Nieuwjaarsbrief

Standard

En toen, toen sprong mijn hartje wat hoger dan anders:

Liefste Peter,

jouw uitvinder voor ‘t nieuwe jaar,
staat hier met zijn briefje klaar.
Ik maak voor jouw een vonk, heel heet
Ik hou van jou in lief en leed.

Voor jou vind ik de gloeilamp uit,
een radio met zacht geluid.
Mijn energie gaat duizend volt
wanneer jij met mij dolt en rolt.

Ik hou de bliksem bij jou weg
ik ben jou kleine super-tech
Ik laad jouw batterijen op
het nieuwe jaar wordt helemaal TOP.

Jouw uitvinder,

Lidemij
Planeet Aarde, 01 januari 2008

Leve e-mail en ‘t internet en lieve mensen en petekindjes en mensen die dat voor die petekindjes typen!

Symboliek

Standard

Een jaar afsluiten op de manier zoals ik heb gedaan, kan niet anders dan een teken aan de wand zijn. Deze dag zal me ongetwijfeld nog lang heugen en niet alleen omdat ik me zo onnoemelijk slecht heb gevoeld. Deze dag heeft ook alles gehad wat ik in 2007 te verwerken had: een bitter jaar met een bitter einde.

Ik denk niet dat er ooit al een jaar was waarin ik klappen van zulke orde kreeg als het afgelopen jaar. De positivo in mij heeft het geregeld hard te verduren gekregen en ik hoop dat dat toch niet meer hoeft.

Ook habben de momenten van de dag een soort van synchronisatie met de tijd van het jaar: het begin viel nogal mee. Half drie ‘s nachts kwam overeen met ergens einde maart. Enkele uren later was ik echter doodziek: juni. Juli. Augustus.
Daarna ging het gelukkig terug wat beter.

Ook: op de juiste momenten kreeg ik sms’en telefoon uit belgenland van vrienden en familie, net zoals ze er in 2007 op de juiste momenten waren.
Terwijl ik er zo over nadenk, is het wel fijn om eens goed ziek te zijn!

Maar het mooiste is dat ik op 01 januari 2008 fris ls een hoentje, doch nog wat slappekes, kan wakker worden.
Als ik de symboliek van de afgelopen dag verder trek, belooft het een zeer schoon en uitermate plezant jaar te worden. En dat zal niet alleen aan mij liggen.

Want dankzij jullie, mijn lieve familie en talrijke fijne vrienden en vriendinnen, heeft mijn leven het afgelopen jaar geen moment alle kleur verloren.
Het is dankzij jullie dat ik me keer op keer gesterkt voelde om door te gaan waar ik liever diep in m’n bed kroop.
Het is dankzij jullie dat ik me tegen het einde van 2007 (of toch voor ik naar India roeide) potvolsnotjes weer vol leven voelde.
Het is dankzij jullie dat ik nu enorm veel zin heb om samen met jullie een spetterend 2008 waar te maken.

Lieve familie en vrienden: een welgemeend en waarachtig gelukkig en gezond en spetterend nieuwjaar!

Het venijn zit ’em in de staart

Standard

‘t Is te zeggen.
31 december 2007 begint op een voor mensen van mijn stand, orde en kaste onnoemelijk vroeg uur. Niet dat ik iets tegen de ochtendstond heb (integendeel) maar lat het dan alstublieft een beetje gepland zijn.

Om 02.31 word ik rillend wakker en vraag me af wat die gekke smaak in m’n mond is. Twee seconden later besef ik dat het bijna te laat is en loop alsof m’n leven ervan afhangt: halverwege de badkamer (het is geen romeinse badzaal, maar toch) komt er een eerste golf maaginhoud naar boven. De toiletpotkleur is van wit naar geelgroen gegaan. Een tweede gplf kondigt zich aan en ondertussen ben ik dicht genoeg genaderd om min of meer deftig te mikken. Ook nummer drie en vier doen hun intrede zodat ik leeg en zwetend als een koortsig paard achterblijf.

Leeg? Met moeite kan ik me op tijd omdraaien om het achterpoortje even open te zetten. Een stroom als was het de Ganghes himself maakt eveneens deel uit van de wc-inhoud. Diarree van de fijnste soort: geen brokken, geen vlokken. Alleen maar zeewater zo lijkt het wel. Ook hier is eentje niet genoeg. A cobra always strike twice, they say.
180 graden draaien want de maag pompt weer wat op.
Ik ril, beef en zweet als had ik Shiva zelf tegen me in het harnas gejaagd.

