Musical Gelmel

Standard

Sinds een halfjaar loop ik mee in een musicalproductie.
Figurerend wegens groot en breed én een baard, zingend als noodzakelijke voorwaarde om het een musical te mogen noemen.

Gelmel

Er wordt een verhaal verteld over het ontstaan van het slot van Hoogstraten, het Gelmelslot.
De viking Gelmel kwam een tijdje geleden (een paar honderd jaar) naar onze contreien en besloot er eerst wat koppen af te hakken en te plunderen, maar kwam dan wat later terug om er te wonen. Het volk van Hoogstraten, Brabanders, liet zich beide gebeurtenissen gevallen en was respectievelijk verontwaardigd en blij.

Een verhaal met een happy ending, liedjes over “dood en verderf” en “angst en terreur”. Een verhaal ove heldenmoed, sadistische machtswellustelingen, hoofse dames en boten op de zee. Er wordt gevochten, gewonnen, verloren en gedanst.
Zei ik al dat ik ook zing? U weze gewaarschuwd.

De afgelopen weken werd er veel gerepeteerd, de komende weken wordt dat nog iets intenser.
De opvoering nadert, de spanning stijgt. Er worden zwaarden gesmeed, boten gebouwd en een orkest opgesteld. Er worden boterhammen gesmeerd voor de lunches en koffie vloeit broederlijk met bruiswater door menig keelgat.
Ik kan u zeggen: er bruist iets, daar in Hoogstraten.

Binnen 20 dagen is het van dattum:  drie voorstelling in evenveel dagen. Drie dagen logeren onder het podium of in de orkestbak. Drie dagen van weinig slaap, veel stress en dolle pret.
Drie dagen de tijd om 3300 mensen waar voor hun geld te geven. De verwachtingen in de wandelgangen liggen alvast erg hoog.
De eigen verwachtingen eigenlijk ook wel.

Musical?

U vraagt zich af: “Waarom doet ’em het?”
Eerlijk is eerlijk: het begon als een grap op een gezellige avond. Of we met de mannen niet zouden deelnemen als figurant. Niet te veel repeteren, niet zingen. Alleen doen waar we goed in zijn: vettig lachen, boeren laten en ruige praat verkopen. Af en toe eens “Dood en verderf” roepen. Klonk als een fijn uitje, toen.

Na de schermlessen onder leiding van regisseur Jos Dom werd snel duidelijk dat het menens was. Het moet er dan ook echt goed uitzien. De druk ligt hoog, kan ik u in alle vertrouwen vertellen.
Er werd in de zomer niet al te veel gerepeteerd, maar in september werden de motoren weer gestart. Drie maanden om 250 mensen in een geordende chaos te leiden. Jos doet dat goed.

Maar dus: waarom.
Ik heb gedacht om er mee te stoppen. Het was me teveel. Werk, school, lief, sociaal leven (on- en offline), sporten en daar ook nog eens de musical bij. De mamie had echter al een stuk of tien kaarten aangeschaft en ging komen kijken.  Dat was, eerlijk waar, de doorslag om mee te blijven lopen. Tot nu toe wordt alles dan ook nauwgezet gepland.
Niet gemakkelijk, maar wel een opluchting: zowel het werk, de school als mijn lief lijden slechts minimaal.
Tot nu toe ben ik nog geen van de drie kwijtgeraakt. Sporten en het sociale leven zijn even de kneusjes, maar dat weet ik goedgemaakt, beloofd.

De grootste drijfveer nu is het feit dat elke man soms eens uit zijn comfortzone moet treden.
Of dat musical daar de meest geschikte vorm voor is? Nee. Niet geschikter dan een bungee jump, een reis naar Albanië of India in je eentje of het kopen van een woonst.
De comfortzone wordt elke keer wat groter en dat is belangrijk.

En natuurlijk ook omdat het in de lijst (slide 46) staat van 75 dingen die elke man ooit gedaan moet hebben: “no 41: sing in public” . Het lijkt me dan ook iets dat iedereen eens moet hebben gedaan, zo’n musical.

Nog twintig dagen wachten op een oorverdovend applaus.
Hoop ik.