Angsten

Standard

Vorige nacht kroop ik tegen de klok van twaalven in mijn bed.
Een vermoeide geest in een vermoeid lichaam.
Het weekend had wederom een stevige tol geëist.
Logisch ook: niemand is gemaakt voor dagen van 24u van volle activiteit.

Toen ik om kwart voor vier echter wakker schrok, was ik bang.
Doodsbang.
Ik was niet alleen. Er staarden ogen naar me.
Een paar. Minstens.
Met één hand taste ik naast me in het enorme bed.
Waar was ze, mijn beschermengel?
Waar was mijn warm waterkruik van een lief?

Bibberen en beven. Het hart in de keel en kloppen tegen honderdtachtig per uur.
F*ck!
Dit was het einde.
Het kon niet anders.
Mijn leven flitste door mijn slapende brein.
Sjotten, kampen bouwen, die eerste kus.

En toen: besef.
De eerste flarden van realiteit kwamen door.
Hanne in Barcelona, dus niet naast me.
De gevaarlijke beesten zijn jaren geleden al begraven.
En mijn bed staat trouwens tot tegen de grond, speciaal tégen die beesten.
Kwart voor vier. Nog anderhalf uur voor de wekker afloopt.

Angsten en bang in’t donker: ik vrees dat het nooit geneest.