Vaderschapsverlof

Van 29 mei tot vandaag.
Een grote roze wolk, met ene paar moeilijke nachten en heel veel vertederende momenten. Een moment van bijna tweeënhalve week. Een familiemoment.
Samen de hikjes opvangen, de boertjes becommentariëren en elke volle pamper met luid applaus en waardering onthalen.

De officiële drie + zeven dagen  werden uitgebreid met twee betaalde vakantiedagen en dat maakte dat we gewoon twee volle weken thuis waren. Twee weken die voorbijvlogen en waarin eigenlijk niets moest. Genieten, dat wel. En een beetje administratie, dat ook.
Maar verder werd er af en toe voor ons gekookt, gingen wij rond een uur of tien slapen en stonden we elke twee uur daarna op.

Maar.
Morgen is het gedaan met de pret.
Dan ben ik vader en moet ik, naast de dochter, ook de rest van de wereld mee in gang gestampt houden. Of zoiets. Eerlijk? Dat gaat niet lukken.
Nu nog niet. Ooit misschien wel, maar de komende week nog niet.
Daarom.
Omdat Truus de norm is.

Daarom.
Lieve wereld.
Geef mij gewoon concrete taken die ik kan afwerken en waarbij ik niet elke vijf seconden wegdroom en de nood krijg om het thuisfront te bellen.
Want anders komt het niet goed, deze week.