Tsjoeketsjoeketuutuut

Standard

Waar ik de afstand Bangalore-Thiruvanantapuram (850km) tot voor tweemaal per trein aflegde, neem ik dit keer het vliegtuig.
Een verstandige keuze zo blijkt!
De voordelen van een vlucht ten opzichte van een treinrit zijn dan ook legio:

  • 1.5u onderweg in plaats van 17u
  • proper sanitair in de luchthaven
  • geen kakkerlakken op je stoel
  • een deftige airco
  • kriebels in de buik

Het enige dat zou kunnen tegensteken is het prijskaartje. Maar aangezien ik een westerse grootgeldverdiener ben, is vijftig euro niet iets om over te klagen. De indische spoorwegen doen de afstand voor de helft van de prijs, maar de service is er dan ook naar.
Het lijkt er in India op dat je steeds slechts twee van de drie factoren mag kiezen:

  • Service
  • Quality
  • Price

    Please pick two…

Nu ja.
Ik was enorm tevreden over Air Deccan.
Ze mogen nog op me rekenen als ik grote afstanden moet doen…

Le marriage

Standard

Toen ik een tijdje geleden in Mysore Palace stond, was ik ervan overtuigd dat ik een plaatsje had gekregen in een van de sprookjes van duizend-en-een-nacht. De verkopers en opdringerige taxidrivers deden toen echter het efect ietwat teniet.

De voorbije dagen waren echter volledig als in een sprookje: volledig met prins en prinses. En eten en knappe vrouwen en plezier en interessante babbels en, gelukkig voor mezelf, mensen die van engels wel een broodje met kaas gegeten hadden.
Het huwelijk van Chandana en Ravikrishna was af. Drie dagen van rituelen en familialebandenonderhouderij, het was fijn om daar aanwezig te mogen zijn.

Het begon donderdagochtend met een reeks puja’s door de familie van de bruid. Van het nieuwe paar geen spoor, doch dat mocht de pret niet drukken. Er werd wierook gebrand, kaarsjes aangestoken, vuurke stook gedaan, ghee geofferd, bloemen gestrooid en heel veel gezongen.
Liederen in Sanskriet, Bengaal en Kannada waar ik niemendal van begreep. De diepe devotie die eruit sprak was me anderzijds wel volledig duidelijk. Deze mensen gaan volledig voor hun geloof, laat dat duidelijk zijn.

Het officiele deel speelde zich af op een soort van podium, de rest van de zaal was voorzien van (plastic tuin) stoelen voor de aanwezigen. De aanwezigen (familie, verre familie, verdere familie, verste familie en dito vrienden, kennissen en gouwgenoten) hadden echter meer belangstelling voor elkaar dan voor het bruidspaar of de algehele ceremonie. Gek eigenlijk. Hoewel: de meeste mensen zien elkaar enkel bij feestjes als dit, een keer of drie per jaar. Logisch dus dat er veel moet besproken worden.
Ik heb een tijdje gezocht naar enige gelijkenis met een westers huwelijk, maar niets van bekende riten heb ik gezien. Na een halve dag was de conclusie dan ook dat dit in geen mijlen met enige westerse vorm van huwelijk vergeleken kan worden. Het mag ook niet vergeleken worden: India is India, Belgie is Belgie. En die twee staan volledig los en naast elkaar.

De traditionele voorbereiding gaat door tot een uur of twee wanneer er een stevige lunch is voorzien. Bananenbladeren voor iedeeen, een hoopje rijst, sambal, curry, chutney, groensels (nu ja) en sweet. Ik weet niet hoe ze hun zoetigheid hier maken, maar alles is enorm veel zoeter dan suiker. Neem het zoetste snoepje dat je kent, doe dat maal tien en meng het met carrots. Dat is indisch zoet onder andere.
Niet echt m’n ding en ik ben er dan ook niet goed van. De zoetigheid in combinatie met een stroom van ghee (geklaarde boter) doet het maagsken geen goed. En dat wil iets zeggen, want ik denk dat er ondertussen een stevige eeltlaag op m’n maagwand moet staan: pepers en pepers en pepers dat het een lieve lust is, maar zoet: ho maar.

Na de lunch word ik in het hotel afgezet en doe ik een klein dutje: het is nodig, want de treinreis heeft me serieus afgemat. Als ik om zes uur wer wordt opgepikt voor de receptie en ceremoniele spirituele feestelijkheden, ben ik niet echt goed. Ik spurt terug naar m’n kamer en leg een deugddoend spauwke. Echt, geen druppel ghee meer en ook zoetigheid gaat netjes aan ‘n neus voorbij.

