Gent

Standard

Wegens een reeds lang geleden gemaakte belofte verzeilde ik gisteren in Gent. Niet zo exotisch als anderen, doch voorbij de Kennedytunnel en da’s voor ene verstokte boerenzoon nog altijd een beetje de grens van het toelaatbare. De tunnèl zelf hebben we niet gezien wegens per spoor (keddeng keddeng) gespoord en samen met, ik vermoed, alle studenten uit de Gentse binnenstad tot in St-Pieters gereden. Redelijk gek, zo een stapje terug in de studententijd van weleer: geen bal veranderd. Ik voelde me ook niet per sé verveeld met de studentikoze situatie, maar dat schijnt eigen te zijn aan de mentale staat van de gezondheid: eens achtien, altijd achtien…

Evelien deed een tentoonstelling van haar foto’s in de Ratz (over den Opera). Het waren helaas niet zoveel foto’s, maar wel mooie en ‘t was met hapjes en drankjes en schoon volk. Zowel ter plaatse aanwezig als zelf meegenomen. Ook Sara was er en ik had ook nog een handvol dames mee. Bleek er 66% van mijn meegebrachte juffrouwen bij evelien op school te zitten! De wereld is toch klein. Joa zenne, joa.

Helaas was het voor de rest een gewone zondagavond zoals alle anderen wat inhield dat het gezelschap en ikzelve niet van vermoeidheid gespeend waren. Jammer, want het was er echt wel heel gezellig.
Ik vermoed zelfs dat ik er nog ga komen, daar in Gent. misschien zelfs wel sneller dan dat Gent klaar is voor een Antwerps bezoekje van mezelf.

Waar de grote intocht van studentenminnend Vlaanderen nog steeds (nu ja) nog niet veranderd is, zijn koten dat dus wel. Waar ik op mijn kot een radio en een computer had, is het nu blijkbaar heel gewoon om een radio en een televisie en een dvdspeler en een laptop en een printer en en en en te hebben. Geen erg en we moeten allemaal mee met de tijd, maar toch: het is anders.

Maar de grootste verrassing kwam vanmorgen.
Met de trein vanuit Gent naar Brussel treinen is dus een pak beter dan vanuit de Sinjorenstad!
Rustig en comfortabel (ik zat dan ook per accident in eerste klas) en niet lang onderweg. En weet je wat, ik hou van die combinatie. Vooral omdat er dan fijn gelezen kan worden.
Ik had van de papa namelijk een informatiebundeltje gekregen van de GOM (nu bekend als VLAO).
En daar staat verdikke interessant gerief in.
Gelukkig zijn er ook iets recentere versies die net iets beter geschikt zijn op dit moment denk ik.

Gisteren nog gezegd: 2008 wordt een retestrak jaar!

Zweethut

Standard

Een zondagmiddag is ideaal om eens stevig van zweetreet te doen. Sauna Jona is echt geweldig te gebruiken voor dat doel: zweethutten, stoomkamers, zwembaden.  Eigenlijk was ik een beetje verbaasd en verrast.

Vooral het naakte aspect is een beetje onwennig doch al snel overheerste het heerlijke vrije gevoel. En niemand deed er gek over: ik naakt, samen naakt, dikke sfeer!

Echt, ik ga er nog komen, wees maar gerust!

The Future: direction made

Standard

Het leven kan al eens rare wendingen aannemen.
Vaak zijn we er zelf bewust voor verantwoordelijk, maar meestal worden we gestuurd door een gevoel. Een gevoel van welbehagen, een gevoel dat het goede in de mens boven brengt.

En dat goede, dat mag al eens ene beetje egoïstisch zijn: goed zijn voor jezelf is heel belangrijk, zei een wijze dame me ooit.
Wij waren gisteren goed voor onszelf. En ons gevoel, dat zat ook volledig in de juiste richting.

Het begon aan de Wetstraat te Brussel. Daar waar het Warandepark een hoekje maakt.
Een Peugeot 306 stopt en ik gooi m’n rugzak op de achterbank. Ik had een heel sterk vermoeden over wie er in die auto zou zitten, dus het risico op verlies van boeken, rugzak en muziek was redelijk klein.
Het geluk was aan mijn zijde want de bestuurder was niemand minder dan de enige echte Olivier. De jongen had geluk dat ik bij hem instapte, want hij had geen flauw idee van hoe uit Brussel weg te geraken. En daar had deze jongen nu echt wel zin in: na een werkdag van 10u wou ik niet liever dan de hoofdstad verlaten. En gelukkig ken ik de weg aan die kanten een beetje.

