingen kunnen anders overkomen dan ze bedoeld zijn.
Want wat er ook volgt, het is hier onnoemelijk fijn toeven!

Maandag, Mysore.
De dag begint uitermate vroeg: 07.15 wordt er vertrokken met een bus vol Indiers. Gezellige boel en vanalles. De meeste mensen zijn dertigers en veertigers wat me direct, buiten de drie kleine huilbengels, tot jongste van de hoop maakt.

De tour was niet echt een geweldig succes. We stoppen (redelijk lang) in twee shops waar de geinteresseerden houten gerief en saaries en hemden kunnen kopen. Dat de tourmaatschappij en de overheid en de winkels samen in hetzelfde bedje ziek zijn hoeft geen betoog. De gevleugelde woorden van de gids (“…and you can buy buy buy!”) vallen dan ook meer dan eens.  Ik kom daarvor niet echt naar hier. Shoppen is voor eind januari…

Als we wat later bij het zomerpaleis van Tipu Sultan komen, mag ik 100 rupees betalen, waar autochtonen het schamele bedrag van 15 rupees mogen ophoesten. Deze teakhouten villa is ongetwijfeld een fijn buitenverblijf, maar de gids is vrij karig met uitleg en veertig minuten later is het gedaan.

Het echte paleis van Tipu Sultan is volledig vernield door de engelsen, dus daar kan enkel de tempel van bezocht worden. Mooi, maar de randanimatie (opdringerige prullariaverkopers en dito schoenenbewaarders) vind ik storend. Dat ik daar aan moet wennen als ik de toerist wil uithangen staat buiten kijf, maar toch.

Als we dan uiteindelijk bij het pronkstuk van de dag, Mysore Palace, komen, krijgen we maar een uurtje de tijd. Een uur!
De gids maakt ons de hele tijd warm en vertelt dat dit het mooiste paleis ter wereld is (wat ook echt wel zo is, moet ik toegeven) en dan mogen we maar eventje piepeloeren…
Het wordt een half uur door de binnenkant crossen en dan langs de buitenkant voor foto’s.
Echt, het paleis van Fata Morgana  van de Efteling, maar dan echt.  HIer wil ik terug komen, rustig en op’t gemak.

We crossen nog wat rond met de bus, op naar CHamundi Hill. Hier staat een tempel en er zijn blijkbaar nog mensen die het ding weten te vinden: er wordt bijna gevochten om het heiligdom te benaderen. Volgens mij heeft dat weinig met religie, van eender welke aard dan ook, te maken. Vooral de man van de security die iedereen aanmaant om sneller door te gaan werkt lichtjes op het systeem… De tempel op zich is echter een fijn stukje religieuze kunst. Ik ben er redelijk weg van, van dat hinduistische bouwgerief.

Als we daarna nog naar een tuin gaan kijken, is voor mij de maat vol. Deze tuin is lichtjes te vergelijken met het stadspark in Antwepen, maar dan zonder hoge bomen en met een muzikaal fontein. Weinig tot geen planten en bloemen, geen propere vijver, …
Nee de tour van KSTDC is zeker geen aanrader.

Dinsdag: Bangalore itself.

Ik start de dag met een rustig ontbijt en een wandeling door de stad. Op de “wilden boef” want er zijn niet echt veel stadsplannen te vinden. Geen probleem, een par herkenningspunten onthouden en kleir zow!
Schiiterende stad, echt. Alles wat een stad moet hebben volgens mij.

Veel volk, schreeuwerige winkelbedienden en semimarktkramers, veel verkeer waarbij je je leven riskeert als je de straat oversteekt en eten en drinken dat langs alle kanten quasi gratis kan worden aangekocht (10 cent voor een kopje koffie?). Een fijne voormiddag met als buit een kilo appels, een hemdje en twee leesboeken, tweedehands. Want dat hebben ze hier verdrie in overvloed, engelse boeken voor geen geld! Ik denk dat mijn valies wel lichtjes te zwaar gaat terugkomen…

De namiddag is er weer een KSTDC tour, dit keer in Bangalore. Een tweede zomerpaleis van Tipu Sultan, Lahlbaggarden, de Bulltemple en de Shiva Temple. Ook weer een silk en clothes shop vna de overheid waar ik netjes buiten blijf wachten na vijf minuten rondgekeken te hebben.
De Shivatepel is de graafste.
Met een grot en een verhaal en een beetje occulte figuren die er ronddwalen.