De riten zijn volledig bezig en behartigen nu vooral de bruidschat. De vader van de bruid overhandigt een reeks van kleding, goud en waardevolle spullen aan de de vader van de bruidegom. Laat het duidelijk zijn dat een huwelijk hier niet iets is tussen twee mensen: het is een familie die zich inkoopt in een andere familie. Want hoewel het nieuwe paar elkaar al langer kent en graag zelf wou trouwen (met liefde en al) is het geheel toch geregeld door de vaders.

De twee families worden door dit huwelijk een grotere fmilie dan ze al zijn. En groot zijn ze zeker. En rijk ook. Het is dan ook een Brahmanenhuwelijk, een trouwpartij in de hoogste kaste. Duur en overvloedig en vanalles.
Dit is ook de reden dat bijna iedereen min of meer vlot engels spreekt: in deze kringen is geld om te studeren en om les te volgen aan engelstalige scholen en universiteiten.

Een gesprekje met een neefje van Ravikrishna maakt echter duidelijk dat er ook een heleboel omhooggevallen pipo’s tussen zitten. Hij kijkt neer op mensen die geen of weinig engels spreken, respecteert (zoals bijna alle indiers helaas) enkel mensen met geld en is overtuigd dat geld het belangrijkste is in het levensstreven van een goed mens.
Ik hoop dat zijn jeugdigheid er voor iets tussenzit, maar ik vrees ervoor: uit meerdere gesprekken blijkt een zekere conservativiteit ten opzichte van het kastenstelsel, geld en rijkdom en huwelijken.
Ik wil niet de Grote Blanke Man Die Alles Beter Weet uithangen en ideeen opdringen komt zelfs niet in me op, maar ik voel toch een zekere teleurstelling in het indische volk van de hogere klasse.

Het avondeten is wederom schitterend en sluit de eerste dag zeer fijn af. Bruid en bruidegom zijn hier samen en stralen beiden een enorm geluk uit. Het is echt mooi om zien.
Een hapje Pan (betelbladeren met ongebluste kalk) is goed vor de spijsvertering en ik kan dat dan ook niet weigeren.
Dat het de grootste oorzaak van mondkanker is in India en dat er heeldere dorpen aan verslaafd zijn, laat ik even links liggen: het is zoals een occasionele sigaret roken, denk ik maar.

Dag twee wordt ingeluid met een stevig indisch ontbijt. Idly, chutney, koffie en sweet. Ik neem van alles maar weinig want volgens Vijay belooft het een serieuze vreetdag te worden.
Als ik de ceremoniezaal binnenkom, zit Ravikrishna al volledig in prinsenkostuum op de grond in het gezelschap van een priester of drie. Volledig met tulband en staf, kleed en blemenkrans. Duizend-en-een-nacht zeg ik u.
De foto’s zeggen echter zoveel meer dan ik hier kan vertellen, zoals u ongetwijfeld zelf zal zien.

De trouw zelf, het eigenlijke in de echt verbinden van de twee duurt slechts een halve minuut. Bruid en bruidegom staan naast elkaar, groot doek ertussen als was het Blind Date (gelukkig zonder indische Ingeborg) en hoppa: bloemen en rijst smijten gelijk een stel kleine kinderen in een plonsbadje.
Schoon om zien, dat zeker wel.
De rest van de cereminie duurt nog een uur of drie langer: gestart om 11u, volledig ten einde om half vier.

Het volk heeft de zaal echter al gelaten voor wat het was: er moet gegeten worden! En ook dat is goed. Lekker en veel.
En, zoals het Indiers beaamt, snel en zonder gezellig napraten aan tafel. Het element tafelen en gezelligheid is hier niet bekend, dat wordt me redelijk hard duidelijk gemaakt.
Ook op de receptie ‘s avonds is er geen tijd voor een gezellige babbel: snel alles binnensteken en terug weg. Als ik voor een tweede keer wil aanschuiven, vindt mijn gezelschap dat geen probleem maar zelf staan ze er voor vegetarisch spek en bonen bij. Als ik uiteindelijk mijn handen ga wassen, zijn ze maar wat blij dat we weg kunnen.
Half tien en dag twee is voorbij.

Half fowking tien! Voor een  bruiloft! Dat was het avondfeest.
Had ik al gezegd dat he in niets te vergelijken was met onze feestjes?

Dag drie is eigenlijk een min of meer uitgebreide lunch met een stevig gebed voor het lekkere eten.
En lekker is het eten! Dit is met stip de beste lunch die ik ooit heb gegeten. Zoveel smaken, zoveel variatie, zo lekker.
Ik ben er nu meer dan ooit van overtuigd dat de indische keuken de rijkste keuken is die ik ken: alles is anders, alles wordt tot in het oneindige geombineerd en het is bijna nooit hetzelfde. Het is een beetje als Hilary Clinton’s broekpakken: combineetjes te over.

Maar ook bij dit feestje is het na het eten gedaan met de pret. Handen wassen, dagdagzwaaizwaai en opkrassen.
Voor mezelf is dat redelijk logisch, ik heb een vliegtuig te halen, maar ook de rest van het volk bolt het af.