Ik heb er op dat moment geen idee van waar ik de oorzaak van de leegloop moet zoeken. Iets verkeerds gegeten? Teveel gedronken? Salmonella? Malaria? Virussen? Wormen? Vervloekt? Ik heb er geen idee van. Een beetje opfrissen en het toilet proper maken (leve de gatsproeier in India!) geven me net iets teveel om handen om na te denken.

M’n mond spoelen is ook aan de orde:  waar overgeven sowieso al niet echt m’n favoriete bezigheid is vanwege de maag die dubbel plooit, de maagzuren en de gal die branden in de mond en de onbeschrijflijke pijn ergens ter hoogte van de nifkin, is dit nog net een klasse erger. Weet je, het spouwen van pikant voedsel is, net als langs de andere kant, een enorm pijnlijke zaak.

Slapen zit er voor de rest van de nacht niet meer in en de porseleinen vriend wordt nog tot tweemaal toe stevig omarmd.
Elke slok water komt er in tweevoud terug uit: eentje langs voor, eentje langs achter. Ik ben dan ook dolgelukkig als het daglicht vertelt dat ik nar de winkel kan gaan om cola en water. Cola en water, cola en water: het gonst in m’n hoofd.

Als een grote jongen zet ik aan voor de winkelwandeltocht. Rugzak, mentaal lijstje, geld. Helaas is ook dit geen eenvoudige expeditie. Ik ben de trap nog niet half af of de sluitspier wordt danig op proef gesteld. Lopen en leeglopen. Poging tweehaalt het tot aan de voordeur, maar daar is de gekke zoete smaak weer in m’n mond. Lopen en leeglopen.
Drie maal is scheepsrecht: ik stap in m’n sleffers en merk dat ik  de rugzak nog boven ligt. Ik ben kapot en moet eerst even gaan liggen om uit te rusten.

Alle krachten lijken opgebruikt nu. Ik sleep me dan ook  naar de winkel en met een laatste krachtinspanning betaal ik alles. Zoals steeds neemt de mevrouw van de winkel ook nu haar tijd, maar anders dan anders erger ik me dood. Zo voel ik me althans.
De weg naar huis lijkt eindeloos te duren.

Volledig bezweet en doodop laat ik me op bed vallen. Een slok water is wat er nodig lijkt. Een halve minuut later geeft de maag echter te kennen dat ze niet gediend is met water. Een straal kots waar Guest House Paradiso (see the movie!) een puntje aan kan zuigen. Estethisch gezien een schoon kleurke, maar helaas ben ik niet echt in dat soort stemming.

Het is jaren geleden dat ik me zo miserabel heb gevoeld. Tot slot komt er ook nog een koorts opzetten: als je gewoonlijk leeft aan 35.4 doet 37.8 heel vies. Zweten, rillen en gebroken.
Cola to the rescue!  Als bij wonder blijft het goedje (zonder gasbellen natuurlijk) netjes in de maag.
Ik meld Paul dat ik niet langskom vandaag: hondsziek. Hij vertelt me dat er een soort van virus in de lucht zit: maximum twee dagen koorts en dan genezen. Klinkt op dat moment redelijk mooi, hoewel ik er nog geen goed oog in heb.

Een beetje Immodium, wat Mottilium en twee dikke roze Brufen’s met prikloze cola blijkt de genezende cocktail te zijn. Ik slaap tot ergens in de namiddag en merk dat een koude douche echt wel een helend effect kan hebben: de koorts zakt even een volledige graad. Helaas komt ze wat later volledig terug.

Het is verdorie Oudjaar en ik lig om zeven uur te wachten om in slaap te vallen. Aangezien het strand en bijhorende luidruchtige feesten  slechts een boogscheut van me verwijderd zijn, is inslapen niet vanzelfsprekend. Dat, in combinatie met veel dagslaapjes en een gebrek aan beweging maken de marteling dan nog net iets erger dan ik had gedacht: wakker liggen tot middernacht. Een paar mensen van goede wensen voorzien per sms (en antwoorden ontvangen) en m’n temperatuur meten zorgen voor hoop in 2008!
Koorts is wat gedaald en de mensen die ik graag zie hebben een fijn feest maar beloven wat feestgedruis te bewaren voor later.

Al bij al is het de schraalste en saaiste en eenzaamste en miserabelste laatste dag van een jaar die ik ooit hoop mee te maken.

It’s the end of the world as I saw it

Standard

Stel je voor dat je op het einde van de wereld staat.
Niet gemakkelijk, wel?
Ik heb er iets minder last mee, eerlijk gezegd.

Een halve dag geleden stond ik ook nog op het laatste stukje wereld. Het laatste stukje voor de zuidpool.
Enkel water en zee.
Enkel water en drie (3!) zeeen.
De Arabische Zee, de Golf van Bengalen en de Indische Oceaan. De Zee van Onam wordt ook erges genoemd, maar geen idee waar die nog ligt: ik heb er maar drie gezien.

