Soms moet je gewoon je gevoel volgen.
Neus vooruit en gaan!
Als iedereen zijn eigen groenten zou kweken, zou de wereld een betere plek zijn. En zou iedereen meer groenten eten. En zouden gangster battles in den hof worden uitgevochten door om ter meeste plantjes te planten…
Ron Finley zegt het hoe het is en hoe het moet!
We kunnen wij daar allemaal veel van leren van deze man uit South Central Los Angeles.
‘Ron Finley: A guerilla gardener in South Central LA’
Een koffieabonnement.
Elke (andere) week een verse lading koffiebonen, geselecteerd door de kundige barista’s van Caffènation.
Ik wil dat gerust voor mijn verjaardag (25 januari, mocht het u onbekend zijn).
Met een koffiemolentje graag.
En zo’n cleverdripper.
Ik moest bijna overgeven, zondag in de auto.
We reden op de snelweg, onderweg naar Breda (omdat Ikea daar open was en in Wilrijk niet).
Nieuws van 11u, dat er een dode was gevallen in Antwerpen, bij een nachtelijk handgemeen. Dat het een kerel was van 18 jaar. Neergestoken door een dronken vijftiger. Of daaromtrent.
Vermoord.
Om niks. Alsof het niks was.
Een korte bemoeienis, een korte messteek.
Weg.
Alle leven eruit.
Alle leven vergooid.
Ik mag daar niet te hard op doordenken.
Mijn vrouw ook niet.
Want wij hebben een heleboel broers en zusjes die in de leeftijdscategorie van de bijna-of-jonge-twintigers horen. Die graag op café gaan en vaak in groep buitenkomen. om op terrassen te zitten. Om klapkes te doen met toevallige ontmoetingen. De universiteit van het leven.
Als ik daar dan wel verder over nadenk, want dat doet een mens dan toch, dan moet ik overgeven. Van de maatschappij, die jongeren keer op keer weer stigmatiseert. Van volwassenen die hun issues niet onder controle hebben of niet geholpen (willen) worden. Van woorden als “Ah ja, da’s dan doodslag of iets”.
Niks van.
Moord in mijn ogen: als je op café gaat met een mes, is dat niet om patatten te schillen. Woedend word ik van de hele situatie.
Machteloos en triest ook.
Want de schoonste stad van Vlaanderen komt weer maar eens erg mistroostig in de belangstelling. En daar kan Gregory niets aan doen.
Geînspireerd door Guido’s woorden.
Waarvoor dank, Guido.
Over moed | Just! Guidoooh.
Het was wat raar van de week, bij de notaris. Een som geld die niet echt van ons is werd geruild voor een sleutelbos van ons nieuwe huis. Ons huis. En sinds een paar uur ook onze nieuwe thuis.
Vanmorgen heel vroeg met een ploeg verhuizers al onze spullen van de ene thuis naar een ander huis gebracht, met achterlaten van een reuzegoede ijskast, een dressoir en een dijk van een tafel. Kerselaar, goed voor zes tot twaalf mensen. (En te koop)
Alles bij elkaar in Deurne, in onze kelder en onze hof. Met een tafel en een bank. En pasgemaaid gras.
In Deurne.
Aan het Te Boulaerpark.
Omdat het daar schoon is.
Omdat daar vanaf nu onze thuis is.
Want wij, wij zijn thuis waar dat we zijn.
En gij?
Per toeval liep ik deze reeks van Marcus Kuhn, The Gypsy Gentlemen, gisteren tegen het lijf. Ik browsede door Vimeo, op zoek naar het betere werk, zocht naar “documentary” en kwam deze tegen:
Een docureeks over tattoo artists in wereldsteden.
Met allemaal hun eigen kijk en stijl, een aparte wereld, parallel met de modale maatschappij.
Redelijk cool, dat zeker.
Op de website van Marcus Kuhn, http://www.gypsygentleman.com/, kan je het project ook steunen. Mijn steun heeft ie.
Want coole projecten, die zijn er te weinig.