Ravikrishna en Chandana zijn enorm blij dat ik geweest ben en vragen een kopietje van de foto’s op cd-rom. Dat ik dat in januari wel zal brengen.
En of ik dan bij hen alstublief kom koffie drinken.
Leuk leuk, zo wat vriendjes maken aan het andere eind van de wereld… 🙂

Eventjes Terloops: Don’t look back

Standard

’cause you know what you might see, zong Oasis in een vroegere tijd.

Ik keek vandaag wel even terug. Een mens moet iets doen als hij zit te wachten op de rest (day three!) van het trouwfeeest.
Aangezien ik mijn kabelken vergeten ben in het zonnige Kovalam, kan ik niet zoals gepland foto’s van gisteren online zwieren. Jammer? Neu, niet echt.
Een beetje navelstaren naar het belgische Blogmos.
And I knew what I could expect.

Storm in een glaske water!
Yes!
Ik lees dat graag, echt.

De situatie: Kristof Hoefkens schrijft een artikel over bloggen in Belgie in de Standaard en dat wij (het bloggende gepeupel) achterophinken tegenover de rest van de wereld. Dat er nooit echte nieuwsprimeurs worden gemaakt op belgisch e-grondgebied en dat het eigenlijk maar wat triestig ios dat mensen het internet alleen maar voor elentrikken dagboek gebruiken.
Wat die jongen van mijlen en verre had zien aankomen (en ook FOWKING gehoopt had) is dan ook waarheid geworden: “Ze hemme gebeten Chjef!!”

Michel gaat redlijk loos, Pieter fulmineert zoals we dat gewoon zijn en de commentaar is ook netjes zoals verwacht.
Fijn man, om dat in Bangalore te lezen. Ik was aan het twijfelen tussen een wandelingetje langs de persoonlijke e-paden of een duik in de wondere wereld van Het Laatste Nieuws. Ik ben blij dat ik eerst wat gesnuisterd heb in wat ik ken. Sensatie en al!

Ook mooi: hier in India hebben enorm veel mensen moeite om rond te komen, om eten te vinden en om een veilig dak boven het hoofd van hun kinderen te bieden. Van het hotel naar het internetcafe kom ik een handvol bedelaars tegen, een stuk of wat vrouwen die de stoep aan het vegen zijn (hongerloon van 10 euro per maand) en moet ik een verkeerschaos trotseren die me doet denken aan een soort van drukke rally toen dat dat nog niet zo heel geregulariseerd was op de plattelandswegen van Rural Belgium.
En dan lees ik dat de grootste bekommernis in Belgie niet het vinden van een regering is (who needs any anyway?) maar een artikel over hoe belachelijk achterlijk het belgische blogwereldje wel is.
Mijn deuk en ik, we liggen in elkaar.

Nu, als ik het artikel lees, denk ik ook niet het volledig gelogen is wat hij verteld. Hij probeert een vergelijking te maken tussen nieuwsgevoelige gebieden/gebeurtenissen en de belgische spektakelkoers van alledag.
Is er eigenlijk iemand in Belgie die bloggen echt serieus neemt? Zijn er mensen die er, Microsoftgewijs geld tegenaan smijten en personeel laten bloggen op een gestructureerde en gecontroleerde wijze?
Is een blog niet een hobbyprojectje om de frustratie van je af te schrijven of om gewoon onnozeliteiten te spuien?
Wie neemt zichzelf serieus genoeg om echt aanstoot te nemen aan een dergelijk weinig gefundeerd artikel?

Het enige punt waarmee ik het echt moeilijk heb is volgende quote:

Vergeet het ouderwetse, papieren dagboek. Een beetje digitaal onderlegde Vlaming pent zijn zielenroerselen neer op het net.

Wie-o-wie schrijft alles neer op internet?
Sinds ik in India ben, heb ik meer pagina’s dagboek gevuld dan ik in mijn hele leventje heb gedaan. Enerzijds om als basis te dienen voor blogposts, maar anderzijds om alles van me af te kunnen schrijven. En het meeste dat in mijn papieren Moleskine staat is niet voor publicatie vatbaar. Ik zou wel gek zijn.
Mijn mening, idee en perceptie van het schouwtoneel, dat mag u allen weten. En dat zal i u ook maar wat graag vertellen. En u en u en u en al uw vrienden en kennissen erbij.
Maar mijn gevoelens? Mijn diepste roerselen van de ziel. Bol af meneer, da’s van mij. En daar heeft, buiten de intieme mensenkring van Wannesfans geen hond zaken mee.