Nu ja, gezien. Ik vermoed dat het punt waar een hoopje (met miljoenensteden in het land is een paar duizend slechts een hoopje) toeristische indiers met al hun kleren (AL HUN KLEREN!) in het water staan ter ere van wie weet wat, dat daar het driezeeepunt moet zijn.

Indisvhe toeristen. Een gekke soort. Anders dan andere indiers, enders dan andere toeristen.
Drummen, duwen trekken om maar eerst op de overzetferry te zitten.
Vaders die oude vrouwtjes opzij duwen om dan vanop een vertrekkende boot naar vrouw en kinderen wuiven om hen toch maar te tonen dat ze de race gewonnen hebben. Moedertjes die gemakkelijk voor kreupele bedelaar kunnen doorgaan die plots een stevige elleboog tussen de ribben planten. Of toch naar die ribben mikken, want mezelf in verhouding tot de gemiddelde medemens hier, het is een verschil…

Echt, het leren in de rij staan hadden de engelsen hier echt mogen achterlaten. In plaats van het links rijden bijvoorbeeld.

Maar qua tourismus: Schoon. En imposant. En Gandhi. En kraampjes met plastic toerstenrommel. En lekker en goedkoop eten (40 cent voor een meer dan overvloedige maalrijd…). En zonsondergang.

Hoewel, zonsondergang. Ik had er iets meer van verwacht.
Maar de sunrise deze morgen! FOWK!
Zo graaf!
Foto’s zeggen meer denk ik.

Overseas

Standard

Vrijdagavond, half acht.
Ik sta, samen met Paul en zeven dansrs van SISP, te wachten op de taxi. Wachten op de taxi, maar ondertussen gebeurt er zoveel meer dan wachten!

Babbelen en zwanzen en dollen enlachen.
Het is in zijn gheel niet vervelend eigenlijk, dat wachten.
Als een van de dansers plots opmerkt dat mijn ogen zo gek zijn, begrijp ik er geen snars van. Gelukkig valt mijn paisa net op tijd: mijn iris en pupil zijn verschillend van kleur. En dat heeft de brave jongen nog nooit gezien!

Het moet voor hem een beetje geweest zijn als toen ik de eerste keer met mijn zwarte buurjongen in de zandbak speelde: geke ervaring!

Om kwart voor acht is de taxi er en kunnen we naar de Trivandrum Golf Club voor een avondje uit met de mnsen uit overzeese gebieden die nu hier in de buurt wonen. Veelal mensen uit het Verenigd Koninkrijk, maar ook enkele Nederlanders en een Belg.
Op zich wel fijne mensen en ik verveel me dan ok geen seconde bij hen.

Lekker eten, een pintje en een klapke doen. Dat is nu eens echt lang geleden seh.

De jongens va de dansgroep zijn echter een beetje moe, zo lijkt het wel.
Het vuur van kerstdag is er niet, maar toch draaien ze nummer na nummer de ziel uit hun lijf. Het is echt zotjes hoe die gasten filmdanskes doen.
Om een uur of elf rijdt onze taxi naar huis.

Een betje op tijd het bed in is dan ok geen overbodige luxe.
Ik heb een hoestje gevangen in m’n kathedraal en dat speelt me wel parten. En aangezien ik een tweedaagse uitstap naar Kanyakumari wil maken, kan ik dat maar beter uitgerust doen…

Huisbezoek

Standard

Aangezien het kerstvakantie is op school, zijn er geen kinderen.
Dat wil echter niet zeggen dat er niet gewerkt wordt!

De voormiddagen deze week worden gevuld met computerles voor enkele leerkrachten, de namiddagen worden gebruikt om kinderen thuis te bezoeken.
Op die manier kennen de leerkrachten de thuissituatie van de leerlingen en kunnen ze hier op inspelen en eventueel helpen waar nodig.
En ik, ik mag mee.

Ik ben nog niet in Vizhinjam zelf geweest, alleen de grote straten heb ik gezien.
En gelukkig heb ik een gids mee, want de wirwar van straatjes (hoop en al een meter breed) is een doolhof waar ik m’n weg echt niet in zou vinden. Straatnamen zijn sowieso niet aan de orde in India, huisnummers al evenmin.

