Standard

Een begrafenis is nooit echt wat je noemt het feest van de week.
Droevig en sereen en meestal ook wel niet plezant.
Want er is iemand uit je omgeving die je nooit meer zal weerzien.
Iemand die goed kent, die je als een vriend beschouwt is er nu niet meer.
Nooit meer.

En elke keer opnieuw doet het pijn.
Een paar maanden geleden was het Jo, ons allen zeer dierbaar en verdoeme veel te jong.
Nu is het “onze Jan”, de proost van de Chiro en priester emeritus (op pensioen) van de parochie.
HIj was een vriend. Steeds bijdehand, steeds goede raad.
Altijd ging hij mee op kamp.
Eerst elf dagen met ons, dan nog tien dagen met de meisjes.
EHBO, foto’s en bezinningen: dat was zijn taak.
En ook de kleintjes over hun heimwee helpen.
En een deftige babbel doen met de leiding als het even niet zo goed ging.

Ja.
We zagen het aankomen.
En ja, hij was al 84 jaar.
En ja, hij had niet het allersterkste gestel.
Het was te verwachten.
En toch, toch stond er gisteren een massa tranen klaar om over mijn wang te biggelen.
Ik was aan het nadenken over een tekstje ter afscheid en toen, toen kwam de krop.
Slik.