hittegolf?

Standard

Ik hoor hier en daar de mensen klagen.
Dat het te warm zou zijn. Dat er teveel zon is.
Aan al deze mensen: verhuis.
Of ga ergens onder de grond wonen.
Serieus, ik moet uw geklaag niet.

Nee.
Dit weer en deze temperaturen zijn de enige juiste.
Ik ga al een hele week werken met korte broek, t-shirt en sletsen.
En dus is’t, ondanks de professionele opvattingen, volledig vakantie in mijn hoofd.

U vindt mij op een terras.
Met, u raadt het nooit, een drankje en aangenaam gezelschap.

Probeer het zelf vooral ook een keer.

Metapraat

Standard

Een doodgewone maandagochtend, ergens in de maand van juni.

Collega: Hoe was het optreden vorige vrijdag?
Mezelf: Huh? Euhm, goed.
Collega: Ja, ik dacht het al.
Mezelf: Hoe dat zo? Was jij er ook misschien? En heb ik u dan per ongeluk over het hoofd gezien? Alvast mijn excuses dan.
Collega: Nee, ik was er niet. Optredens zeggen me niet zoveel: al die mensen, al dat gehos, muziek die veel te luid staat.
Mezelf, erg verbaasd nu: Maar waarom dacht je dan dat ik het er goed had? Ik heb je sinds vrijdagmiddag toch niet meer gezien?
Collega: Nee, maar ik las het op je blog. En op Twitter. En je Facebookstatus sprak ook boekdelen. En nog bedankt trouwens: die links op je Myspace account hebben me plots een heel ander beeld doen vormen over muziek.

Ik stond versteld.
Hoewel ik nog niets verteld had, wist mijn collega toch hoe enorm ik mezelf had vermaakt.
Het is niet de eerste keer dat me dat overkomt: steeds vaker hoor ik “Ja, ik weet het”. Niet dat ik het dan al gezegd heb, nee dat niet.

Er wordt tegenwoordig niet zoveel meer gezegd.
Toch niet om een boodschap over te brengen.
Er wordt wel veel meer gemetazegd.
Gezegd over wat reeds elders werd gecommuniceerd.

Vanaf nu is mijn vraag dan ook niet meer: “Had ik dat al gezegd?”, maar wel “Ahzo, mijn eerdere communicatie heeft haar doel niet gemist.”.

Metacommunicatie, bloggen, twitteren, socialmedialiseren: ik ben er fan van.

The farm: let’s breed them!

Standard

Ik heb er een dubbel gevoel bij, bij The Farm.
Een mooi project, dat wel, maar toch.
Twaalf studenten strijden in twee ploegen om een titel die hun leven weleens zou kunnen veranderen.
Twee ploegen die een volledige campagne mogen uitwerken binnen het bureau.

Welke student communicatie droomt daar niet van?
Mijn eerst reactie was: cool, dat wil ik ok nog wel doen. Een beetje zoals ons eindwerk, maar dan nog echter.
Mijn tweede reactie, vooral na het doornemen van de website, was eerder terughoudend.
Gratis gaan brainstormen?
Been there, done that: I drunk the potion, had the hangover.

Toen ik afstudeerde heb ik ook even een “gratis stage, met grote waarschijnlijkheid op een job” gedaan.
Bij de boerderij (al een pak minder cool, niet 🙂 wordt er niet gesproken van een job. Da’s al een goed ding, mar niet genoeg. We weten allemaal waar het hier om draait. En ik vind dat, persoonlijk, niet netjes.

Iemand werkt, levert diensten of ideeën, dus je betaalt hem/haar.
Of dat dat nu studenten zijn of reeds werkende medemensen.
Wie werkt, wordt betaald. Punt.

Toen ik vorig jaar aan de overstap bezig was, was het mijn droom om ergens bij een bedrijf zoals Proximity BBDO te werken. Een echt driehonderzestig graden reclambureau. Ik heb dan ook een paar goede gesprekken achter de rug waaruit vanalles voortvloeide maar geen job. Het zou dan ook gemakkelijk zijn van me om de hele sector van communicanten af te schilderen als een bende bloeddrinkende geldwolven.

Dat wil ik ok niet doen, maar ik heb wel gemerkt dat het principe van “kom’t is efkes proberen, een maand of twee” nog steeds bestaat. Drie plaatsen, onafhankelijk van elkaar.
En toen was de goesting over.

Vandaar dus mijn scepsis, Erlend.
Verder een schoon project, sowieso, maar met een wrange nasmaak voor de meeste deelnemers denk ik.
Zou het niet?

Popurlair

Standard

Maarten heeft een nieuwe manier gevonden om het internet en de content ervan te meten.
Of toch alleszins de populariteit van bepaalde content. Hoe vaak en hoe dikwijls er wordt doorgelinkt vanuit een bepaalde website.

Ik sta daar, na Clo en Imke, op de derde plaats.
De bronzen medaille in de race om om ter ‘t populairste te zijn. Popurlairste is beter eigenlijk.
Het gaat niet om wie je bent, het gaat om wat je schrijft en wie hat dan oppikt en verder linkjes legt.
Een manier als een andere, een goede barometer in elk geval.

Ik denk niet dat ik ect tot het clubje van invloedrijken behoor.
Daar zou eerst een hele historiek van popurlariteit aan vooraf moeten gaan.
Niet?

Nu scoorde ik hoog wegens de bloedgroep.
Tof hoor, maar ik zou het echt tof vinden als er nu elke 30000 links een overzichtje zou zijn.
De blogoloog barometer.
En de trends die daarin voorkomen.

Eén zwaluw maakt de lente niet, maar elk straaltje zon is mooi meegenomen.
En egostrelend om in een lijst te staan naast deze mensen.

Ook wel grappig dat er, zoals altijd onmiddellijk een enorme tegenkanting is van mensen (of toch één persoon) die er niet instaan en zichzelf toch wel heel belangrijk vinden.
Tja, zelfrelativationele kennis is niet iedereen gegeven zeker?
Ook ik maak daar graag schuldig aan, maar da’s mijn bloggersego, vermoed ik.

Way to go Maarten!
Hoewel ik er dan sowieso, zoals Ine ook al aanhaalt, naast de relevante lijst zal vallen 🙂

SPAM

Standard

Elke dag opnieuw valt er spam in de mailbox.
Meestal lost dat probleem zichzelf op, maar soms glipt er al eens eentje door de mazen van het net.

unceasing