Ik vind het allemaal een beetje schrijnend. Waar ik de voorbije dagen vooral de toeristische kant van het leven heb geproefd, wordt m’n wereld nu weer volledig gekleurd door de harde realiteit.
Families met problemen op alle gebied: geen geld, geen werk, geen huis zoals je dat zou verwachten. De gang van ons appartement in Antwerpen is ongeveer even groot als een huisje waar we op bezoek gaan. Een televisiekamer. een kastkamer en een plaatsje waar gekookt wordt.
Geen badkamer, die is buiten en wordt gedeeld. Hoewel, gedeeld. Er moeten harde contanten op tafel komen voor er gebadkamerd kan worden. Een rupee per keer. Onvoorstelbaar.

Als een van de moeder shaar verhaal doet aan Preetha, is dit de eerste keer dat ik iemand hoor fluisteren. Gesprekken gaan hier meestal op een toon die westerlingen als ruziemakend ervaren hoewel dat er geen ruzie gemaakt wordt.
Nu is het bijna toonloos. De tranen staan de moeder dan ook bijna in de ogen als ze de problemen met haar oudste zoon uitlegt. De muren hebben, net als in ieder dorp over de hele wereld, ook hier oren.
En aangezien dit een vissersdorp is met alle spreekwoordelijke viswijven van dienst, kan je je voorstellen hoe er geroddeld wordt over alles en iedereen.

Mensen zijn basisgedragsrechtelijk overal hetzelfde: Meer of Vizhinjam, er is niet zoveel verschil. Alleen hebben de mensen in Meer een matras om op te slapen. En meer dan een bed per gezin. En een huis waar iedereen in past bij nacht en ontij. En minstens een badkamer per huis. En stromend water.

Als we om vijf uur huiswaarts rijden met de bus, ben ik er niet goed van. Bekomen en bezinnen met een koffie en een zonsondergang maken we weer klaar voor de rest van de dag.
Ik denk dat ik echt verliefd aan het worden ben op de zee. Rustgevend, orde op zaken stellend, probleemoplossend.
Ik word er gelukkig van. Zelfs tussen al die miserie kan ook ik nog lachen. Net als de inwoners van Vizhinjam.
Zo gaat dat hier: miserie te over en toch een lach kunnen boven halen.

BTW: ik heb vandaag gemerkt dat ik een materialistische westerse klootzak en een slechte fotograaf ben.
In de zelfde volgorde een uitleg: terwijl de mevrouw al fluisterend haar verhaal doet aan Preetha, merk ik in een ooghoek dat mijn fototoestel niet op aperture maar op manual staat. En dan schiet me ook te binnen dat ’em nog op ISO 1600 staat van het stranddansfeest van gisterenavond. Precies of dat is van enig belang in de situatie waarin we ons bevinden.
Alsof die aperture/manual en ISO zever niet voldoende zijn om mezelf tot schrale amateurfototoestelbezitter uit te roepen, wordt het nog net iets erger. Ik kan van situaties als deze bijna geen foto’s maken. Noem het schaamte, noem het bedeesdheid. Ik kan het gewoon niet. Hopelijk gaat m’n schroom morgen en overmorgen wat over want echt, ik wil dit hier aan iedereen laten zien.

Onbegrip

Standard

Toen ik op kerstavond aan enkele engelsen probeerde uit te leggen wat mijn beweegredenen om naar India te komen, zijn, stiet ik op een muur van onbegrip.
Ik voelde me net zoals ik me voelde in het vierde leerjaar, lang lang geleden.

Ik had toen (in het vierde leerjaar, tien jaar oud, bijna 15 jaar geleden) een sateliet geknutseld met behulp van een grote bout, een koord en de spiegelende binnenkant van een fietslicht. Knutselen was toen echt een hobby van me en fantasie is nog steeds een groot deel van mijn leven.

Trots als ik was vroeg ik aan de juffrouw of ik het aan de rest van de klas mocht uitleggen. Dat ik een groot idee had en het op een gemakkelijke manier kon vertellen.
En daar stond ik dan, te draaien met m’n “sateliet”.
En fier op m’n eerste “metafoor”.  En op het brengen van iets ingewikkelds op een voor kinderen van het vierde leerjaar begrijpelijke manier. Wat voelde ik me vreselijk slim!

Maar zowat de hele klas keek als een koe naar een trein. Shit. Ik moet ergens iets gemist hebben, want dit was toch niet zo moeilijk?
Gewoon iets enorms vertaald naar een klein ding. Projectie of zoiets. En dat dat dan draait.

Toen de juffrouw de domste opmerking ooit maakte, stond m’n wereld even stil.

Als dat nu in’t echt zou zijn, dan heb je toch geen sateliet? Dan heb je een enorm grote bout aan een dik en lang koord.
En gaat dat koord dan vasthouden boven de aarde?

