It’s the end of the world as I saw it

Standard

Stel je voor dat je op het einde van de wereld staat.
Niet gemakkelijk, wel?
Ik heb er iets minder last mee, eerlijk gezegd.

Een halve dag geleden stond ik ook nog op het laatste stukje wereld. Het laatste stukje voor de zuidpool.
Enkel water en zee.
Enkel water en drie (3!) zeeen.
De Arabische Zee, de Golf van Bengalen en de Indische Oceaan. De Zee van Onam wordt ook erges genoemd, maar geen idee waar die nog ligt: ik heb er maar drie gezien.

Nu ja, gezien. Ik vermoed dat het punt waar een hoopje (met miljoenensteden in het land is een paar duizend slechts een hoopje) toeristische indiers met al hun kleren (AL HUN KLEREN!) in het water staan ter ere van wie weet wat, dat daar het driezeeepunt moet zijn.

Indisvhe toeristen. Een gekke soort. Anders dan andere indiers, enders dan andere toeristen.
Drummen, duwen trekken om maar eerst op de overzetferry te zitten.
Vaders die oude vrouwtjes opzij duwen om dan vanop een vertrekkende boot naar vrouw en kinderen wuiven om hen toch maar te tonen dat ze de race gewonnen hebben. Moedertjes die gemakkelijk voor kreupele bedelaar kunnen doorgaan die plots een stevige elleboog tussen de ribben planten. Of toch naar die ribben mikken, want mezelf in verhouding tot de gemiddelde medemens hier, het is een verschil…

Echt, het leren in de rij staan hadden de engelsen hier echt mogen achterlaten. In plaats van het links rijden bijvoorbeeld.

Maar qua tourismus: Schoon. En imposant. En Gandhi. En kraampjes met plastic toerstenrommel. En lekker en goedkoop eten (40 cent voor een meer dan overvloedige maalrijd…). En zonsondergang.

Hoewel, zonsondergang. Ik had er iets meer van verwacht.
Maar de sunrise deze morgen! FOWK!
Zo graaf!
Foto’s zeggen meer denk ik.