Huwelijk

Standard

Maandag en dinsdag komen en gaan als gewone schooldagen.
Group B begint zich redelijk thuis te voelen in Windows en Paint, maar Word blijft toch wat moeilijk.
Sporten bij 32 graden op dinsdag doet me de das om. Niet aleen snap ik nog steeds niets van cricket, ik ben ‘s avonds ook doodop.
Inpakken voor het huwelijk van dokter Ravikrishna wordt uitgested tot woensdagochtend.

Hoewel, inpakken? Wat heeft een man nu nodig voor drie dagen Bangalore? Propere  slipkes en een tandenborstel.
En de fototas, but that goes without saying.
De bus naar Thiruvanantapuram en daar de trein van 12.55u naar Bangalore. De coupeegenoot is al eens in Belgie geweest en weet zelfs dat er een Atomium staat. Fijn zo!
Tegen 18u leg ik mezelf te slapen en slaap de volle twaalf uur zodat ik netjes op tijd wakker ben om de trein te verlaten om 07.00u stopt. De indische spoorwegen, ze rijden mooi op tijd. Al duurt een ritje vaak enorm lang.
De terugrit zal iets minder lang duren: voor iets meer rupees kan ik een vliegtuigzitje krijgen: slechts anderhalf uur. Die keuze was dus snel gemaakt.

Als ik om elf uur in de ceremoniezaal binnenkom, is er al vanalles aan de gang. Traditionele voorbereidingen, maaltijden, geschenken voor alle vrouwen aanwezig, offergaven,…
En alles wordt netjes vastgelegd op film.
Ook ik krijg ontbijt e wat later lunch, netjes op bananenbladeren zoals ik dat het liefste heb 🙂

Nu moet ik wachten tot half zes voor het eerste deel van het echte feest, de rest volgt morgen. Redelijk zot alemaal.

En wat nog meer: volgende week nog trouw! De broer van Kalla, de huisbazin, gaat zich in de echt verbinden en daar zijn ook alle belgem uitgenodigd.
Zotte sfeer hier, zijt maar  gerust!

Western Weekend

Standard

Na mijn kleine dip vorige zaterdag ging het snel terug naar boven met de gemoedstoestandbarometer.
Het moest er natuurlijk van koen, een moeilijk momentje. En dat dat er bij hoort en zo, ik weet dat wel. Maar toch, als het u overvalt is het er toch eventjes teveel aan.

Nu, blij om alle steun te lezen, echt van harte bedankt.
Om mezelf wat op te beuren heb ik me zaterdag eventjes laten gaan.
Ik heb me eerst getrakteerd op een paleisbezoek in Thiruvanantapuram met een gids die speciaal voor mij alles in het engels vertaalde. Echt fijn. Redelijk grave foto’s ook, maar da’s voor volgende week ergens. Die mevrouw vertelde me dat ze per maand iets van een 1500 rupees verdient. Da’s dus dertig euro eh. Ik heb haar verteld dat ik in hetzelfde schuitje zit. Alleen zijn dat van mij eurobiljetten… Een dikke fooi en hop, de rijke westerling heeft zichzelf weer wat getroost.

‘s  Avonds was er een strandwandeling met zoektocht naar een echte pub, bar, bruine kroeg of iets ander waar er westerse gezelligheid was. Volgens Paul en Werner is dat helaas niet te vinden. Wel een goed adres van Seppe gekregen voor pizza aan het strand. En ze tapten verdikke nog bier ook. Clandestien zoals dat hoort, maar dat maakt het alleen maar lekkerder.
En echt: een boek, een pizza en een pintje gecombineerd met de ruisende zee op zeven meter is gewoon het paradijs.

Zondag een dagje niets gedaan, behalve aan het strand gelegen en gekeken hoe de ramesh-met-de-pet de zee beleefd. Met kleren aan, jawel. Ook dames met saari en al het zoute water in.
De golfslag is er heerljk, de onderste stroming levensgevaarlijk leert een strandwachter me. Fijn ook om te ontdekken dat er toeristische stranden zijn met de vervelende verkopers van doeken,ijs, trommels, prul en nog meer. Op een steenworp (ge moet wel deftig smijten) zijn er echter ook de stranden zonder verkopers. Alleen indiers. En eerlijk is eerlijk: aangegaapt worden is minder vervelend dan lastig gevallen worden.
‘s Avonds met Werner iets gaan drinken. De bar van een hotel serveert alcohol en ook niet klanten mogen er komen. Fijn zo. Westers gelul over alles en niets en het leven en het zijn en hoe het beter moet kunnen.

Dag dip, leve het westerse weekend!

En ook: fooien geven, een mens wordt daar echt goed gezind van.

Dipje

Standard

Fowk.
Efkes een dipke vandaag.
Pffff.
Soms wou ik dat ik thuis was.
Correctie: vandaag wou ik dat ik thuis was.
Correctie: vandaag wou ik dat ik thuis was en vanavond in de Mussenakker zat.
Correctie: vandaag wou ik dat ik thuis op een familiefeest zat en vanavond met heel den hoop in de Mussenakker zat.