En zo voel ik me nu soms ook.
Onbegrepen door domme domme mensen…

Kerstmis met de tenen in het zand

Standard

Voor allen die van goede wil zijn: en vrolijk en vredevol kerstfeest!
In christelijk Kovalam wordt het enorm hard gevierd, in toeristisch Kovalam nog net ietsje meer. Zotte bedoening eigenlijk, kerstmis. Een relaas.

Waar kerstavond een lichte sisser was, was 25 december een schot in de roos.
24 december alleen doorbrengen heeft iets, maar verschilt niet zoveel van andere dagen alleen doorbrengen.
Lekker eten kan in elk restaurant, maar in Spice Garden kan het ook nog eens zonder vervelende strandverkopers. Het ligt namelijk aan de achterkant van de strandrestaurants. Volgens de obers zou het een geweldig feest moeten worden zonder sluitingsuur, veel knappe vrouwen en een geen alcoholverbod. Dat belooft dus een braspartij tot het ochtendgloren en spek voor mijn bek.

Het eten is geweldig, net als de vorige keer. Maar ook het publiek is als vorige keer: zeven mensen buiten mezelf. Geen groot feest dus.
Een hoopje engelse dames doen hun duit in het zakje, maar meer dan een halve rupee is dat ook niet.
Ik merk van mezelf ook dat een geforceerde sfeer erger is dan geen sfeer. Jakkes.
Het is feest als het feest is, niet omdat het toevallig kerstavond is. Deze mensen denken daar precies anders over. Een kleine babbel over India geeft me een afkeer van hen:

Armoede? Hier? Niet overdrijven eh. Je vindt in elke stad toch bedelaars? Ik denk dat je het allemaal wat overdrijft. Die mensen hier hebben gewoon geen behoefte aan luxe zoals wij.

Tja, als je zo tegen de dingen aankijkt dan is er inderdaad weinig armoede.
Om elf uur is het restaurant helaas helemaal leeg. Ook elders is er niet zoveel sfeer. Gek, want het was nochthans sterk aangekondigt.

Kerstdag is echter een heel ander koekje. Plumcake.
Om elf uur worden we bij Justin thuis verwacht voor een kerstmaal.
Paul, Naimsha, Lenny en Jana zijn ook uitgenodigd. Sfeer en plezant, maar anders. Anders is echt wel het minste dat ik kan zeggen.
De gasten zitten en drinken (zelfgemaakte wijn, super goed!) en eten, maar de gastheer en zijn vrouw kijken toe. Het voelt redelijk gek.
Ook het feit dat het zweet over m’n rug loopt op kerstmis is een gekke gewaarwording.

Nog gekker wordt het als ik om drie uur even ga zwemmen in de zee.
Het is verdikke kerstmis! Ik ben ingesteld op zitten in een gezllige huiskamer met fijn volk en plezante gesprekken! Maar nee, zwemmen, duikelen in de golven en lezen met de tenen en de buik in het zand: het is eens wat anders!

Als de avond valt, rijden we met de bus van SISP (nog niet met de nieuwe) naar het volgende strand. Aan restaurant 3rd Rock wordt er een optreden van SISP Dance verwacht. We krijgen een plaatsje op de eerste rij en met de tenen in het zand genieten we van elk moment.

Paul kondigt het programma aan en geeft wat uitleg over SISP, de projecten, microkredieten, schoolwerking, tuition, social work en vertelt in het kort de geschiedenis.
Ik besef nog niet half hoe groot de impact van Paul en Werner hier de afgelopen tien jaar is geweest.
Wat zij hebben klaargekregen is echt lovenswaardig.

Als de jongens en meisjes beginnen dansen gaat het spreekwoordelijke dak van het strand. Ik geniet met volle teugen. Dat deze kinderen de kans krijgen om gratis dansles te krijgen en hun ding te doen voor publiek, maakt zowat iedereen gelukkig.
Het geluk straalt dan ook van hun gezicht.
Ook Paul en Werner zien er gelukkig uit.
Het moet ook wel een super goed gevoel geven als je merkt dat het helpen van straatkinderen uit de allerarmste lagen van de wereld zoveel geluk kan teweegbrengen.

Paul en Werner, me dunkt dat jullie verdomme goed slagen in jullie opzet!
Ook langs deze weg een dikke dikke proficiat!

De sfeer en omgeving ademen gewoon kerstmis: vrede, vriendschap, liefde.
Ik, ik word daar gelukkig van.

LAMMENTAMMEF*CKINGTRAGECOMPUTERMETUWSCH*TETRAGEVERBINDING

Standard

Internet en beschikbaar en al: ja meneer, zeer zeker meneer, natuurlijk is hier internet meneer, ge kunt dat ook gebruiken meneer. Ja hoor, zeer zeker snel. 56kbps meneer. Sneller dan de buren meneer.