De tunnels van de Belliardstraat leiden zoals alle wegen naar Antwerpen alwaar de derde tochtgenoot ons zou vervoegen. Glenn stapte buiten en in en daar gingen we: op zoek naar een plaatsje met rust en vrede en gezelligheid.
Een volkse dan wel bruine kroeg genaamd “den Haan” werd onze vergaderruimte.

Het was een fijn weerzien: we hebben dan ook samen al heel wat fijne momenten beleefd. Vooral in de periode dat er aan het eindwerk moest worden gewerkt was het telkens opnieuw lachen geblazen. Ook ernst deed zich voor, maar dat werd meestal snel de kop ingeduwd met een lol en een lach.

Wat me opviel was hoe weinig we alledrie zijn veranderd: niet alleen botsen de karakters nog steeds niet echt, ook het centrale idee van de avond was voor elkeen onuitgesproken hetzelfde. Heerlijk toch, babbelen met zielsgenoten?
Het was fijn om te zien hoe we met ons gedrieën uit het niets een toekomstbeeld konden toveren uit de grote hoge doch spreekwoordelijke hoed.
Het was als het ware een brainstorm op lag water.
En nee, mijlenver in de omtrek was geen spijker te zien.

Het besluit van de avond?
Dat den Haan een fijne keet is, dat de durum en de kipcorn van Plein 4 echt wel in orde zijn en dat het altijd lachen is om door het Schipperskwartier te wandelen en mensjes te kijken.
Want zo zijn we dan eh.

Trein

Standard

Sinds een kleine week trein ik elke dag.
Het simpele traject van Antwerpen naar Brussel. Treinen genoeg elk uur, maar blijkbaar is dat toch niet allemaal gelijk. IC, IR, P, L. IC en IR zijn de rappe, P weet ik sinds vanmorgen is de Piekuurtrein en de L trein heb ik maandagochtend ontdekt.

Na een bijzonder korte nacht (vergaderen en belangrijke gesprekken en al) dacht ik het slim te spelen en niet te wachten op de latere IC-trein van 07:20, maar de direct bevredigende L trein van 07:06 te nemen.
Die L en IC, het kon toch niet zoveel uitmaken, dacht mijn naïeve (en tot achter de oren van vlinders voorziene) ik.

Pas toen er een minuut of twee werd gestopt in Eppegem (ik wist ook niet dat dat bestond) begon het me te dagen dat ik wel degelijk op een trage stoomwagen was terechtgekomen. Dat ik wat later in Mechelen met gemak, moest ik het geweten hebben, de snellere doch latere trein van 07:20 kon halen. Dat ik nu een uur en twintig L-minuten reed in plaats van de veertig IC minuten.
En dat ik bijgevolg iets later dan gepland op het werk was.

Is dat erg?
Gaan we dan zeuren?
Moeten we dan kniezen?
NEE!

Want nu heb ik toch minstens één lijn op mijn Go Pass die ten volle gebruik heeft gemaakt van de infrastructuur van de Belgische Spoorwegen. Ha!

Ratrace

Standard

Aangezien kathedralen van mijn kaliber geregeld honger hebben, dienen er centen verdiend te worden om boterhammen met choco te kopen. Op zich is dat niet zo’n probleem doch na drie maanden stil gelegen te hebben, is er toch een laagje roest op het arbeidsscharnier gekomen.

Gelukkig is er op dat moment iets als een doorlopend contract van onbepaalde duur dat me de werkgelegenheid geeft die ik nodig heb. Een zeer fijne zekerheid, geloof me vrij.
Mensen die ik in het oosten tegenkwam stonden telkens opnieuw versteld van het gemak waarmee mensen in België lang op vakantie kunnen gaan. Ik denk dat het tijdskrediet bijna alleen in België toegepast kan worden. Bij Vacature geven ze er deze week zelfs een televisieaflevering over. Ha! Ben ik weer een trendsetter…

Maar er zit dus wat roest op het werkhengsel. Het is een beetje als gaan joggen als je jaren geen meter uit je zetel bent geweest: hevig en vol goesting begin je eraan.
Op zich is springen en zwmmen wel de beste manier om de spreekwoordelijke arbeitsconditie te verbeteren. Ik was woensdag dan ook maar wat blij dat ik na een half dagje “on the bench” (on the beach herinnert pijnlijk genoeg aan het enorm schone Goa) op interview mocht waar men me echt wel nodig had.
Stress, druk op de ketel, chaos: woelig water als het ware.

