Reistips voor India

Standard

Bea, een kotvriendin eerst en later een gewone vriendin, gaat een verlofke doen in India. India, u weet dat, is een land hier ver vandaan.
Groot, veel volk en allesbehalve Europees.
Ja?

Nee.
Bea vroeg me wat vraagjes en ik antwoordde wat antwoordjes. En, aangezien ik een dealer ben, deel ik ze met u. Want ik ben daar ooit al eens geweest, in India. Alleen en al.

  • Er zijn overal ATM’s om geld uit de muur te trekken. Gewone bancontact volstaat.
    Roepies halen in België heeft geen zin en mag ook niet. En euromunten meezeulen kan dan misschien handig lijken, maar echt: geld haal je uit de muur wanneer dat dat nodig is. Ook in India.
  • Stopcontacten zijn Engels (wereldstekker lost alles op) en de stroom is er “gewoon”.
    Als er stroom uitkomt natuurlijk. Powercuts FTW!
  • Bikini’s op het strand vallen best wel mee. Ik heb er althans nooit last mee gehad. Voor vrouwen ligt dat alicht anders, maar toch. Op een strand is iedereen ietwat hetzelfde, nietwaar?
    Indisch vrouwelij schoon zit (zoals je zal merken) volledig in de sari verstopt: zwemmen met een badpak van een meter of zes, u liever dan ik.
    Naast het strand kan je best wat zediger lopen.
  • Verder: geen wc papier op toiletten maar dat is, na verloop van tijd een verademing.
    Zeker als je er even bij stilstaat wat een verspilling dat dat is. Emmertjes met water of, in de luxere kamer, een strontsproeier. Geweldig gerief dat.
  • op straat eten kan gemakkelijk (ik heb er nooit last van gehad)
  • de eerste dagvan de maand mag er normaal geen alcohol geschonken worden (in het zuiden, noorden weet ik niet) omdat de mannen dan hun maandelijks loon krijgen en dat anders toch maar opzuipen. ‘t Zijn zotten, die mannen.

Voor de rest: veel plezier!

en opgepast voor the ring of fire…

My backyard

Standard

Er wordt weleens gewezen
met vingers allerhande
door mensen allerlandestreken

Dat ik in een stad woon
vies vuil vadzig
binnen beton muren

Awel dat is niet waar
niks grauw grijs
maar blauw wijs

Water, gras en gezelligheid
feest in een fles
festival op elke bank

Mijnen hof, beste criticaster
heeft een vijver en gras
en van’t weekend hadden wij
grote boten.

Nah.

Verlof

Standard

Vandaag staan wij met de nacht.
Na een iets tragere dag dan anders, volgt er nu een (helaas) ongewone nacht.
Helaas?
Helaas: het zou wat vaker zo mogen zijn!

Want vannacht steken wij de grenzen over richting zuiden.
Het Zuid, dat ligt op een natte scheet van onze burcht, maar het zuiden, da’s een pak verder.
La Motte-Chalançon, La Ferme de Clereau.
42 Plaatsen, 9 hectare campinggrond.

Een tent, een hangmat, een stapel cd’s en leesvoer.
Lekker eten, wat champagne, pastis en wijn.
Een barbecue op tijd en stond.
Stevige croisants als ontbijt.

Maar vooral: wij met twee.
Asociaal en alleen wij.
Geen anderen en geen interesse in de rest van de wereld.
Nah.

Tot volgende week!

Notre Voiture

Standard

In de aanloop van’t verlof nog snel even naar de garage voor een klein onderhoud omdat de boordcomputer dat zegt. En dan nog even langs de keuring omdat Vadertje Staa dat zegt. En dan ook nog even de verzekering vernieuwen omdat dat ook verplicht is..

