Geocaching is als seks

Standard

Afgelopen weekend liep mijn tijdslijn iets trager. Niettegenstaande liep ze over.
Veel van hetzelfde en minder van de rest.
I found this, I found that,…

 

Niemand die er een Jota van begreep.
Laat staan weet over wat dat dat gaat.
Awel.
Geocache.

Schatzoeken in de wijde natuur.
Of in de stad.
Goed verstopt, in een doosje in een boom of in de grond of onder een bank geplakt met een magneet.
Je wint niets en als je niet goed zoekt vind je ook niets.

Het principe is eenvoudig: iemand verstopt een schatkist en zet de juiste coördinaten op het internet.
Iemand anders geeft die coördinaten in zijn GPS in en zoekt de schat.
Doosje wordt bovengehaald, schat eruit en andere schat erin. En zo verder en verder en verder.

Zelf hoorde ik de eerste keer over geocaching in 2005.
Twee jaar geleden kocht ik zelf een gps.
Intussen liepen we vooral multicaches: langere wandelingen met raadseltjes om de juiste coördinaten te vinden.
Het plan: meer kleine caches te doen. Ook in de stad.

Want hier in de stad valt het extra hard op: geocaching is een extra laag op de maatschappij.
Een laag die je niet ziet als je het niet weet, een laag vol geheimen daar waar je het niet verwacht.
Een laag die ik er graag bij neem en die ik heel graag verder exploreer.

Geocaching, da’s gelijk seks: ge kunt er vanalles over lezen, maar ge weet pas wat het is als ge’t gedaan hebt.

One thought on “Geocaching is als seks

Leave a Reply

Your email address will not be published.