Het beste aan de dag is echter het tegenkomen van fijne mensen. Jessica is een Amerikaanse studente die hier honingbijen komt bestuderen voor een maand of negen en Mercedes is een Argentijnse schone die gewoon op verlof is en er een werkgerelateerd bezoek aan een SAP congres aan breidt. Fijne juffrouwen en dat is blijkbaar wederzijds want er wordt besloten samen te eten. Het mag al eens wat deftiger en uit de band springender dus wordt er in het superchique hotel van Mercedes gegeten.
Dat haar baas betaalt is achteraf mooi meegenomen, maar een aal you can eat indisch buffet voor 135 rupees is nu niet echt de moeite om het te laten liggen, wel?

Vandaag was er een tour gepland, doch wegens te weinig volk is die afgelast. No problem at all, want ik heb het gehad met de package tours. Ik zal wel wat ronddalken en mezelf amuseren.
Op naar het commerciele centrum aan MG Road en Brigand Street.
Daar is het fijn toeven, zo tussen de Pizzahut, MC Donalds en The Donut Baker. Westers en oosters bij elkaar, het is redelijk grappig.
Ook hier een pak boekenwinkeltjes en ik kan The Hitchhiker’s Guide To The Galaxy dan ook niet laten liggen. Samen met The Chronicles of Narnia voor 1000 rupees, en nieuw… Geen werelddeal, maar aangezien ik morgen twintig uur op de trein zal zitten is een goed boek nooit weggesmeten…

De rest van de dag gedalkt, gepicknickt in Cubbon Parc, langs de post voor brieven aan mensen zonder internet en een driewieler naar het hotel wegens de weg kwijt en het beu om te wandelen.

Morgen de trein en vrijdag in Kovalam bij de mensen van SISP.
The future is bright, the future is…
(een portie rijst en sambal in februari voor wie deze slogan correct aanvult…)

Verandering van spijs

Standard

Het moet niet altijd het centrum van de wereld zijn waar ik de zon uit mijn gat laat schijnen. Gisteren een bezoekje gebracht aan de stroppendragers in Gent.
Plezierig en gezellig eens ik er was.
Ik had moeten weten dat de Krommenelleboog niet direct een straat is waar ik direct naartoe had kunnen rijden.
Ik heb dan ook ongeveer heel de Gentse binnenstad gezien, wat door het late uur van aankomst en het druilerige weer een redelijk desolate indruk gaf.
En ook: moest Gent een soevereine staat zijn, hun grootste exportproduct zou de eenrichtingsstraat zijn.
Overal! Eén! Richtings! Straten!
Doch: niet getreurd want het gezelschap was aangenaam en ‘t was plezant en lekker eten en al.

MAAR!
Om vanuit de hoofdstad van Oost-Vlaanderen op een deftige manier (zonder file, zonder kleerscheuren,…) in Leuven te geraken, moet een mens onnoemelijk vroeg opstaan.
Om zes uur vertrokken en om tien na zeven toegekomen. Damn.

En nog!
Als inwoner van het centrum der wereld (Aantwaarepe ist centrùm, de rest is pàrreking) ben ik gewoon om langs de E19 richting hoodstad van het bier te vliegen met de Porsche Fiësta. Vandaag was dat echter enigszins anders.
De E40 is de ultieme nachtmerrie voor elk geciviliseerd menspersoon. Ik heb dan ook een uur lang met de daver op het lijf gezeten.
En op één ochtendrit meer ongevallen gezien dan in de hele maand september samen!

Ik blijf het zeggen: ze zijn zot over’t water!
Maar dat zullen de mensen van Linkeroever ook wel zeggen…

België – Holland

Standard

Het was een groot feest, zijt maar gerust!
En alle negativisten ten spijt: een gelijkspel was te weinig!
We hadden verdrie moeten winnen!

Voor mezelf als niet-voetballiefhebber: sfeer is alles op en dag als gisteren!
Nu, ik voetbal graag, maar om daar negentig minuten vanuit een zetel naar te kijken?

Geef me dan een stadion!

En zo geschiedde…

Standard

Gisteren was er een old skool retro house feestje in de Mussenakker. Dolle pret, dat kan ik je verzekeren!

Vooral omdat een heleboel dames en heren lichtelijk gekleed gingen als volledig losgeslagen Johnny’s en Marina’s.
Foto’s van de vorige editie:

Af en toe kon er, dankzij het elfde gebod ook een jump’ken geplaceerd worden.