Dat de telefoonlijn dan door acht computers gedeeld wordt, daar denken we dan even niet aan.
Dat webpagina’s laden in schokjes is niets om u aan te ergeren.
Dat het redelijk lang duurt om wat foto’s online te zetten is toch normaal.

En ik weet dat ik mij daar niet aan mag ergeren end at dikmaken niet helpt en dat die meneer van de winkel er ook niet aan kan doen en dat het hier binnen een jaar of vier wel aan een iets snellere bitrate zal gaan. (Dat belooft de reclame althans: new broadband, 2MBPS)

Ik denk soms dat ik een beetje verslaafd ben aan snelle computers, snel internet en draadloos en overal. En dat het een tijdje heeft geduurd, maar dat de afkickverschijnselen er nu echt wel aan het doorkomen zijn.

A vast amount of water

Standard

Dat lijkt me de beste omschrijving van de backwaters.
Het is er eeeeenooooorm!
Echt, niet in woorden te vatten.
De dag als geheel was ook enorm: zowel in tijd als impressies als in ontmoetingen.

Om half zven de bus naar Trivandrum genomen om daar over te stappen op de Super Fast naar Kollam. In Kollam lag er namelijk een boot op me te wachten voor een tochtje van 80 km over een van India’s mooiste wateren: de backwaters.Deze natuurlijke kanalen worden nu geregeld uitgebaggerd, maar zijn al honderden jaren de beste handelsroute tussen verschillende kuststeden. Ze lopen gelijk met de zee en op sommige stukken is de strook schdingsland maar 15m breed. Redelijk bizar.

De waterlopen zijn ook een zeer dorpse aangelegenheid: het makkelijker om met de kano van hut tot hut te gaan dan om een auto te nemen. De dorpelingen wonen dan ook half op het water. Velen van hen zijn vissers en gebruiken bijvoorbeeld Chinese kruisnetten. Mooi mooi.

Als ik om half tien aan de boot aankom (drie uur bussen is hier geen aardigheid) blijkt dat hij niet om tien zal vertrekken, maar om half elf. Een beetje uitstel van de dingen is ook niet zo gek hier.
Wat relaxen, ontbijten en genieten van de hlemaal niet zo warme dag, het hoort er bij.

Wat ik de komende acht uur te zien krijg slaat alles. Enorme massa’s water, voetbalvelden grote vlakten met niets dan water, boten en visnetten. Het geheel wordt netjes omkaderd met palmbomen en jungle.  Als in de namiddag de zon doorbreekt, is dit de zoveelste keer dat ik hier een stukje paradijs ontdek…

Net als ik denk dat ik alles heb gezien voor vandaag, duiken er enkele honderden eenden op. Echt als een kudde schapen lopen ze achter de hoofdeend aan. Wat een hoop! Wat een troep! Wat een zwerm! Wat een, let nu even op, TOOM eenden!
S C H I T T E R E N D

Ergens halverwge de dag ontdekken we geviren dat we dezelfde taal spreken. Gek om in het engels met elkaar aan het babbelen te zijn, een woord niet weten, luidop in het nederelands denken en dat dan de ander het juiste engelse woord geeft. Bizarre situatie, maar wel gezellig.
Amsterdammer, tweede keer in India, programmeur, reist nogal snel overal doorheen, al op een hoop plaatsen geweest (China, Rusland, Peru, Vietnam,…) maar altijd snel snel. Zo is hij twee jaar geleden in CHina geweest: 40 steden/dorpjes op veertig dagen… Lijkt me net iets te gestresst en teveel onderweg.
Maar China, het is iets voor een volgende. Net als Vietnam. En Bangladesh. En Mexico. En Peru. En Argentinie.

Maar nu: fruhstucken beim German Bakery!

Driemaal is scheepsrecht

Standard

Binnen de week op twee verschillende bruiloften aanwezig zijn, het is me van het goede bijna teveel. Niet dat ik er niet van heb genoten, maar als mensen dan dingen zeggen als “driemaal is scheepsrecht” en “de volgende zijde zelf”, dan is het toch een beetje groen dat er wordt gelachen. Not!

Het huwelijk gisteren was lichtjes anders dan het huwelijk van vorige week.
Vorige week was er sprake van liefde, nu was het eerder geregeld tussen de families. De exacte details wil ik graag in intiemere kring uitleggen, want wie schrijft die blijft…
Het gaat ook om een andere en lagere kaste. Hoger dan het brahmanenhuwelijk van vorige week kon niet, maar toch.

