Leraren zijn watjes

Standard

Tijdens de speech op de proclamatie van januari, hield de spreker zich het recht voor om te citeren dat leraren watjes zijn.
“Leraren zijn watjes“, zo stelde hij, “en daar mogen we trots op zijn.”.

Hij haalde zijn inspiratie uit het ene dan wel andere artikel uit een blad dat ongetwijfeld niet door meesters en juffrouwen wordt geschreven. Nee, het blad sprak over het watje als een sulletje. Knullige prutsers.
Superlatieven dat het geen naam heeft.
Of wel: watje.

De speecher dacht eerder in temen als empathisch, zachtaardig en goedlachs.
En ik kan helaas weinig anders dan de brave meneer bijvallen.
Leerkrachten van tegenwoordig worden geacht zich te kwijten van hun educatieve taak en er tegelijkertijd ook nog eens een deel van de opvoeding bij te nemen.

Zij kiezen daar voor, zeker wel.
En iedereen kan het diploma behalen (geloof me, dat kan).
Maar enkel zij die niet gaan voor de vele vakantiedagen zullen er in slagen om een meester te zijn.
Een meester die zijn meerdere durft erkennen.

Geen idee of ik ooit een echt watje zal zijn.
Momenteel nog niet.
Of toch niet voltijds.
Behalve dan voor de vakanties, want die staan me wel aan.