Kempische waarheden

Standard

In de Kempen, de bakermat, wordt enorm veel wijze praat verkocht.
Voor alles is er een uitdrukking, voor alles is er een uitleg.
Wij, Kempenzonen, hangen daar aan vast.
Ons leven wordt daardoor geregeerd.

Een van de meer verspreide Kempische gezegden is het

Huisje Boompje Beesje

Eentje dat iedereen kent, eentje dat door het hele land gebruikt wordt.
Geen erg, wij van de zanderige gronden der Kempenland, wij delen graag.
Maar weet dat er aan deze zegswijze nog eentje vast hangt:

Tot aan den boom, en niet verder

Waarmee bezorgde moeders aangeven dat ge overal moogt spelen, maar niet voorbij de eerste rij bomen van het bos mag gaan.
Dat je binnen het zichtsveld moet blijven.
En die boom, dat kan evengoed een bankje of een betonnen paaltje zijn.
Een markering die voor iedereen duidelijk is.
Daar is de grens, en daar gaat gij, kleine snotter die ge zijt, niet voorbij.
Capiche?

Nu, men kan dat ook serieus anders interpreteren.
Op een eerder figuurlijke wijs.
De grens afbakenen waar je niet voorbij gaat in een gesprek.
In een discussie met je moeder, bijvoorbeeld.

Of nog, in Huisje Boompje Beestje.
Dat je wel kan gaan samenwonen, maar dat de beestjes nog maar even moeten wachten.
En dat je daar maar beter van bewust bent, als fiere Kempenzoon.

Maar even serieus?
Wat is het plezantste?
Net voorbij den boom gaan.
Letterlijk dan wel figuurlijk, natuurlijk.

Wij, wij zijn net de figuurlijke boom voorbij.
Klaar voor een volgende sprong in het diepe.
Een nieuw hoofdstuk, een nieuw feest.
Het wordt een mooie lente, een pracht van een zomer en the only way is up!