En dan denkt ge dat alles in de sakkosj is om op verlof te vertrekken, vertelt de keurmeesteres van dienst mij dat ik dat beter niet doe. Of dat ik maximum 50 kilometer mag rijden. Zowel in afstand als per uur. Best. Ze vertelde het als een aanrader.
Omdat de voorbanden, euhm, totaal naar de botten waren. Dat er draadjes uitkwamen.

Ik die niets van auto’s, banden of wat dan ook ken schrok nogal: ik herken geen vier- van een zescilinder, maar dit was niet pluis. Mezelf eens ferm boos gemaakt op de mensen van de garage, want ik had hen gevraagd om de auto na te kijken zodat die zonder moeite door de keuring kon en ik met een gerust hard verder kon. Klootzakken.
Ze mogen blij zijn dat mijn papa ze goed kent, want ik zou bijna hun naam durven noemen hier. En slijk smijten. En van die web2.0’se vunzigheden.

Weet dat ik het niet erg vind om te betalen voor dingen. Services, geoderen, noem het en ik ben bereid een min of meer eerlijk aantal dukaten neer te tellen.
Dat het soms wat meer dan eerlijk is, neem ik er bij: luxe komt met een prijskaartje, de naam van de voiture dient ook betaald.
Maar, euhm, ik verwacht dan wel dat het een beetje goed gebeurt.

Niet dus.
Op naar de bandencentrale voor nieuwe banden en een uitlijning en dan weer naar de keuring.
Gelukkig mocht ik daar een beetje voorkruipen: er is een aparte “lane” voor  herkeuringen, ik hoop dat u die nooit dient te gebruiken. Maar ‘t is maar dt ge’t weet.
Auto helemaal in orde, iedereen content.

Niet dus.
Airco leeg.
Bij Midas laten vullen voor 75 knotsen, da’s zonder zorgen zeg ik u.
Klein onderhoud zou er voor onze Zweed (‘t is nog eentje van voor de overname) op iets van een  135 euro’s komen. Da’s ongeveer een 200 euro minder dan ik bij de “authorized dealer” mocht betalen.
Een naam kost geld, ik zei het al.

MAAR!
De Zweed staat te pronken op zijn plaatske, ronkt als een paard 136 paarden met goesting en laat de temperatuur dalen tot kort bij het vriespunt.
Wij gedrieën, wij zijn er helemaal klaar voor, voor ons verlof.

NMBS – iRail – middelvinger

Standard

Vorige week moest de geweldige iRail applicatie de deuren sluiten van de NMBS.
NMBS, een staatsbedrijf.
NMBS, een grote lobbes met belachelijk veel geld (en zijn schandaaltje op tijd en stond).

NMBS, een bedrijf dat loopt als een trein.
Een Belgische trein: overvol en meestal te laat.

Een brave jongen (Zijn achternaam is Tiete, alicht heb je dan al een streepje voor bij bortsenminnend Vlaanderen) maakte een tijd geleden een toepassing zodat mensen met hun smartphone ook de uren van de treinen knden bestuderen om, zoals Wolf zegt, koning auto op stal te laten.

Als protest legt Amedee en link naar elders op de site van ‘t NMBS’ke.
Want ahja: gij zult alleen onze homepage gebruiken. En de rest? Dat zoekt de bezoeker maar zelf uit.

Eerlijk?
Dom van de NMBS.
Bel die jongen, feliciteer hem met zijn geniale (en toch ook zeer simpele) applicatie, geef hem er wat geld voor en hop, ge regelt het zelf.
Zo doe je dat, NMBS.
Overheid2.0?
Analoge overheid ja.

Ahja, moeder: Als ge van de week naar Antwerpen komt vindt ge alhier de juiste regeling.
Nah!

Hero

Standard

Enkele jaren geleden voetbalde ik bij De Helden, nu bel ik met een Hero sinds gisterenmiddag.

Nu ja bellen: ik heb al één batterij geleegd en slecht séén keer gebeld en hooguit tien sms’jes gestuurd.

Zo’n Hero, da’s dan ook meer dan een telefoon, da’s een “Mobile Device”.