De drie dagen werden nu vervangen door drie kwartier:

  • 10.15: aankomst aan het auditorium voor plechtigheid en eetfestijn
  • 10.18: begin plechtigheid
  • 10.28: einde plechtigheid
  • 10.30: start eten
  • 10.55: of ik met de eerste of de tweede bus mee terug rijd

In de namiddag dan maar terug naar school gegaan en wat met de gasten en het fototoestel gedold. Indische mensen zijn zot op foto’s, laat dat duidelijk zijn!

Het diner wordt gegeten op de receptie van het huwelijksfeest, mdden in onze tuin. Iedereen krijgt en wegwerpbord en dito beker en mag aanvangen met schransen. Lekker en gezellig.

Helaas wordt wegwerpbord hier wel heel lettelijk genomen: alle rommel en afval gaat gewoon over de muur, in de eigen tuin. Het is er momenteel een stort dat het geen naam heeft.
Logisch ook: er is geen echte huisvuilophaling, dus gaat alles over de reling, in het vuur of in de zee… Echt jammer, want op elk mooi plekje ligt het vol met rommel..

Liefdadigheid

Standard

Een hele tijd geleden deed ik een oproep tot liefdadigheid van uwentwege. Een mailtje met een rekeningnummer (083-4456826-67) en de vraag om alstublieft toch maar wat geld te storten.
Dat het niet om mezelf ging (ondanks het feit dat ook ik een goed doel ben) maar om nobelere bestemmingen.
Naast het mailtje volgde wat later ook een spaghettifestijn waar dankzij de goede hulp van moeder en haar vriendinnen stevig gesmuld kon worden.

Blijkbaar was u allen nogal gul: toen ik naar India vertrok op 7 november had ik een bedrag van 2600 euro rond op mijn speciale rekening (083-4456826-67) staan. Dat werd netjes verdeeld over de twee projecten die ik ging bezoeken.
1300 euro voor SVIRH en 1300 euro voor SISP.
Redelijk propere bedragen denk ik dan.

Toen ik zonet voor de lol eventjes m’n persoonlijke saldo checkte, viel me iets op.
De rekening “Projecten India 083-4456826-67” gaf een gek bedrag. 946.88 euro.
Ik meende me te herinneren dat ik dat ding toch had leeggeschud enkele dagen voor ik vertrok?
Ja wadde!
Er waren precies nog een paar mensen vergeten te storten. Dank u zeer! Uw centen zijn niet weggesmeten! Zeker niet.

Ik moest ook niet zo lang nadenken over wat te doen met het geld. Twee ideeen kruisten mijn gedachten.
Aangezien een redelijk groot bedrag door de Chirojongens van Meer en Robbe was gedoneerd, moest ik er eigenlijk wel spelmateriaal mee kopen.
Helaas liggen de noden elders. De schoolbus van SISP is weer maar eens kapot. En echt dit keer.
Gelukkig kon er al een nieuwe op afbetaling worden aangeschaft.
Het lijkt me dan ook normaal dat de 946.88 eurocenten naar die kant gaan. Want wat hebben kinderen aan speelgoed als ze niet eens op school geraken?

En bij deze weet u dat uw centen netjes verdeeld zijn.
Ik weet ondertussen ook wel dat dit zeker niet de laatste geldinzamelactie van m’n leven gaat zijn. Verwacht u binnenkort maar aan vlaaienslagen, pannenkoekenbak, de Shit van Brigit, Rijstfrettentotdagederbijneervalt en iets als wenskaartenverkoop.

Mijn hypothalamus en ik

Standard

Als een groot zwellend ganzenei
ervaar ik het gevaarte in mijn hoofd
Zijn grootte baart me zorgen
doch zijn aanwezigheid maakt me blij
Ik heb een dagelijks groeiende behoefte
aan een kuur die hem in tweejen klooft.

Mijn hypothalamus en ik
twee handen op een buik
Een mooi en zacht exemplaar
met een wolk van een nagelenbuik
Liefde en genegenheid zijn
de oplossing doch niet nabij.

De hoop van de zegen
is echter niet te zien
Witte lillende lijven op het strand
doen een afbreuk aan de groei
Maar stoppen doet de klier
zeker niet, niet vandaag, niet hier.

Kijk dus maar uit in februari
gij vrouwmens  in de kou
Mijn hypothalamus en ik
wij staan te springen om jou
Rennen helpt niet
we brengen je enkel onszelf, aanvaard het maar.

Justin

Standard

Als mijn vliegtuig weer aan de grond staat, is het een kwestie van minuten om buiten de luchthaven te geraken. Geen bagage op te halen, geen security check, geen rij wachtenden.
Dit is echter iets te snel voor Justin, de bestelde taxidriver.
Ik bel hem en hij zal er binnen een kwartiertje zin.
Perfect, een extra hoofdstukje uit Catch22 kan er altijd in (aanrader trouwens!).