Ach, een bananenblad met fried rice en een kokossapke recht van den boom zullen de sfeer wel terug naar het kookpunt brengen.
Misschien moet ik ook stoppen met mezelf aan Marvin, the Paranoid Android uit m’n boek, te spiegelen…
Ik kan het beter houden op een humanoidere versie van Zaphod.

Weekend

Standard

Een hele dag lesgeven gaat toch niet in de koude kleren zitten. Al is dat laatste redelijk onmogelijk hier: 24/7 zweten…
Ik ben dan ok redleijk content dat het weekend is.
Een klein tripje naar Trivandrum, museumpje, paleisje, tempeltje.
Een tochtje overd e backwaters reserveren voor binnen twee weken, hangin’ ’round.

Wat opvalt in deze stad: rust en kalmte in vergelijking met Bangalore. En ook: rikshaw drivers die stoppen voor voetgangers! Hoe zot is da?
Nog enorm zot: kerk, tempel en moskee binnen een straal van 100m van elkaar. Alles loopt hier dooreen in een harmonieuze chaos van heb ik jou daar. Fijn en mooi.

De planning voor januari (Goa, Mombai, Delhi) is ook lichtjes gewijzigd.
Als ik vertrek uit Kovalam in de eerste week van januari, ga ik op’t gemakje van het zuiden lichtjes noordwaarts. Langs de kust, met als eindbestemming Goa ergens rond de 20ste januari. Dan naar Bangalore en of Pavagada voor een laatste week bij Swami.

Ik denk dat die planning me meer van India gaat laten zien dan de enorme treinritten (Kovalam – Goa: 20u, Goa – Mumbai: 8u, Mumbai – Delhi: 20u, Delhi – Bangalore: 36u) die ik in de andere planning zou moeten doen.
Het noorden van India is dan maar voor een andere keer. Binnen twee jaar ofzo.

Social Work @ Kovalam

Standard

Maandag begon mijn eerste echte week bij SISP.
Om het geheel een beetje te duiden werd ik eerst mee op pad gestuurd met Sindu, een maatschappelijke werkster die op huisbezoek ging.
Ik mocht mee. Kwestie van te weten uit welke middens de kinderen komen.
Eerlijk is eerlijk, ik werd er stil van.

Mensen die leven in een hutje gemaakt van lege rijstzakken tegen de blinde muur van een huis, het is schrijnend.
Dat die mensen geen of weinig inkomen hebben (300 rupee voor drie is nu eenmaal niet veel per maand) is schrijnender.
Maar als die mensen dan ook nog eens bedlegerig zijn omdat ze de medicijnen om hun bloeddruk (van de ene te hoog, de andere te laag) te regelen niet kunnen betalen, dat is om uweigen een oog uit te bleiten.
Dankzij SISP krijgen die mensen elke maand een rantsoen eten en wat cash geld.

Een gezin van drie waarvan de vader 50% gehandicapt is verklaard en de moeder het bed (rieten matje op de betonvloer) niet kan verlaten wegens een nierinfectie, ik zou er niet graag de dochter zijn. Gelukkig kan deze dankzij SISP naar school en leren lezen en schrijven.

Dat zijn maar twee voorbeelden van de velen en ik denk dan: goed bezig SISP.
Echt, U weet niet waarover u het hebt als u zegt honger te hebben en al wil gaan eten om 11.45u in plaats van om 12u zoals altijd…

Teacher is the name…

Standard

Paint is the game!

Vandaag begonnen met de lesjes computer.
Wat ik had voorbereid aan de hand van Willem’s lessen, bleek net een stapje te ver. Zei ik stapje? Denk maar in grootteorde van Wannes’ stappen.

Het is enorm confronterend om te merken dat er mensen op de wereld bestaan die nog nooit een muis hebben vastgehouden. Die het niet begrijpen waarom je om die bak af te zetten je eerst op start moet duwen. Dat een programma eerst moet worden geactiveerd voordat het kan worden gebruikt.

Maar dat euvel was vrij snel opgelost.
De eerste les werd dan ook in een sneltreinvaart aangepast (paint in plaats van word) en het resultaat was geweldig.
In groepjes van twee, elke keer een uur.
Het ding opstarten en afsluiten, een lijn trekken, je naam schrijven, een vierkant tekenen, een mooie cirkel tekenen (met de shift toets weetuwel) en gommen.

De vreugde op die kinderen hu gezicht, ik werd er spontaan gelukkig en enthousiast van.
Helaas, het noodlot sloeg toe. Power cut.
Een minuut of tien is er dan de back up van de UPS, maar dat heeft ook niet veel zin.
En dus moest er iets voor middag worden gestopt. Jammer, maar hey, da’s India nu eenmaal. 🙂

Een beetje mee knutselen in de namiddag, gisteren ‘s noens cricket gespeeld en het laatste uur wordt er geholpen met het huiswerk van kinderen van andere scholen.
Ik heb mezelf bij een groepje van vier gezet en help hen met engels, wiskunde en een soort van WO (bestaat dat nog?).

