Oma, vava of toefke?

Standard

Het is niet eenvoudig in onze familie.
Dat het er aan mijn zijde complex aan toegaat weet je ondertussen.
Sinds ons huwelijk is dat niet echt verbeterd, wel nòg plezanter geworden.
Want plots zijn er nog meer ouders en grootouders om namen te geven.

Het schijnt dat dat moet, namen geven.
Voor ouders is dat gemakkelijk, dat is al jaren vastgelegd.
Mama en papa (beiden tweemaal) in mijn geval, ma en pa in het andere kamp.
Grootouders: oma en opa (twee keer, een maal aan beide zijden), moemoe en vava, moeke, omama.
In gedachten ook vake, opapa en Staf.

Maar met Henk op komt staan we voor een nieuw naamgevingsdilema.
Want wees even serieus: hoeveel oma’s kan een kind aan?
En toevallig zijn alle toekomstige grootmoeders in onze nest oma’s.
De grootvaders in spé zijn niet te spreken over het delen van de lakens met een bomma.
Dus bomma en bompa is uitgesloten. Niet tegenstaande dat Bompa Boot al geclaimd werd.

Hoewel er ook nog alternatieven zijn:

Moesjke en Ploesj
Bobonne en tonton
Amoe en apoe
Nanny en bompi
Mimi en toefke
Omi en opi
Nana en grampa
Mima en pipa
Bomie en bopie
Beppe en pake

Serieus?
Toefke?
Dan liever bij een bomma in bed, schat ik.