Woensdag interview en goedkeuring, donderdag werken als een echte heer.
Dat ik in 2008 een nieuw leven zou beginnen, stond al langer vast. India was dan ook een mooie insteek voor het nieuwe levenspad.
Het is echter wel écht veranderd: hartje Brussel, met de trein, internationale omgeving. Gelukkig is er nog iets vertrouwd: de financiële sector.

Het fijnste is de internationale omgeving. Want met de trein is (nog) wel gezellig, maar samenwerken met mensen uit China, Pakistan, Londen en Parijs is helemaal de max. Nederlands, frans en vooral engels zijn de voertalen in onze kleine testruimte. Schitterend!
Daar komt dan nog het chaotische en drukke programma bij (enorm veel defects open, twee weken voor go live date…) en mijn dag is goed. Dat ik nu elke dag later thuis zal zijn dan voor ik naar India vertrok, vind ik momenteel nog niet zo erg.  Dat het takenpakket grotendeels hetzelfde is als voordien, kan me ook maar weinig schelen: het is voor een maandje. En mijn zinnen worden gescherpt. De goestingneemt toe met de minuut. Spontaan wordt er gezegt dat op zaterdag een half dagje komen werken geen erg is.

Ik ben dus terug.
Back in business.
En het mooiste gaat nog komen de volgende weken en maanden!

The clean mean machine

Standard

Een nieuwe lente, een nieuw geluid. Zo ook voor de computer en zijn schijven.
Er is een hoop werk aan en eerlijk gezegd niet het fijnste jobke dat er is.
Er moeten backups gemaakt worden van:

  • foto’s van de afgelopen drie maanden
  • muziekjes
  • films
  • foto’s van de voorbije vijf jaar

Er moeten fotoboeken gemaakt worden van

  • India
  • Schotland
  • Her en der gemaakte kiekjes

Er moeten mappen worden samengevoegd vanop vijf verschillende plaatsen, er moet een heleboel weggesmeten worden en daarna mag de disk cleaner beginnen.

Gelukkig zijn er nog mensen met een vervroegde lenteschoonmaak bezig zodat we daar wat ideetjes van kunnen pikken. Dank u wel Pietel  (en Kevin)en Clopin!
En dan moet er nog iets structureels gevonden worden naar de toekmst toe.
Damn, drie maanden maken een mens wel heel ambitieus…

What a day

Standard

Oh Belgium, dacht ik gisteren.
Op woensdag van feestenbiebel gedaan in de buurt van onze woonst met de heren.
Lekker eten, gezellig een glas drinken en thuiskomen in café den Haan. Daar een klapke gedaan met Dirk de barman (die verdikke nog wist da’k was weggeweest!) en met enkele stamgasten.
En dan is het donderdag en moet er vanalles gedaan worden.
Fotomuseum, Muhka, eten bij Saffraan en bijbabbelen met Sara.

Op weg naar het fotomuseum nog even binnengesprongen bij de vrienden van 10 om Lies een beetje te doen verschieten en hey: dat lukt dus eh.
De tentoonstelling van Belgicum door Stefaan Vanfleteren was ook wel de moeite, maar Lies’ gezicht was echt goud waard. Terwijl ik zo door de portretten liep, groeide het idee om met enkele mensen die zich bij tijd en wijlen ook wel eens langs een objectief proberen uit te drukken een soort van tijdelijke galerij te maken in ons jeugdhuis. Moet te doen zijn.
Dan met Bert naar het Muhka voor de Indiase sculpturen van Santhal Family.

Mooie tentoonstelling, maar je moet voor moderne kunst zijn. Ik kan er geen tijd en moeite in steken om voor elke expressie een uitleg à la Jan Hoet uit de mouw te schudden. Ik vind dat kunst in eender welke vorm een gevoel moet oproepen. Anders is het jammer. Ik vind kunst dan ook goed of niet goed.

Een kleine telefoon met een op dat moment halve pan leert me dat de komende dagen alle aandacht naar het aanstormende kampvoorbereidingsweekend kan gaan. Gelukkig weet het kwarreke zich wat op te werken naar het einde van het weekend toe…

“En Wannes,” vragen de mensen dan, “ben je al terug aangepast aan België?”
Bwoa ja. Feest en plezier en gezelligheid.
Vrij utpoisch om dat als aanpassen te zien.
Binnen een week of twee klappen we nog wel eens…

Beesten

Standard

Zelf heb ik alleen maar last van een stevige snotvalling (en een beetje hyperkinesie) maar er zijn wel mensen uit de directe omgeving die ik op de één of andere manier een stevig koortske heb gegeven.
Zonet telefoon van de juffrouw: of ik malaria heb meegebracht. Of lepra of iets anders waarvan je enkele dagen gelijk een stoof in bed steekt.