Bijna een jaar of zes geleden was ik ook al eens in India. Anders dan de laatste keer was ik toen alleen én ben ik er een dag / nacht doodziek geweest. Darmen – lijf, u weet wel, van die horrorverhalen met evacuatie langs alle in- en uitgangen. Dat.
Niets is overdreven.
Op 1 januari 2008, de dag die in mijn geheugen gegrift staat als de dag dat ik weer toast en slappe thee kon verdragen alsook de schraalste en toch mooiste nieuwjaarsdag ooit, werd ik aangesproken door de andere gast van de German Bakkery in Kovalam. Ik kan u verzekeren: om acht uur ‘s morgens op 1 januari is het daar alles behalve koppen lopen.
De dame in kwestie vroeg me hoe het ging en dat een licht ontbijt vaak gepaard ging met het vechten tegen een kater. Als Britse had ze wel wat praktijkervaring, lachte ze erachter. Ik vertelde dat de symptomen erg gelijkend waren, maar dat de oorzaak in de verste verte niets met alcohol of fuiven te maken had. Dat ik een of andere bacterie of virus had ingeademd of opgelikt en dat me dat minder goed was bekomen.
When they only bug you for one day, they make you stronger. A good nights rest, a cleaned out body and lots of tea will make you not only healthy but a better man.
Amen to that!
Het houdt geen steek: zo sta je achter je bureau, zo hang je brakend over de porseleinen pony. Drie uur na de maaltijd onverteerd (en begot nog lekker ook) voedsel door uw strot geramd krijgen is geen favoriete bezigheid. Dan nog liever afwassen, om maar iets te noemen.
Maar gisteren was het dus op.
Het lijf zei nee. Niet verteren, niet bewegen.
Zweten, dat wel. Maar koorts maken: ho maar.
Vannacht om half vier een excellente (aan de hoge kant zelfs voor de koele kikker die ik ben) 37.2 opgemeten, maar verder niet aantoonbaar ziek.
Zolang je het niet ziet.
De spiegel was vanmorgen gelukkig nog wat beslagen na de douche en ik moest me haasten om op tijd voor een dutje de zetel te halen, maar anders was hij gebarsten. Zo’n lijk.
Kleine oogjes, kleine wallen en de derde koortsblaas in vier weken.
Stress van het leven zeg ik u.
Stress van huizen kopen en verkopen.
Stress van bankzaken, stress van werken.
Stress van een broer die holderdebolder naar Argentinië gaat om dan onderweg zijn fiets kortstondig uit het oog te verliezen.
Stress.
Kan dat eigenlijk, lichamelijk ziek worden van stress?
Hotshots 19
6 rounds for time
30 air squats
19 cleans (60/40)
7 strict pull ups
400m run
43:09 minutes of honour for some great men.
Ik ben een kluns. Als het woorden aankomt valt het meestal wel mee, maar ware mijn leven het verhaal van de krekel en de mier, ik ware de krekel. Weinig constructieve daden mijnentwege. Muren bouwen, gyproc plafonds steken, vloeren vloeren, tafels timmeren, gras zaaien: allemaal niet aan mij en mijn linkerhanden (en betweterige brein) besteed.
Zo ook met sanitair. Als er water door kan stromen, dan is dat mooi. Als er geen water door gaat, durf ik wel eens met een schroevendraaier of een eetstokje te keuteren. Maar toen de afvoer laatst echt verstopt was, lekte hij na mijn ingreep. Na twee extra pogingen was het verholpen, maar toch. Gestuntel met een grote G.
Sinds half april geeft onze douche warm – koud – warm – koud – warm – koud – warm. Zelfs niet altijd uit de respectievelijke kraan. Miserie. Door omstandigheden nooit echt naar de loodgieter gebeld en met twee keer in de week douchen komen we er ook wel. Elke douche ging gepaard met gegil en gevloek, maar om 7u ‘s morgens of half elf ‘s avonds is het niet netjes om bij de mensen in de telefoon te klinken. Meerdere maanden miserie dus…
Vooral de vraag: “Wat kan dat dan zijn?” leverde bij menig bevriend doe-het-zelver mooie theorieën op. Iets in de geiser en iets in de kraan. Met een rubberke of een vijs. Dat ge best eens een nieuwe kraan hangt of er eens met een hamer naar moet zwaaien. Dat die mengkranen van voor den oorlog zijn en dat van die goeie keramische kwaliteit voor het leven is.