Justin.
Een indische jongeman die op redelijke jonge leeftijd vaderloos werd. Arme familie, hard werken als knaap en door alles en iedereen opgelicht en bedrogen geweest. Als Paul en Werner zich over hem ontfermen (klein jobke buiten het toeristische seizoen, engelse les in SISP ) begint voor hem een ander leven.
Momenteel rijdt hij met een taxi en verdient hij min of meer deftig zijn dagelijkse portie rijst.

Als hij me oppikt in Trivandrum (Thiruhupeldepup eh) vertelt hij hondrduitover zijn leven, vrouw en zelfgebrouwde miswijn.
En dat hij vanavond eigenlijk met wat kameraden aan de vissershaven zat en of ik een zin heb om me te gaan. Natuurlijk wil ik dat!
Eventjes stoppen bij het overheidsbierparadijs en naar de haven.

Als we door de donkere straten van Vizhinjam rijden, vertelt hij over het leven hier. KLeine huisjes waar drie families wonen. Een kleine dertig man per vijf vierkante meter. Velen moeten dan ook buiten slapen wgens geen plaats binnen. Shit. Van het ene uiterste (bruiloft) in het andere uiterste: lokale armoede. Mijn hartje bloedt bij de gedachte en het zicht van kleine hoopjes mens die tegen een gevel van een huisje liggen te slapen.

De gesprekken met Christopher en Justin gaan in een fijn engels. Christopher werkt in een bedrijfje in Kollam dat TBC medicatie maakt. In het weekend komt hij cehter terug naar Vizhinam. Tofe kerel met een duidelijke visie op de toekomst van India.
Mijn antwoord op zijn vraag waarom ik nu ben waar ik ben, slaat hem met verstomming. Vrienden worden met de locals, het lukt aardig.

Ook vanavond ben ik weer uitgenodgd.
Dit is waarvoor ik hier ben gekomen, dit was een van de doelen van de reis: bleven hoe de mensen aan de andere kant van de wereld wonen, leven en denken.
Discussies over normen, waarden, culturen, godsdienst en armoede sleuren ons dan ook een stuk in de nacht.
Met als achtergrondgeluid alleen maar het ruisen van de zeebries en de golven die tegen de havenwal slaan.
Hier word ik echt gelukkig van.

Justin nodigt me bij het thuisbrengen nog snel uit voor de zondagsmis. Aangezien ik nog altijd moeilijk nee kan zeggen, zeg ik ja.
Dat hij er zal staan om half negen en dat ik maar moet zien dat ik klaar sta. Want dat de zondagsmis echt een belevenis is. Als ik wat later bedenk dat ik in geen maanden nog op tijd ben opgestaan voor een zondagsmis, verklaar ik mezelf een beetje gek.
Het is cehter de moeite: de enorm mooie kerk zit stampvol en ook het plein buiten is vergeven van het volk.

Zoveel devotie, zoveel gelovigen.
Ik moet een paar keer denken aan de wijze woorden van godsdiensleraar Bert Roos: “Mannen, ge moet allemaal niet te hard geloven.”
En niettegenstaande ik ben gestopt met geloven in Onze Lieve Heer De Goede God, doet deze eredienst iets met me. Ik denk niet dat iemand onbewogen kan blijven bij zoveel biddenden. Een offerande van bijna honderd christenen, mensen die de armen en hemel gooien tijdens het onze vader: katholieker kan haast niet.

En toch sta ik na de dienst buiten met een groot besluit: ik geloof niet in religie. Ik geloof enkel in goed en kwaad in de mens. We moeten het allemaal zelf waarmaken en bidden, smeken en preken hebben niets met geloof te maken als we onze naaste op straat laten sterven.

Waar gaat het heen als mensen liever enkele rupes aan de stinkend rijke Kerk geven in plaats van hun kinderen eten te geven? Wat is het nut van vier door het volk betaalde moskeeen als 480 van de 500 gezinnen geen dagelijkse maaltijd kunen betalen? Wat is het nut van een puja van tien bananen terwijl je vrouw al in geen dagen meer heeft gegeten?

Ik kan daar met mijn hoofd niet bij. Echt niet.
Vanaf heden ben ik dan ook een hedonist die ooit tot christen is gedoopt en als een goed mens door het leven wil gaan.
Niet te realistisch, maar zeker niet fundamentalistisch doch uitermate respectvol voor opinies en gedachten van medemensen ongeacht geloof, kleur, afkomst en geslacht.
Hoewel mooie al dan niet naakte dames altijd een klein streepje voor hebben natuurlijk. 🙂