Nee lieve dame, geen ziektes.
Denk ik.
Morgen komt de bloeduitslag, dus dan weten we meer…

Het kan natuurlijk wel dat mijn lichaam iets meer tegen tropische wormen en ziektekiemen kan dan dat van de doorsnee Belgische babe. Woeps.
Of dat  Belgische  meisjes  niet gemaakt zijn om halve nachten buiten in de koude te filosoferen. Twee dagen na elkaar.

Morgen uitslag van het bloedonderzoek.
Ik ben wel eens benieuwd.
En ik voel me al bij voorbaat een beetje schuldig.
NOT.

Fatal error

Standard

Er zijn leukere dingen om mee wakker te worden dan een fatal error in de cache.php.
Zeker voor een leek als ik, die liever geen php van dichtbij bekijkt wegens onverstaanbaar.
Gelukkig zijn de mensen van a small orange zeer hulpvaardig en draait alles weer min of meer als voorheen.
Maar toch, een lichte stress durft me wel eens overvallen op zo’n moment…

Back in business

Standard

Het echte leven in de ratrace duurt nog een week, maar vandaag worden er enkele verkennende gesprekken gevoerd.
Terug in het pak, netjes gladgeschoren, haar in de plooi, strak als een kanon.
En toch, toch ben ik lichtelijk zenuwachtig.

Het is drie maanden (en langer) geleden dat ik nog een serieus gesprek heb gevoerd van meer dan twee minuten. Vandaag moet ik minstens twee serieuze gesprekken voeren van meer dan een uur.
Het zal vreten schat ik.
Vreten aan de hersennen, nadenken over woorden, wikken en wegen.
Mezelf verkopen, eersteklas vlees aan de man brengen zoals een marktkramer zijn beuling probeert te verkopen.

Gelukkig ben ik de beuling en wordt de rol van marktkramer door een vakbekwaam persoon gespeeld.
Het worden fijne toneeltjes, dat zeker wel.
Want ondanks de lichte zenuwen heb ik er wel een ongelooflijke zin in. Zin om mezelf te zijn in een donker pak en een wit hemd. Met das en net schoeisel.
Weg flodderbroek, afgewassen t-shirt en teensletsen. Weg je m’en foutisme.

Vandaag worden de eerste stappen gezet naar de mooie toekomst van een beuling met keurmerk, wees maar gerust!

Ja dokter, nee dokter

Standard

Drie maanden in den vreemden laten een mens’ lichaam niet volledig onberoerd, moet ik eerlijkheidshalve wel toegeven. Het is niet allemaal ven slecht met lijf en leden, maar een kleine bodycheck bij meneer doktoor was wel van doen.

Zo is er enerzijds de lichte vrees voor beesten in het bloed. Momenteel zijn die nog volledig onzichtbaar, maar er zijn verschillende redenen om aan te nemen dat er meer dan één wormige bewoner wordt gehuisvest in de bloedbanen.
Zo is er de open wonde geweest tijdens de derde backwatertour.
Nu ben ik niet van een kleintje vevaard, maar als de hiel opengaat tijdens een boottocht door open riolen durf ik aan te nmen dat dat snel ontsmet moet worden. Wegens technische beperkingen op het moment, is dat echter niet gebeurd.
Het wondje groeit dan ook niet dicht.
Een bloedonderzoek loopt dan ook sinds gistenavond.

Anderzijds heb ik twee keer een hevige koortsaanval gehad in het verre India.
Die aanvallen werden dankzij de burcht van een lichaam elke keer na een zwetende nacht succesvol afgeweerd, maar de kans bestaat natuurlijk dat er een beetje van de virussen is blijven hangen. Dat die ergens aan de lever zitten te knagen, de pancreas proberen te verorberen of de blinde darm ziende maken met hun kleine blinkende oogjes.
Gelukkig was de dokter zo goed om het bloedonderzoeksformulier op die punten aan te vullen.

Nog een zijde durft de weerstand te belichten.
Wegens niet zo’n goede eetgewoonten van de indische medemens is die lichtelijk verdwenen. Ik ben iemand die een hele tijd op reserves kan teren, maar als ik geen vitamines doch bacillen binnenkrijg, word ik ziek.
Rijst met curry mag dan wel lekker zijn, veel voedingswaarde bevat het niet. Het aantal groenten dat het spul bevat is minimaal: twee worteltjes en een tomaat voor vijftien personen…
Gelukkig gaf de dokter een vitaminenkuur.