Het is wel enorm fijn om te zien dat bengels over de hele wereld (nu ja, in Meer en Kovalam toch) dezelfde apenstreken uithalen. Echt, het is hier af en toe precies Chiro Meer op een doordeweekse kampdag. Heerlijk!

Meester…

Standard

Morgen begint het leven van meester Wannes.
Ik ben echt zo benieuwd, ik weet echt niet wat er van gaat worden. Ik heb dan ook nog nooit lesgegeven, laat staan aan anderstaligen.

Gelukkig heb ik enkele lesjes van meester Wilem gekregen. Als ik dat er op een maand door krijg, kunnen we van een geslaagde missie spreken denk ik.
oen ik vrijdag een van de twee beschikbare computers bekeek, was de verhouding stof en leven helaas omgekeerd evenredig…

In kleine groepjes op een computer dus.
Vooral wat theorie denk ik. Maar hey, dat zijn zorgen voor morgen. Vandaag wordt er om te beginnen al wat voorbereid!

Ondertussen druppelen de foto’s ook binnen op de flickr site, dus dat is fijn voor jullie!
Misschien dat ik ze van de week wel voorzie van enig commentaar, maar dat gaat nu niet: het duurt meer dan een uur om alles online te krijgen…

Het loze vissertje

Standard

Na een klein incidentje vannacht (te lang blijven plakken en de huisbaas was reeds in dromenland en ik kon niet binnen) bij de dames blijven slapen.
Gelukkig dat er vrouwen zijn, waar zou een man anders heen moeten bij nacht en ontij?

De dag wordt echter redelijk vroeg aangevat (tien uur is des zondags redelijk op tijd) en de jacht voor ontbijt is open.
Ergens langs de kant van de weg een kraampje gevonden met dossa en chutney. Een lekker eitje met curry erbij en een banaan als afsluiter. Krachtvoer!

Ik wil vandaag de vissershaven van Vizhinjam zien en er maar meteen een fijne wandeling aan vast breien. Dat het ondertussen vreselijk warm is, laat ik buiten beschouwing: wij Kempenzonen, wij zijn wel wat meer gewoon (remember Bornem!).
De mooie vuurtoren is echter nog niet te bezichtigen en de haven vind ik niet. Ik ben dan ook niet echt ver doorgegaan, maar toch.
Waarom ik de pltbroek uithing en niet verder ging?
Omdat mijn aandacht door iets anders werd getrokken…

Vanaf de weg zag ik en dertigtal kerels op het strand aan een touw sleuren. Dat zagen er vissers uit, dus mooie plaatjes gegarandeerd! Om er te geaken moet ik eerst 50 m lager zien te geraken, gelukkig is er een trap aangelegd.
Deze trap leidt naar enkele hutjes, het is verdorie een soort van dorp! Met een prive strand blijkbaar, want het is langs drie zijden door hoge rotsen afgesloten.

Ik word, zoals altijd, raar bekeken. Hier nog met iets meer argwaan, want toeristen blijven normaal netjes op de witte stranden aan hun hotel. Me er geen hol van aan trekkende schiet ik wat plaatjes, maak ik wat praatjes en kijk ik m’n ogen uit.
Deze mannen weten wat werken is!

Plots wordt mijn hulp echter gevraagd.
Een seconde van twijfel, een moment van nadenken (hoewel, nadenken) en natuurlijk spring ik bij.
Sandalen aan de kant, kodak erboven op en trekken!
De mannen nemen er totaal geen aanstoot aan, ze vinden het eigenlijk wel grappig dat ik meedoe.
Na tien minuten merk ik dat het wel redelijk zwaar is. Echt, touwtrekken maar dan met een zilt en veel te dun touw…

Nu ja, van niet laten kennen en doorgaan en van die dingen. Het zingen van de kerels (een malayalamaanse “hey hop”) en hun onnoemelijk grote enthousiasme helpen wel.
Na een half uur komt er een ventje water aanbieden dat ik dankbaar aanneem. Een seconde later flitst er door mjn hoofd dat dat misschien niet de slimste zet is wegens diarree en ander gevaar, maar hey, ik heb dorst en die vissers drinken het ook. Zo slecht zal het dan toch niet zijn?