Aangezien wij hier nog maar drie weken te wonen hebben, vond ik dat minder geslaagde voorstellen.
Tot deze week.
De chaufagist / loodgieter / sanitaire vakman Bart kwam langs om de geiser en de verwarming te keuren voor verkoop. Bart deed zijn papierwerk en had ook nog wel even tijd om eens naar de kraan te kijken.
“Voor ik begin te werken,” sprak hij, “probeer dan eens met een nieuwe douchekop.” Zo gezegd, zo gedaan.
De theorie van Bart, de sanitaire vakman?
Dat onze geiser te weinig water krijgt doordat onze douchekop van binnenuit volledig verkalkt is. En een te klein debiet is niet goed om deftig warm water te krijgen. Klinkt logisch.
En zo haalde ik een nieuwe douchekop (zonder eco stop), kreeg onze geiser zijn gewilde debiet en douchen we weer netjes op tijd en stond. Zonder gillen, vloeken en frustratie.
Dankzij de sanitaire vakman.
Hij is trouwens het snelst te bereiken via e-mail.
Ik stel voor dat we vanaf zondag de patafysische kalender hanteren.
Elke maand Vrijdag de Dertiende!
Kijk.
Ik vind zo van die regelmaat niet mis.
Dertien maanden, elke maand een Vrijdag de Dertiende.
Stramien.
Mijn lief kent mij echt zó goed.
Vanavond in de zetel:
“Wannes, ge moet dit eens zien, gij gaat dat keicool vinden.”
Check.
Vrijdag 27 september, 19u45, Metropolis.
En dan wil ik daar een safari doen.
Blast to the past, moeten de kinderen gedacht hebben. Vaderlief besloot plots, na een “besefke”, dat zijn kinderen teveel aandacht gaven aan technologie dan aan de omgeving rondom hen.
Tijd om hier wat aan te doen.
En wat is er beter dan terug te keren naar de jaren ’80?
The thing is, Blair and his girlfriend Morgan, 27, are pretending it’s 1986.
And they’re doing it because their kids – Trey, 5, and Denton, 2 – wouldn’t look up from their parents’ iPhones and iPads long enough to kick a ball around the backyard.
That’s why their house has banned any technology post-1986, the year the couple was born.
No computers, no tablets, no smart phones, no fancy coffee machines, no Internet, no cable, and – from the point of view of many tech-dependent folks – no life.
“We’re parenting our kids the same way we were parented for a year just to see what it’s like,” Blair said.
They do their banking in person instead of online. They develop rolls of film for $20 each instead of Instagramming their sons’ antics.
http://www.torontosun.com/2013/08/31/guelph-family-lives-like-its-1986
Gelezen en geblogged van op mijn tablet, over een draadloze internetverbinding, een Nespresso slurpend.
Mij zie je zo gauw niet volledig (wel muzikaal en retrogadgetgewijs) terugkeren naar de eighties.
Leve de moderne tijd!
Omdat de #hashtags daar effectief gebruikt worden.
Zoals hier met #bekendedieren.
Ik lag strijk.
Aanstoker dit keer: @hetjoch
Pater Baviaan #bekendedieren
— Jochem Maes (@hetjoch) September 8, 2013
Dat buitenlandse kranten origineler uit de hoek komen met krantenkoppen weten we al langer. De dubbelzinnige Franse headlines of de ronduit snerende Britten. Heerlijk.
Maar na de geweldige match van de Rode Duivels afgelopen vrijdag, wisten de Britten er ook iets moois van te maken:
‘Muscles from Brussels: too big, too strong, too good for us’
‘Classy Belgians are not waffling’
‘Head and shoulders and even haircuts above us’
‘Belgians on Quality Street’
Heerlijk toch?!