Tourisma non grata

Standard

Het leven van een witte man gaat niet altijd even gemakkelijk. Zeker niet als die fijne kerel dan nog eens in een toeristisch dorp gelgerd is.
Elke taxi, elke leurder en elke hotdogverkoper weet dat de blanke geld heeft en dat hij hier toerist komt spelen.
De swingende prijzen, het vlotte engels en de westerse produkten zijn dan ook niet van de lucht.

Helaas voor hen kom ik niet naar hier om Coca Cola te drinken (hoewel dat dat wel enorm goed smaakt, echt) heel de dag in een taxi te zitten of hotdogs (of waterijs of boule de berlin of what ever it is) te vreten.
Ik kom hier om mijn grenzen te verleggen, de armen te helpen en te genieten van een beetje fijn weer zonder spierwitte engelsen, schreeuwerige duitsers en oh zoow leujke hollanders.

Daarom heb ik me vanmorgen naar het dorpje begegeven, een beetje verder van het strand, en daar een lekker ontbijt in de vorm van dossa en chutney van kokos ggeen. Een bakje thee erbij en een stevige babbel in het malayalam, waar ik kop nog staart aan kan knopen, maa het maakt het wel gezellig.

De wandeling ging verderlangs ht strand en shit, ik heb me nog nooit zo hard een westerse toerist gevoeld. Volledig bezweet, rugzak, camera en fles water bij de hand.
En nee, een tochtje met de catamaran boeit me niet en nee ik hoef geen ijs (het is tien uur ‘s morgens gast!) en hallo, ik hoef echt geen strandstoel, ik zit perfect op dit mooie rotsblok.
Toerisme, het is een pest.

De kust echter: paradijs.
Bounty strand, vissers met prauwn, duikers naar seafood, blauwe lucht, dito water…
Het zuiden is fijn en mooi.

@Lisanne: ik heb de jungle van Mowgli gevonden.
Ze begint onder mijn slaapkamerraam… 🙂