Standard

Als een echte quiztenbiebel begin ik me nu te wentelen in het draaiboek van onze dorpsquiz.
Vorig jaar (zelfde tijd, maar dan met veel meer zelfvertrouwen) wonnen we dat ding. Niet geheel onlogisch, als je bedenkt dat het kruim van de Meerse intellectuelen er verzameld zat aan één tafel: die van de ChiroJongens.
Natuurlijk wilden we niet winnen. Ah nee, want dan moet je dat ding organiseren.

Maar dan komen de twee laatse ronden. Je staat met vijf punten los. Je weet dat je kàn winnen met een beetje extra moeite. Je ziet de finish al, je hoort alleen de vragen nog door de roes (komende euforie, reeds sterk aanwezige waas van Primus Haachtse Pils) en je ruikt de overwinning. Samen met twee teamgenoten stonden we vooraan. Moeilijke ronde, die laatste. Details weet niemand nog. En toen was er een puntentelling, een wild gissen van wie en wat en vooral hoeveel.

Dat we voor de ChiroMeisjes zouden eindigen stond als een paal boven ons theewater. Vrouwen zijn nu eenmaal beter in vrouwendingen. Kuisen en al.
En dan komt de puntenlezer voor de laatste maal naar voren. “Op de veertiende plaats…de ChiroMeisjes…”
Een beleefd en geheel van medeleven gespaard applaus zwelt aan. Het blijft doorgaan tot aan plaats drie.

Alles wordt stil, iedereen zwijgt als een rat in een porseleinwinkel. Je kan de muizen op de zolder van de zaal horen ritselen als de puntenvoorlezer vertelt wie er derde eindigt. En dan, bij de eerste letter van de tweede, barst er een oorverdovend gejuich uit aan onze tafel. “..Op de tweede plaats de … PoepieBoys…”

Wij dus gewonnen, feestgevierd tot tegen het ochtendgloren en de week erna de schade pas echt beseft…
WIj hebben gewonnen, wij moeten het ding dus organiseren. Je mag ook weigeren, maar da’s voor wussies. Waren we maar wussies, bedenk ik weleens…

Maar dus. Zaterdag is het van dat. Om 19u stipt. Honderdenéén vragen, praktische proeven en veel plezier: dat zal het zijn. Het einde komt in zicht, de laatste voorbereidingen worden getroffen. En nu, net nu, steken allerlei praktische zaken de kop op.
Het podium. De antwoordbladen. Drank van bij de brouwer. De zaal. En de inrichting ervan. En nog vanalles.

Waren we soms maar eens wussies… (maar gelukkig zijn we dat niet!)

Leave a Reply

Your email address will not be published.