Standard

Een stille mars.
Het was een, min of meer, stille mars.
Sereen en gelaten zoals de ouders van Joe van Holsbeeck het wilden.
Nu ja, gelaten. Af en toe een warm applaus voor de ouders en zijn vrienden.
Al bij al was het zelfs gezellig te noemen: goed weer, veel volk, waterzakjes van de civiele bescherming. De mensen die er waren (80.000 of daaromtrent) waren blij dat ze er waren. Elk een druppel op de hete plaat die geweld heet. Een plaat die enkel maar heter wordt als we allemaal apathisch blijven voor alles wat er rondom ons gebeurt.

Volgens sommige criticasters haalt een mars van dit formaat niets uit. Is het een leuk uitje om onze zieltjes te wassen en om een beetje “well done” over te komen bij de vrienden.
Wel, dat zou kunnen. Het kan gemakkelijk dat er na vandaag evenveel zinloze geweldplegingen blijven zijn. Of dat het juist stijgt. Dat kan.

Maar evengoed kan het niet! Het is perfect mogelijk dat er na vandaag wél veranderingen plaatsvinden. Dat de mp3-slachters wel gevat worden. Dat er vanaf heden met een gerust hart, iPod en D70 de metro genomen kan worden. Dat kan ook.

Wat er precies zal gebeuren, weet niemand. Er is niemand die zoiets kan voorspellen. En net daarom moeten we met z’n allen een signaal geven. Een stop-signaal. Dat het gedaan moet zijn. Dat er eens moet nagedacht worden over hoe we samen afbreuk doen aan een schone en gezellige maatschappij.

Daarom moeten we op straat komen.
Want het is gotverdomme wel heel gemakkelijk om te roepen dat het toch niets zal uithalen om daarna met een plof neer te zijgen op een zonovergoten terrasje met een koude Duvel voor de neus. Want dat, dat heeft natuurlijk wel zin.