Beeldspraak

Standard

Als er iets is waar ik van hou, dan is het wel beeldspraak. Metaforen die rocken als een tiet. Woorden en zinsbrouwsels die niets met het onderwerp te maken hebben, maar die wel duidelijk maken wat er bedoeld wordt.
Vaak snappen mensen iets pas echt als er een tekeningetje bij wordt gemaakt.

Wolken die voor de zon schuiven en ervoor zorgen dat mijn hele wereld grijs kleurt en waarmee de brave Bruno dan direct weet wat er bedoeld wordt. Ik vind dat mooi. Ik ben me er van bewust dat niet iedereen dezelfde opvatting heeft van wat ik bedoel met mijn woorden. Interpretaties en percepties verschillen van mens tot mens en van plaats tot uur.

Als iemand me vraagt wat ik doe om boterhammen met choco te kunnen kopen, vertel ik hem (m/v) dat ik test engineer ben.
Meestal volgt dan een “WTF? Gij zijt toch geen ingenieur?”.
En dan het verhaaltje dat het te maken heeft met IT, software en dat alles testen. Ahzo. En hoe gaat dat dan in z’n werk?
Een korte uitleg brengt meestal geen soelaas.

Wel: er zijn mensen met meer hersencellen dan ik die computers kunnen vertellen wat er moet gebeuren. Dat zijn de programmeurs.
Zij maken de software.
Waarom zij die dingen bouwen? Omdat er andere mensen zijn met enorm veel fantasie en twee linkse handen die die programma’s bedenken. Deze mensen weten niet hoe ze computers iets kunnen laten doen.
Ik zou een heel goede computerfantast kunnen zijn.

Wat ik dan doe?
Ik probeer de programma’s voordat de klant die mag gebruiken.
Ik vertel de makers wat er scheelt. Of dat iets niet doet zoals het was afgesproken.
En dan zorgen de programmeurs er weer voor dat alles bits en bytes wél netjes inde rij lopen.
En ik vertel dat dan aan de computerfantasten en die geven de software dan aan de klanten. Goed systeem, dat wel.

“Huh? Systeem? Hoe gaat dat dan in z’n werk?”
En dan, dan komt de metafoor van het testen.

Leave a Reply

Your email address will not be published.