Mottig

Standard

Ik moest bijna overgeven, zondag in de auto.
We reden op de snelweg, onderweg naar Breda (omdat Ikea daar open was en in Wilrijk niet).
Nieuws van 11u, dat er een dode was gevallen in Antwerpen, bij een nachtelijk handgemeen. Dat het een kerel was van 18 jaar. Neergestoken door een dronken vijftiger. Of daaromtrent.

Vermoord.
Om niks. Alsof het niks was.
Een korte bemoeienis, een korte messteek.
Weg.
Alle leven eruit.
Alle leven vergooid.

Ik mag daar niet te hard op doordenken.
Mijn vrouw ook niet.
Want wij hebben een heleboel broers en zusjes die in de leeftijdscategorie van de bijna-of-jonge-twintigers horen. Die graag op café gaan en vaak in groep buitenkomen. om op terrassen te zitten. Om klapkes te doen met toevallige ontmoetingen. De universiteit van het leven.

Als ik daar dan wel verder over nadenk, want dat doet een mens dan toch, dan moet ik overgeven. Van de maatschappij, die jongeren keer op keer weer stigmatiseert. Van volwassenen die hun issues niet onder controle hebben of niet geholpen (willen) worden. Van woorden als “Ah ja, da’s dan doodslag of iets”.

Niks van.
Moord in mijn ogen: als je op café gaat met een mes, is dat niet om patatten te schillen. Woedend word ik van de hele situatie.
Machteloos en triest ook.
Want de schoonste stad van Vlaanderen komt weer maar eens erg mistroostig in de belangstelling. En daar kan Gregory niets aan doen.

Geînspireerd door Guido’s woorden.
Waarvoor dank, Guido.
Over moed | Just! Guidoooh.