What a day

Standard

Oh Belgium, dacht ik gisteren.
Op woensdag van feestenbiebel gedaan in de buurt van onze woonst met de heren.
Lekker eten, gezellig een glas drinken en thuiskomen in café den Haan. Daar een klapke gedaan met Dirk de barman (die verdikke nog wist da’k was weggeweest!) en met enkele stamgasten.
En dan is het donderdag en moet er vanalles gedaan worden.
Fotomuseum, Muhka, eten bij Saffraan en bijbabbelen met Sara.

Op weg naar het fotomuseum nog even binnengesprongen bij de vrienden van 10 om Lies een beetje te doen verschieten en hey: dat lukt dus eh.
De tentoonstelling van Belgicum door Stefaan Vanfleteren was ook wel de moeite, maar Lies’ gezicht was echt goud waard. Terwijl ik zo door de portretten liep, groeide het idee om met enkele mensen die zich bij tijd en wijlen ook wel eens langs een objectief proberen uit te drukken een soort van tijdelijke galerij te maken in ons jeugdhuis. Moet te doen zijn.
Dan met Bert naar het Muhka voor de Indiase sculpturen van Santhal Family.

Mooie tentoonstelling, maar je moet voor moderne kunst zijn. Ik kan er geen tijd en moeite in steken om voor elke expressie een uitleg à la Jan Hoet uit de mouw te schudden. Ik vind dat kunst in eender welke vorm een gevoel moet oproepen. Anders is het jammer. Ik vind kunst dan ook goed of niet goed.

Een kleine telefoon met een op dat moment halve pan leert me dat de komende dagen alle aandacht naar het aanstormende kampvoorbereidingsweekend kan gaan. Gelukkig weet het kwarreke zich wat op te werken naar het einde van het weekend toe…

“En Wannes,” vragen de mensen dan, “ben je al terug aangepast aan België?”
Bwoa ja. Feest en plezier en gezelligheid.
Vrij utpoisch om dat als aanpassen te zien.
Binnen een week of twee klappen we nog wel eens…