Als er na een uur de besluitende woorden: FINAL MOVE! vallen, ben ik blij voor die mannen. Ook voor mezelf, maar ja, da’s ondergeschikt.
De vangst is echter enorm klein. Zowel in omvang als in visgrootte. De mannen beginnen dan ook te zagen en te zeuren dat het een lieve lust is. Vieze blikken, schelden, zand dat kwaad wordt weggestampt.
Ik zet me een beetje achteruit, want dit is niet echt tof meer.
Weg groepssfeer, weg zang, weg daginkomsten…

Een jonge kerel weet me t vertellen dat dat elke dag zo gaat, Soms is de buit groter, soms zijn er grote vissen bij. En dan waarom een toerist bij hen komt kijken. Of dat het om te lachen is. Als ik hem uitleg dat ik geen toerist ben (toch geen dikke bleke engelse gepensioneerde baardaap) maar dat ik bij SISP werk, keert het tij een beeje. De mannen bedaren en geven me nog wat water.

Ik had er echt nog graag wat langer gebleven, maar het lijkt me beter om de plaat te poetsen.
Persoonlijk vond ik dit een redelijk avontuur voor zondagvoormiddag. De rest van de dag ben ik dan ook kapot…
En ik moet vanavond nog pinten aan pakken met de huisbaas. Soms ben ik me toch een bees, how jom! 😉

Tourisma non grata

Standard

Het leven van een witte man gaat niet altijd even gemakkelijk. Zeker niet als die fijne kerel dan nog eens in een toeristisch dorp gelgerd is.
Elke taxi, elke leurder en elke hotdogverkoper weet dat de blanke geld heeft en dat hij hier toerist komt spelen.
De swingende prijzen, het vlotte engels en de westerse produkten zijn dan ook niet van de lucht.

Helaas voor hen kom ik niet naar hier om Coca Cola te drinken (hoewel dat dat wel enorm goed smaakt, echt) heel de dag in een taxi te zitten of hotdogs (of waterijs of boule de berlin of what ever it is) te vreten.
Ik kom hier om mijn grenzen te verleggen, de armen te helpen en te genieten van een beetje fijn weer zonder spierwitte engelsen, schreeuwerige duitsers en oh zoow leujke hollanders.

Daarom heb ik me vanmorgen naar het dorpje begegeven, een beetje verder van het strand, en daar een lekker ontbijt in de vorm van dossa en chutney van kokos ggeen. Een bakje thee erbij en een stevige babbel in het malayalam, waar ik kop nog staart aan kan knopen, maa het maakt het wel gezellig.

De wandeling ging verderlangs ht strand en shit, ik heb me nog nooit zo hard een westerse toerist gevoeld. Volledig bezweet, rugzak, camera en fles water bij de hand.
En nee, een tochtje met de catamaran boeit me niet en nee ik hoef geen ijs (het is tien uur ‘s morgens gast!) en hallo, ik hoef echt geen strandstoel, ik zit perfect op dit mooie rotsblok.
Toerisme, het is een pest.

De kust echter: paradijs.
Bounty strand, vissers met prauwn, duikers naar seafood, blauwe lucht, dito water…
Het zuiden is fijn en mooi.

@Lisanne: ik heb de jungle van Mowgli gevonden.
Ze begint onder mijn slaapkamerraam… 🙂

South souther hottest

Standard

Als ik van de trein stap in Thiruvanantapuram (Nee Lieve, niet Thirumeni Rakapan, de man die sneller programmeert dan zijn schaduw) valter een grot wame deken van hete lucht op m’n schouders. In vergelijking met Bangalore is dit echt wel een verschrikkelijk hete stad.
Maar, ook in vergelijking met Bangalore, super kalm en proper.
Riksja richting Kovalam en ondertussen Paul proberen te bellen voor een juiste adresbeschrijving. Want dat heeft een driver nu eenmaal nodig…

No problems, no worries en na een klein half uur sta ik aan het schooltje. Er wordt druk lesgegeven en Paul verwelkomt me hartelijk. Ik heb het hier al gezien: het wordt een fijne maand!
Hanne en An zijn net engelse les aan het geven, maar An vindt toch de tijd om me naar m’n kamer te begeleiden. Die heeft ze donderdag gevonden in de buurt van het huisje waar zij wonen. Dank u wel An!

Hanne en An zijn twee belgische dames die hun stage volbrengen  in dit uiterste puntje van het mooie subcontinent India. Het zijn twee sociale assistentes in spe en hun taak ligt dan ook vooral op het werken met de social workers van SISP. Dat ze een kamer vonden voor mij maakt hen nog toffer dan ze op het eerste zicht al waren!