Dat ik ook spontan hier en daar begin open te scheuren is waarschijnlijk een samenloop van omstandigheden. Ik meende direct aan lepra te denken, ik heb nu eenmaal een maand bij lepradragende medemnsen gezeten, maar die kans is nogal klein. En dat zien we dan wel…

MAAR!
Speciaal voor de vrouwtjes!
Er is ook vreselijk goed nieuws!
De kathedraal van een lichaam is prachtig gezandstraald en heeft hier en daar een likje verf gekregen. Uit welingelichte bron (vanop de eerste rij, zowel letterlijk als figuurlijk) heb ik kunnen vernemen dat het een lichte verbetering is.
Wannes2.5 al het ware!
Helaas voor de meeste vrouwtjes: too little too late…

Back to the future

Standard

Verre reizen zijn altijd een beetje speciaal. Zeker als je met het vliegtuig gaat. Niet zo best voor de Kyotonorm, maar naar Bangalorese normen valt dat allemaal wel mee.
De controle op de luchthqven was redelijk streng met als gevolg dat Wannes een halve nacht op de grond heeft geslapen en pas om vier uur binnen mocht om een stoeltje te zoeken en te crashen.
Koffie is op zo’n moment een vrij straffe drug: weinig slaap, doodmoe en caffeïne. Zij die me kennen weten hoe ik dan reageer…

De rest van de trip naar het f***ing koude België (trema!) verliep als het ware enorm vlot. Overstappen in Londen met een wachttijd van 15 minuten en dan: Brussels International.
En daar stond het hele ontvangstcomité van de familie De Loore klaar, met spandoek en al! En dan ben ik dus blij eh.

This is the end…

Standard

Wat ik meestal mis in het lecven is een passende soundtrack. Momenteel zou The End van The Doors niet misstaan. Ik zou alleen al om die reden graag in een film leven, doch dit geheel terzijde.
Gisteren en vandaag zijn de laatste dagen in Mother India.
Twee dagen in de Big Bad City of Bangalore, beter bekend als the city where the streets have no names.

Behalve een paar van die straten dan. En ik heb daar vooral rondgehangen, kwestie van al een beetje te wennen.
MG Road, met al haar bars, westerse ketens en Mc Donalds (“no beef is sold here”) en KFC. Helaas werd ik lichtelijk verplicht om hier rond te hangen: het is verdikke de enige plaats in Bangalore waar je “traditionele souvenirs” kan kopen. Niet dat ik er veel van moest hebben, maar toch enkele.

Nu loopt deze dinsdag op z’n einde en wordt er gewacht.
Er is dus tijd voor een uitgebreid diner, internet en een overpeinzing van drie maanden in Verweggistan. Want ondanks dat het hier enorm bangelijk is, was Belgie echt wel vaak in m’n gedachten. Het is per slot van rekening zowat de beste plaats om te wonen, ik zal het u verzekeren.

Het is, zoals Peter in Agonda zei, een afscheid “with a crying eye and a laughing eye”. Het is dan ook heel dubbel. Aan de ene kant ben ik blij omn terug te keren naar vrienden en familie en m’n eigen bed en de zetel in ons living en de huislijke warmte en de Chiro en de Mussenakker en het werk en al.
Aan de andere kant is het heel erg jammer om alles wat ik hier zo graag heb achter te laten. Zoals daar zijn: de vriendelijke mensen, de chaos en anarchy op de straat, het heerlijke eten, eten met de vingers, no stress no worries, warm weer,…

Gelukkig zijn er een aantal dingen die ik mee kan nemen in m’n rugzak. Goeie muzieks, een beetje heel lekker home made chilli poeder, gepofte rijst, sweets, tailor made kleding, nieuwe gsm (ik ben nu eenmaal een materialistische geek), eten met de vingers, verbannen van het toiletpapier,…
En die zaken, die gaan me dagelijks aan alle fijne momenten doen herinneren.
En mocht ik iets vergeten: ik heb drie Moleskines netjes volgeklad met dagdagelijkse belevingen en beslommeringen. Voeg daarbij 14 GB aan fotomateriaal en ik denk dat u een idee hebt van mijn extern geheugen…
De interne schijf draait echter nog enorm goed, dus verhalen en al: u vraagt, wij draaien!