long time no say nor see

Standard

Van de week om half twaalf plots een smsmsms van een vriendin/klasgenoot/werkgroepbuddy van het vorige schooljaar. Of alles nog wel goed was en wat er eigenlijk van mij geworden was.
Werken, studeren, lummelen of doodziek zijn waren de mogelijke antwoorden.
‘s Anderendaags in alle vroegte (kwart voor zes of iets daaromtrent (of daaromtrend?)) een smsmsms teruggefaxt en vandaag een mail in de e-postbus.

Zij werkt in de eventsector, volgt een avondopleiding grafische vormgeving en is goed bezig.
Ik slijt mijn dagen al zittend achter een pc (met ontelbare beperkingen!) of al zittend in de auto.
Of ik goed bezig ben laat ik in het midden, maar dat dit niet mijn droomleventje is weet ik maar al te goed.

Natuurlijk zal dit ooit wel eens veranderen, maar dit is gewoon een ruim comfortabele situatie: brood op de plank, voiture onder de poep, bijscholing in Office, e-mail en diplomatie én netwerking.
Door al de randactiviteiten van mijn leven (Chiro onder andere) is er niet echt tijd voor iets anders. Af en toe eist de Madam ook haar stukje (terecht) quality time op en de verschillende families willen ook hun part van de koek. Drukdrukdruk.

En dan bel ik met een kotgenootje (in de auto natuurlijk) en hoor dat ze doodziek is. Moe, totaal op, leeg. Na een slepende klierkoorts komt ze terug op het werk, midden in de solden, werkt een dag of vijf aan 200% en valt bijna voor dood neer…
Minstens twee maanden bed liggen, rusten en slapen.
En ze kan écht niet meer.
Naar de winkel: slapen.
Naar de fnac: slapen.
Ontbijten en douchen: slapen.
Films kijken: slapen.

En ik durf dan af en toe wel eens te bedenken dat ik soms moe ben…
Maar ik kan nog wel verder. Ik kan nog wel íéts doen.