De mevrouw van de kamer is dolgelukkig als ik zeg dat ik waarschijnlijk een hele maand zal blijven.
Helaas zijn er andere factoren die ook een beetje meespelen.
Omdat anne en An een ander huisje aan het zoeken zijn (hun hospice doet bij ijden echt moeilijk blijkbaar) loop ik na schooltijd even mee. WAT EEN VILLA!
Een tweekamer appartement volledig bemeubeld, met zicht op een steepje jungle (lijkt op deze hier). Er blijkt ook een kamer vrij te zijn in het volgende huis en alles samen komt het neer op 120 euro. Per maand. 40 euro elk. Euhm. Ja. Goedkoop en al…

Helaas maakt de hospice van de juffrouwen een redelijk drama. Het is natuurlijk ook wel erg als je rekent op een extra inkomen voor een aantal maamden en dat dan ziet wegsmelten.
Ook mijn huisbazin is niet gediend met m’n vertrek, maar als ik haar vertel dat ik de eerste nacht gerust wil betalen, kan er nog net een glimlachje af.

Mijn kamer, zo vertelt de eigenaar, hheeft hij vorig jaar aan drie belgische kerels verhuurt. Hun namen weet hij niet meer zo goed, maar ‘t was wel enorm plezierig. Ze gaven ook les bij SISP.
Als ik wat naamsuggesties doe (Dirk Ruud Seppe) zit ik er knal op. Echt, een supervette kamer, dito uitzicht en enorm lieve mensen. Het wordt een mooie maand, wees maar gerust!

Maar hey, warm en zweten en plakken stinken: ik weet nu echt wel dat ik het kan…

The nighttrain is coming…

Standard

De trein nemen in India is niet zo vanzelsprekend. Het duurde bijvoorbeeld drie dagen voordat ik een ticket had geregeld en dan nog was het wat afwachten.
In Bangalore station was er cehter geen enkel probleem en zat ik in geen tijd op mijn bed. Bed ja, want dat staat er nu eenmaal in een slaaptrein. Een buiengewoon lange slaaptrein wel. Echt, zo’n fokking lange treinen, ni te doen gast!

Volgende regels zijn niet geschikt voor moeder’s ogen!!!
Ik heb er echter geen foto’s van duren nemen want de militairen die overal stonden zagen er stevig bewapend uit… India is dan ook een land dat nog steeds overhoop ligt met Pakistan en de recente terreurdreigingen vanwege Taslima maken de sitatie niet minder gespannen blijkbaar.
Komt daar nog bij dat de cricketmatch van India tegen Pakistan ook gebukt gaat onder een stevig net van veiligheidsmaatregelen, dus voor een fijn potje bakeleien is maar en klein vonkje nodig…

Vanop mijn bed heb ik geen raam maar wel airco. Tof? Ik dacht het niet. Koud ja, tui en buff en deken en dan proberen te slapen, wat wonderwel redelijk lukt. Na een tijdje wordt ik echter waker van kriebelpootjes op m’n neus. Kakkerlakken moeten nu eenmaal ook af en toe eens wat van de wereld zien en blijkbaar doen die dat met de trein. Alleen snap ik niet waarom ze de slaapcompartimenten van de trein nemen: Ze slapen toch niet…

Uiteindelijk ben ik wel een kalf. Ik neem de trein naar ergens, maar ik weet niet wanneer ik er ga aankomen. Ik weet ook niet hoe het station ervoor of het station erna heten en ik hoop dan maar dat er iets wordt afgeroepen of dat de conducteur zich van zijn mooiste kant laat zien als ik eraf moet.
Niets van dat alles…
Volgens de brave kaartjesknipper komen we normaal tegen twee uur.
De kerel zat er slechts twee uur naast…

En daar gaat samen met de taxi het plan om afgehaald te worden. Half twaalf is echter geen ramp en taxi’s genoeg.  Alleen: een exact adres is altijd handig als je ergens gedropt wil worden.
Tja, zoals Wij Grote Kempenzonen weleens plachten te zeggen: alles komt altijd goed.

Zorgen en drukte heb ik afgeschud, de dingen nemen zoals ze komen en genieten van lke minuut. Het leven kan echt fijn zijn 🙂

Round three yet to come

Standard

Na Pavagada en Bangalore begint binnen enkele uren ronde drie van de grote trip.
Ik neem dan de trein naar Thiruvanantapuram (Trivandrum voor mensen met een spraakgebrek) waar ik morgen aankom.

Nu geniet ik echter nog eventjes van Bangalore, met zijn drukte, rietsuikersap en kokosmelk.
Zonet ook een broek en een hemd gaan laten aanmeten voor de bruiloft van 13 en 14 december zodat ik daar als een echte heer kan rondlopen tussen alle bevallige indische vrijgezelle dames.
Volgens Ravikrishna, de bruidegom, zijn er wel enkele van zijn nichtjes op huwbare leeftijd. Het heeft me toch wel een half uur geduurd om hem ervan te overtuigen dat ik niet wil trouwen. Toch zeker nu niet. Gelukkig is de brave kerel verwesterd genoeg om het concept “relatie zonder trouwen” en “friends for love, friends for lust” te begrijpen.
Het zullen volgens hem echter twee dagen worden om nooit te vergeten.
Maar dat gevoel heb ik al 22 dagen…