En nu?
Wachten.
Installeren.
Testen.
En misschien af en toe eens bellen.

Ons Belgenlandje

Standard

Met de verkiezingen van vandaag in het achterhoofd, surfte ik wat rond.
Ideeën verzamelen, een mening vormen.
Eerlijk, het interesseert me matig. Ik wordt word ziek van mensen die op tv met een vorte smoel komen verkondigen dat ze niets anders doen dan zeggen wat er in hun boekske staat.
Het ziekst word ik van de media, die dat dat dan uitsmeren als choco op de boterham.

Ik kwam echter bij Frank terecht.
Hij richt een virtuele partij op, de KMO Partij.
Niet links niet rechts, wel bezig met wat er gaande is.
Een oplossing voor BHV (of toch dat het moet worden opgelost), milieu indachtig, KMO’s voordelen geven tegenover grote bedrijven.
En vooral: een lagere loonlast.

Een bediende met een maandloon van 1800 of 1900 euro bruto (geef toch, dat is toch geen excessief hoog loon?), een opslag van 50 euro netto geven, betekent dat het bruto-loon met meer dan 170 euro omhoog moet. Dat moet anders!

via Mijn politieke partij ….

I couldn’t agree more.
Ik ben voorstander van opslag en (nog véél) meer loon, maar zo’n kosten zijn belachelijk.
Zoals Frank aanhaalt: doe dan een winstbelasting.
Robin Hood to the rescue!

81,92%

Standard

Er werden gisteren rapporten uitgereikt op het TNA.
Iedereen kreeg een speech (die we pofessioneel zijn misgelopen) die de laatstejaars bedankte, een bundeltje papieren en een glas wijn.
Wijn kan naar believen vervangen worden door iets anders: de catering was best wel a-ok.
Meer moet er over de speech en de receptie ook niet gezegd worden, lijkt me: de thuisblijvers hadden dikke pech (wat de receptie betreft) en volgens bronnen heb je met het missen der speech eigenlijk, euhm, niets gemist.

Maar.
Het bundeltje papier.
Belangrijke, minder belangrijke en heel belangrijke dingen staan daar neergeschreven.
Een relaas.

Van elk vak kreeg ik om te beginnen een getuigschrift.
Op die manier moet ik tenminste dit jaar niet meer overdoen als ik van school zou veranderen.
Belangrijk dus.

Er was ook een blad met punten.
Punten die ik verdiend had door stevig mijn best te doen.
Punten die ik verdiend had door te doen waar ik goed in ben.
Punten die ik verdiend heb door te doen wat de mensen mij vroegen.

Punten die ik kreeg door een minimum aan inspanning te leveren en toch een belachelijk hoog resultaat te behalen.
Ik ben er wel blij mee, maar echt trots (trots als in: “Ik heb een berg beklommen, nu ben ik trots op mezelf”) ben ik er niet op.
Wel, nogmaals, erg blij.

Het heel belangrijk stukje papier: getuigschrift van een goede en regelmatige leerling te zijn.
Kwestie van mijn educatief verlof (dat ik maar heel beperkt heb opgenomen) te verantwoorden bij de baas.

Klink ik somber?
Begrijp me niet verkeerd: ik ben blij dat dit jaar achter de rug is, dat we met z’n allen (ons klasje is de max) halfweg zijn en dat er een lichtje aan het einde van de tunnel is.
Alleen: de manier waarop.
Ik heb er niet keihard voor moeten blokken.
Ik heb er geen moment slaap voor gelaten.
Stress lag enkel bij mezelf (“oei, dat moet mmorgen klaar zijn. En er is nog niks.”)

Maar ach, mijn lief is nu een halve meester rijker.
Officieel en op papier.
Nog een schooljaartje doorbijten en dan kont schoppen als leerkracht.
Ergens in’t middelbaar? Ergens anders? Nederlands voor anderstaligen?
Graag.
Ooit.
Binnen een jaar of tien.